Henk Blanke (links) en Klaas Wemmenhove bij de postduivenhokken in Hoogeveen. ,,We kunnen nog niet zonder." Foto: Gerrit Boer
Ze zijn vrijwel zeker de langst samenwerkende postduivencombinatie in ons land. Henk Blanke uit Hoogeveen en Klaas Wemmenhove uit Coevorden houden het al zestig jaar met elkaar vol. „Ruzie? Nooit.”
Ze mogen dan op respectabele leeftijd zijn, het vuur voor de postduivensport brandt nog net zo intensief als een houtkachel. Henk Blanke (80) en Klaas Wemmenhove (77) vertellen bevlogen honderduit over hun hobby. Of beter: hun verslaving. Want na zestig jaar ‘in de duiven’ en de intentie om er nog eens tien jaar aan vast te plakken kun je daar gerust van spreken. „We kunnen nog niet zonder”, zeggen beide liefhebbers.
Verwarring
In het duivenwereldje is de combinatie B&W Hoogeveen een begrip. De aanduiding zorgde al eens voor grote verwarring en hilariteit. Ten tijde dat de uitslagenlijsten van postduivenwedstrijden nog per post verzonden werden, moest Henk erg lang wachten op bezorging ervan. „Pas weken later ploften de uitslagen bij hem op de mat”, vertelt Klaas. „Voorzien van officiële gemeentelijke stempels van de afdelingen volkshuisvesting, financiën, grondwerken.” Wat bleek: de uitslag was naar het Hoogeveense college van B en W gestuurd en als ingekomen stukken behandeld.
Ze kunnen er nog smakelijk om lachen.
Henk en Klaas kennen elkaar al een leven lang. In Hoogeveen waren ze buurjongens. Tafeltennissen op een oude deur en kattenkwaad: stiekem fruit plukken in de boomgaard. Toen Henk een jaar of tien was kreeg hij twee koppeltjes duiven die hij een tijdje in voormalige konijnenhokken onderbracht. Later hield hij duiven op de zolder van de bekende schoenenzaak van zijn vader. Nog wat provisorisch. „De broedhokken waren oude sinaasappelkistjes”, vertelt Henk. „Maar het werkte wel.”
Vrienden onder elkaar, links op de foto Klaas Wemmenhove en recht (gehurkt) Henk Blanke Foto: Collectie Wemmenhove
Henk werd lid van de toenmalige postduivenvereniging De Doorzetters. „Wat er zo leuk is aan duiven? Nou, de band die je met deze dieren krijgt. Ze reageren op je. De duiven zitten bij mij op de schouder of het hoofd.” Hij kan de snelle vogels in de lucht vaak al herkennen; aan de bouw en tekening van hun verenkleed. „Je hebt duiven voor de korte afstand, sprintduiven zeg maar, en duiven voor de verre vluchten. Die laatsten zijn wat ranker van bouw, terwijl vitesse duiven gespierder zijn.” Net als in de atletiek.
‘Ik wist er niks van’
Klaas rolde op een heel andere manier ‘in de duiven’. Toen kameraad Henk in 1964 in militaire dienst ging en een jaar later op stage naar Duitsland, om zich te bekwamen in de verkoop van schoenen, had hij iemand nodig om zijn duiven te verzorgen. „Ik had nog nooit een duif vastgehouden”, lacht Klaas. „Ineens moest ik er 24 verzorgen. Ik wist er niks van. Hoe houd je zo’n vogel vast?” Op de eerste dag van zijn duivenavontuur begon Klaas ook nog eens aan zijn eerste (en enige) baan: bij de Belastingdienst. Dikke stress? „Och, dat viel wel mee”, blikt Klaas terug. „Ik was 17 jaar en maakte me niet zo druk.”
Henk zocht ondertussen naarstig naar een nieuwe compagnon voor het wedstrijdvliegen. Maar dat schoot niet op. De tijdelijke verzorging door Klaas liep uit op een permanente betrokkenheid bij de duivensport. „Ik kreeg er steeds meer schik aan”, blikt hij terug. En dus werd Klaas de nieuwe compagnon van Henk, ieder met een eigen rol. Henk de pure kenner en duivenmelker, Klaas als organisator, regelneef en administrateur.
Biljarten
Toch ligt zijn hart ook en vooral bij het biljarten. Klaas Wemmenhove is een bekende naam binnen deze sport. Eén keer werd hij Nederlands kampioen in de dagcompetitie, maar de Coevordenaar verwierf ook veel bekendheid als organisator van biljarttoernooien voor het goede doel. Inmiddels is al bijna twee ton naar onder meer kinderdagverblijven gegaan. Klaas biljart zelf ook nog. En wat nou als er op zaterdag zowel een biljartwedstrijd als postduivenwedstrijd is? „Als ik zelf mee kan doen, dan toch biljarten”, zegt hij.
Ze vullen elkaar aan, niet alleen in de taakverdeling maar ook qua karakter. Henk manifesteert zich meer als het alfamannetje, terwijl Klaas wat op de achtergrond blijft. Dat verschil is vooral zichtbaar tijdens postduifwedstrijden. Beiden genieten van de spanning, maar Klaas doet dat vooral rustig vanuit de stoel terwijl Henk voortdurend op en neer loopt. „Ik kan niet stilzitten”, zegt hij. „Bij mij is altijd iets in beweging.” Henk kan ook enorm balen van een slechte uitslag. „Ik ben dan even flink van de kaart”, ontboezemt hij. „Maar een dag later is dat weer over.’’
Wachten op de binnenkomst van de duiven, links Henk Blanke (die zelfs even de rust gevonden heeft om te zitten) en naast hem Klaas Wemmenhove. Foto: Collectie Wemmenhove
Wie zo lang bij elkaar is, kent de ander door en door. Dan wil het, net als in een huwelijk, toch ook wel eens knetteren? Verbaasde blikken aan de andere kant van de tafel. Henk: „Ruzie bedoel je? Nooit. Ik kan het me in elk geval niet herinneren.” Klaas: „Daar houden we ook niet van. En we kennen elkaar al van jongs af aan, dat kan ook helpen.”
2000 gulden
Beide mannen kennen de verhalen van duivenmelkers die financieel zijn binnengelopen met de verkoop van succesvolle duiven. Ooit werd in België voor één duif 1,6 miljoen euro betaald. „Beroepsmelkers met dollartekens in de ogen”, snuift Henk. „Wij zijn maar eenvoudige amateurs. Onze duurste duif? We hebben er nog nooit een verkocht.’’ Klaas: „Op een tentoonstelling in de jaren 70 is wel eens serieuze belangstelling getoond voor een bonte doffer die het goed deed. Ik kon er toen 2000 gulden voor krijgen, maar ik heb het niet gedaan.’’ Henk: „We hadden het geld ook niet nodig.’’
De keerzijde van de lucratieve duivenhandel is inbraak en diefstal. Henk: „Er zijn al zo veel duiven gestolen, niet normaal. Het is schering en inslag. De rovers weten precies waar en wanneer ze hun slag moeten slaan en welk duiven ze moeten hebben. Nou, die zorg willen wij er niet bij hebben.’’ Hoewel amateurs, hebben Henk en Klaas in de voorbije decennia soms best aardige geldprijzen in de wacht gesleept. Aan een totaalbedrag wagen ze zich niet, maar Klaas herinnert zich een duif die twee keer achter elkaar goed was voor 4000 gulden prijzengeld. En een duivin die van de 72 wedstrijden 63 keer prijs had. „Maar over het algemeen kost onze liefhebberij meer dan dat het oplevert’’, tempert Klaas. „We hebben het in die zestig jaar trouwens nog nooit over financiën gehad.’’
Rummenigge
Duiven hebben doorgaans nummers. Dat is praktischer dan namen. Met uitzondering van sommige gevederde vrienden die opvallend van kleur zijn of uitzonderlijk presteren. Zo werd een rode doffer Karl-Heinz Rummenigge genoemd, naar de bekende rossige Duitse voetballer. Een duif met nummer 007 - u voelt hem al aankomen- kreeg de naam James Bond. „Grandioze duif was dat”, zegt Henk.
Momenteel hebben beide mannen zo’n 120 duiven, ondergebracht in hokken aan het Bilderdijkplein in Hoogeveen. Die hebben in de afgelopen zestig jaar drie grote branden doorstaan. De laatste was begin april 2013, waarbij twee nabijgelegen winkelpanden in de as werden gelegd. Henk mocht van de brandweer niet meer naar de hokken, die uiteindelijk gespaard bleven. Wel waren de gevolgen van de brand nog jaren merkbaar. De luchtwegen van de duiven die in de rook hadden gezeten waren aangetast.
Op 1 april 2013 was er een grote brand in de Hoofdstraat van Hoogeveen die twee panden in de as legde. De duivenhokken van Blanke en Wemmenhove, geheel rechts op de foto, bleven wonderwel gespaard. Foto: Collectie Wemmenhove
De duiven van Henk en Klaas vliegen momenteel nog wedstrijden tot maximaal 700 kilometer. Afhankelijk van de weersomstandigheden halen duiven snelheden van 60 tot 130 km/uur. Henk: „Onze duiven haalden in het verleden ooit eens een snelheid van 144 km/uur. Er stond die dag een sterke zuidenwind. De eigenaren waren daar totaal door overvallen en moesten haasje repje naar de hokken. Sommigen gunden zich geen tijd om zich eerst aan te kleden en stoven er in onderbroek naar toe, haha.”
Slechtvalk
Niet elke wedstrijd is een succes. Soms raken ze duiven kwijt. Roofvogels, verkeer, hoogspanningskabels, windmolens, mist en onweer zijn een bedreiging voor de vogels. „De toename van slechtvalken is wel een probleem’’, zegt Henk. ,,Dat is een beschermde vogel, daar kun je dus niets tegen doen.’’ Het zorgt vooral voor veel gewonde duiven. „Dan zie je de afdruk van zo’n roofvogelklauw nog in de duif staan, vaak achter de vleugel. De duiven zijn dan gegrepen, maar hebben zich toch los kunnen rukken.”
Unesco en vergrijzing
De eerste duivenmelkers waren gegoede burgers uit de stad. Zij beschikten over genoeg tijd en geld om de sport te beoefenen. Na 1880 werd de duivensport ook populair op het platteland en hielden arbeiders zich er mee bezig. Het verzorgen van een grote kolonie duiven is een arbeidsintensief werk. Naast de voeding is het belangrijk dat de hokken schoon zijn en dat de duiven af en toe kunnen vliegen. Duiven kunnen tot wel 20 jaar oud worden. De duivensport heeft sinds 2016 de Unesco-status voor immaterieel erfgoed. Hoewel het aantal duivenmelkers al jarenlang dalende is – de liefhebberij vergrijst sterk- telt de Nederlandse Postduiven Organisatie (NPO) nog zo’n 13.000 leden, verdeeld over zo’n 700 verenigingen. Op zaterdag 16 augustus wordt in het clubgebouw van de PV Hoogeveen aan de Piet Soerstraat een feestje gehouden ter ere van het bijzondere jubileum van Henk Blanke en Klaas Wemmenhove, beter bekend als B&W 60. „Op naar de 70’’, klinkt het enthousiast.