Zaadmijten werden gebouwd om graan te laten drogen voor boeren die geen schuur hadden. Foto: Jan Anninga
Bij een muziektheaterspektakel als De Vlinderprinses kun je veel visualiseren, maar waarom zou je geen gebruik maken van echte attributen? Daarom is maandag een heuse zaadmijt opgebouwd, alsof het even weer 1952 is in Zweeloo.
Vorige week al werd de rogge gemaaid en zijn de schoven in hokken gezet. „Daarmee bouw je de zaadmijt op, een ronde bult met een diameter van zes meter. Met dak en al is de zaadmijt 6,5 meter hoog”, zegt productieleider Gerrit Hegen. „Het is de oude manier om graan te drogen. Vroeger had niet elke boer een grote schuur om het daarin op te slaan. Daarom werd het in zaadbulten op het land opgeslagen.”
Op allerlei manieren bootsen de makers 1952 na, het jaar waarin De Vlinderprinses zich afspeelt. Als er straks aardappels gekrabd moeten worden, gebeurt dat met échte aardappels. Er staan negentien rijen klaar om geoogst te worden. Het koor treedt straks op in kledij uit de jaren vijftig, inclusief ook bijpassende monturen voor de brildragers.
Kralensnoer van misschien wel godin
De Vlinderprinses gaat over de vondst in 1952 van een zeer bijzondere kralensnoer en andere sieraden nabij het kerkje van Zweeloo. De ketting, tegenwoordig in het Drents Museum in Assen, weegt meer dan een kilo en moet welhaast van een zeer welgestelde vrouw zijn geweest. Misschien wel een godin, wil de mythe. Vanuit dat uitgangspunt schreef regisseur Harm Dijkstra het stuk. Componist en dirigent Jan Kruimink tekende voor de liedjes.
Vanaf 14 augustus is het veertien dagen achter elkaar repeteren geblazen op de locatie van de vondst. Op maandag 2 september is de try-out, met vervolgens tot en met zondag 8 september de opvoeringen. Bij de première op 3 september is commissaris van de Koning Jetta Klijnsma de verteller. De voorstellingen van donderdag, vrijdag en zaterdag zijn uitverkocht.