De vakantiewoning in Gees, waarbij de steekpartij plaatsvond. Foto: DvhN
De 30-jarige arbeidsmigrant die vorig jaar zijn oudere broer doodstak op een vakantiepark in Gees heeft negen jaar cel gekregen. De rechtbank gelooft niet dat zijn overlijden het gevolg was van een ongeluk.
De dertiger raakte in juli vorig jaar in een handgemeen met zijn broer tijdens het koken. De twee broers woonden samen met vier landgenoten op een vakantiepark in Gees, allen arbeidsmigranten. De broers hadden op de bewuste dag ontzettend veel alcohol gedronken. De jongste stak zijn broer in zijn nek met een zakmes waarmee hij kip stond te snijden. Het slachtoffer kreeg een slagaderlijke bloeding en overleed niet veel later in de tuin.
Diepe steekwond
Volgens de man belandde zijn mes per ongeluk in de nek van zijn broer toen hij een afwerende beweging maakte. De twee waren allebei dronken en hadden al de hele middag ruzie over het gebruik van een mobiele telefoon. Daarbij was zijn oudere broer volgens hem vervelend en opdringerig.
De rechtbank vindt die verklaring onwaarschijnlijk. „De steekwond is van zulke diepte en omvang dat het alleen met grote kracht kan zijn toegebracht”, aldus de rechtbank. Bij de politie verklaarde de jongste broer dat hij met kracht gestoken en gesneden had.
Volledig toerekeningsvatbaar
Dat hij het slachtoffer naderhand heeft geprobeerd te reanimeren, doet niet af aan het feit dat hij bewust in een kwetsbaar en vitaal lichaamsdeel heeft gestoken, zegt de rechtbank. Die vindt dat doodslag bewezen is. De man heeft een lichtelijke verstandelijke beperking, maar is volgens een psycholoog en een psychiater die hem onderzocht hebben volledig toerekeningsvatbaar.
Passende eis
Sinds het steekincident zit de Roemeen vast. Hij heeft het moeilijk met zijn daad; zijn broer was volgens hem als een vader én een moeder voor hem. Na zijn straf wil hij terugkeren naar zijn vaderland. Daarom ziet de reclassering geen heil in bijzondere voorwaarden, die moeten voorkomen dat de man nogmaals de fout ingaat.
De rechtbank sluit zich daarbij aan: „Vanwege het onherstelbare leed is alleen een gevangenisstraf voor langere duur een passende straf.” De rechters volgen de eis van het Openbaar Ministerie, dat 9 jaar cel had geëist.