Een Keniaanse danser tijdens SIVO-festival in 2023. Foto: Archief/Jan Anninga
Dit jaar geen SIVO, zo maakte de organisatie van het folkloristisch dansfestival donderdag bekend. De stichting achter het evenement heeft net als vorig jaar grote moeite een geschikte locatie te bemachtigen in Borger-Odoorn. Heeft SIVO nog een toekomst?
„We gaan ons beraden op een definitief einde. Je mag wel weten dat we er een beetje klaar mee zijn.” Met die verontwaardigde woorden sprak Sjoerd Looijenga, voorzitter van SIVO, donderdag het mogelijk naderende einde van het festival uit.
Daarnaast trokken Looijenga en zijn collega-bestuurders ook nog eens de stekker uit de aankomende editie in het eerste weekend van augustus. Dan zouden voor de 35e keer dansgroepen vanuit de hele wereld hun traditionele dansen laten zien aan een Nederlands publiek.
Schoolgebouw
Reden voor de annulering: de organisatie mag van de gemeente Borger-Odoorn geen gebruik maken van het schoolgebouw van het oude Esdal College in Borger. Het gebouw is in handen van de gemeente sinds de school verhuisde naar een nieuwe plek. De gemeente geeft in de vergunning alleen toestemming voor het gebruik van het grasveld, de gymzaal en de noodlokalen buiten.
Dat is tegen het zere been van SIVO, die de lokalen in het schoolgebouw nodig heeft om de dansers die van heinde en verre komen te faciliteren. Een andere geschikte locatie is er volgens de organisatie niet in Borger, waar ze inmiddels een netwerk van gastgezinnen heeft opgebouwd.
Ondertussen houdt verantwoordelijk wethouder Bernard Jansen (Leefbaar Borger-Odoorn) voet bij stuk en stelt dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor het regelen van een locatie. Bovendien wordt het schoolgebouw sinds kort anti-kraak bewoond totdat het wordt gesloopt.
Dorpsplein
Inmiddels zijn de verhoudingen tussen SIVO en de gemeente behoorlijk verzuurd: de bestuursleden zegt zich ‘niet gewaardeerd en erkend’ te voelen. Wethouder Jansen stelt op zijn beurt dat SIVO niet meer of minder bijzonder is dan andere festivals en dus geen speciale behandeling krijgt.
Daar heeft de wethouder een punt. Gemeenten zijn niet verantwoordelijk voor het aandragen van locaties voor evenementen, dat moeten organisatoren zelf doen. Toch is het opvallend dat de wethouder niet harder wil lopen voor een festival waarvan de wortels sinds 1985 in zijn gemeente liggen.
Het is ook niet de eerste keer dat de gemeente en SIVO het niet eens worden over de locatie: vorig jaar bleek het Esdal, toen nog eigendom van de school, ook al geen optie na een klacht van een omwonende.
Daarop werd noodgedwongen uitgeweken naar het dorpsplein, dat niet mocht worden afgezet. Daardoor kon SIVO geen entree heffen en had het dus geen inkomsten. De gemeente kwam nog snel met een subsidie van 5000 euro om de gemiste opbrengsten te ondervangen. Maar, zegt de organisatie: „Wij willen onze eigen broek ophouden.”
Dood paard
Borger-Odoorn lijkt zich in de kwestie-SIVO zakelijk en star op te stellen. Hoewel de wethouder strikt genomen gelijk heeft als het gaat om de procedures, kan de vraag worden gesteld of de gemeente niet zuiniger moet zijn op festivals, zeker als vrijwilligers en tientallen gastgezinnen bereid zijn hun nek ervoor uit te steken. Een dergelijke inzet is tegenwoordig zeldzaam. Bovendien is een succesvol zomerfestival goede reclame voor een dorp als Borger, dat drijft op toerisme.
Hoe het nu verder moet met SIVO is ongewis. De organisatie is bereid de handdoek in de ring te gooien en er lijkt de gemeente niet veel aan gelegen het ruim dertig jaar oude festival te behouden. Daarmee is SIVO als het spreekwoordelijke dode paard: je kunt er met man en macht aan trekken, maar je komt geen stap verder.