Oud-directeur Harry Tupan van het Drents Museum. Foto: Corné Sparidaens
Harry Tupan (67), oud-directeur van het Drents Museum, werd na de kunstroof maandenlang gekweld door gedachten aan de verdwenen gouden helm. Hij is zeer opgelucht nu drie van de vier Roemeense kunstschatten terug zijn.
Donderdagochtend was Tupan, Assenaar in hart en nieren, in Amsterdam om zijn zoon en schoondochter nietsvermoedend te helpen met verhuizen. Tot hij een belletje kreeg van directeur Robert van Langh van het Drents Museum, de man die Tupan vorig jaar opvolgde als museumdirecteur. Die had een verrassende mededeling.
De helm van Coțofenești was gevonden. En twee van de drie gouden armbanden.
„Godzijdank."
„Ik heb altijd hoop gehouden. Want je weet, hoop doet leven."
'Zo gelukkig’
Een paar uur later stond Tupan in het Drents Museum. Samen met Van Langh onthulde hij de vitrine met daarin de vondsten voor al het personeel, de mensen met wie Tupan jarenlang werkte. „Dat was heel emotioneel. We vielen elkaar in de armen. We kunnen de helm en de schatten eindelijk teruggeven aan mensen. Iedereen was zo gelukkig. Echt fantastisch voor het Drents Museum."
Hij bleef weg bij de persconferentie van donderdagmiddag. „Ik ben niet meer in functie. En Robert van Langh heeft het geweldig gedaan."
Veertien maanden geleden stond het Drents Museum op z'n kop na de kunstroof. En het leven van Tupan ook. Met een asgrauw gelaat stond de bevlogen museumdirecteur vorig jaar januari de internationale pers te woord. Hij moest vertellen wat hij nooit had willen vertellen. „Dat was zo ingewikkeld. Ons was iets bijzonders toevertrouwd. En dan gebeurt er zoiets vreselijks."
Nog erger leefde hij mee met zijn collega Ernest Oberländer-Târnoveanu, de directeur van het Roemeens Historisch Museum die in de hele nasleep van de kunstroof werd ontslagen.
„Het was allemaal zo vreselijk. Ik ben superblij dat de helm terug is, maar er is één ding dat me nog dwars zit. Ik hoop zo dat Oberländer gerehabiliteerd wordt. Hij heeft zo zijn best gedaan, ook nadat hij weggestuurd was."
'Ik ben niet zielig’
Tupan wil niet te lang stilstaan bij vorig jaar. „Weet je, ineens stonden we vol in de aandacht. Er werd naar het museum gekeken. Vragen werden gesteld over de beveiliging. Heel moeilijk vond ik dat. Collega's hadden daar last van. Dat trok ik me erg aan. Maar helaas was daar niet altijd oog voor in de berichtgeving."
Zelf ging de oud-directeur ook door een diep dal. Iedere dag stond hij op met een zwaar gemoed. „Als ik 's ochtends de ogen opensloeg, dacht ik niet: wat een mooie dag. Ik dacht aan de helm. Maar hé, ik was niet zielig. Ik was de directeur gewoon. En dan ben je eindverantwoordelijk."
'Voel zoveel warmte’
Pas na een half jaar ebden die gevoelens weg. Tupan zegt dat hij de kunstroof een plekje had kunnen geven. Maar in zijn achterhoofd bleef het knagen. Zou ie ooit terugkomen?
Reken maar. „Ik voel vandaag zoveel warmte", zegt Tupan. „Ik heb honderden berichten gekregen. Alles springt op me af als ik op straat loop. Die warmte die ik voel, het is gewoon geweldig. En het meest blij ben ik voor alle mensen in Roemenië. Zij verdienen dit."