Sander ten Bosch is de nieuwe directeur van Bevrijdingsfestival Drenthe. Foto: Marcel Jurian de Jong
„Ik ben niet graag de baas, maar ik word het altijd wel.” Zo kon het gebeuren dat Sander ten Bosch de nieuwe directeur van Bevrijdingsfestival Drenthe werd. De toekomstplannen voor het festival liggen nog op de tekentafel, maar Ten Bosch weet een ding zeker: „Ik wil niet meer concurreren met Groningen.”
Sander ten Bosch (55) staat buiten bij de kliko. Die staat voor het enige huisje in de wijde omtrek, midden in het groen. Vanuit dat schattige huisje met groen bemoste dakpannen kijkt Ten Bosch uit over de Baggelhuizerplas in Assen.
„Briljant hè”, grijnst hij. „Ik woon hier al dertig jaar, heb alles zien komen. Vroeger kwam hier nauwelijks iemand. En Kloosterveen was er nog niet.”
Aan diezelfde Baggelhuizerplas barst op maandag 5 mei het jaarlijkse Bevrijdingsfestival los. Grote namen als S10, Hannah Mae, de Edwin Evers Band en Marco Schuitmaker vieren dan met zo’n 40.000 bezoekers dat Nederland 80 jaar geleden werd bevrijd. „Een prachtige editie”, zegt Ten Bosch. „Vooraf had ik niet gedacht dat ik het dit jaar zou organiseren.”
Ten Bosch staat voor het eerst aan het roer van het festival, nadat hij jarenlang de scepter zwaaide over het TT Festival. Ook de organisatie van Zandvoort Racefestival (het randprogramma van de Formule 1), Sneekweek en DelfSail staan op zijn naam. Maar zijn loopbaan uitstippelen doet hij niet. „Het komt op mijn pad. Ik heb geen planning.”
Is dat echt zo?
„Werkelijk waar, het gebeurt me. En ik vind het leuk om het allemaal op te pakken. Ik doe het organiseren met plezier en goede energie. Maar als iemand anders het wil doen, be my guest.
Je lijkt wel ambitieus te zijn, gezien je cv.
„Weet je… je hebt mensen die de baas willen zijn. Ik hoef niet de baas te zijn, ik word het per ongeluk altijd.”
Waar kom je weg?
„Drie kilometer die kant op.” Ten Bosch wijst in zuidelijke richting. „Ik ben geboren in Bovensmilde, aan de Magnoliastraat, en groot geworden aan de Witterweg. Maar ik ben nooit een Smilleger geworden. Mijn ouders komen uit Utrecht en Duitsland.”
Je hebt ook de schoolgijzeling in 1977 in Bovensmilde meegemaakt.
„Klopt, ik ben een van de 105 gijzelingskinderen. En ik was toen al degene met een ontsnappingsplan.”
Dat moet je even uitleggen.
„Ik zal nooit vergeten dat ik samen met een klasgenootje in de kelder van de school ben gaan zitten, onder een stapel kleren. We hadden uitgedokterd dat daar een klapraam was. Via dat raam wilden we ‘s avonds de school uitglippen. Dat is niet gelukt. De leraren, die ook gegijzeld, waren, kwamen ons zoeken en riepen ons. Toen zijn we er toch maar uitgekomen. Ik was 7 jaar, en dan verzin je zoiets.”
Heb je nog last van die gebeurtenis?
„Nu veel minder dan vroeger. Maar als ik ergens binnenkom, weet ik exact waar de vluchtwegen zijn. Ik weet precies waar de ramen zijn. Hartstikke handig in mijn huidige vak. Van iets nadeligs kan ik het voordeel zien. Het is mijn manier om ermee om te gaan.”
Bevrijdingsfestival-directeur Sander ten Bosch bij de Baggelhuizerplas, waar op 5 mei het festival losbarst. Foto: Marcel Jurian de Jong
Je woont nu in Assen. Je voelde je geen Smilleger, maar je bent nooit ver van huis gegaan.
„Dat hoefde voor mij niet zo. Ik hou van Drenthe. Van de ruimte en van de mensen. Voor mijn werk ben ik altijd veel in het westen geweest, en ik ben altijd blij als ik weer in het Noorden ben. Ik heb nog wel een jaartje in Israël gewoond, toen het daar nog leuk was.”
Hoe kwam je daar terecht?
„Ik ging erheen in 1989. Toen was het heel normaal dat je in een kibboets ging werken. Zelf werkte ik in een mosjav, wat hier een boermarke is. Ik plukte gipskruid. In die periode begon ook de Golfoorlog. Ik schreef een brief naar huis dat ik veilig was en dat we een schuilkelder hadden. We zagen vanaf ons dak hoe de Scud-raketten insloegen.” Ten Bosch lacht hard. „Echt bizar.”
Waarom wilde je weg uit Nederland?
„Ik heb dyslexie. Daarom zei mijn moeder, met de beste bedoelingen: Sander, ga jij maar iets met je handen doen. Dus werd ik automonteur. Maar nadat ik dat drie weken had gedaan, dacht: dit ga ik niet de rest van mijn leven doen. Ik besloot er een jaar tussenuit te gaan.”
Wist je daarna wel wat je wilde?
„Ja, ik besloot naar de land- en tuinbouwschool in Frederiksoord te gaan. Daarna heb ik nog een jaartje op de hogere land- en tuinbouwschool in Velp gezeten. Die heb ik niet afgemaakt. Daarna kwam ik bij de gemeente Assen terecht als leidinggevende in het groenbeheer.”
Hoe beland je dan in de evenementenbranche?
„Ik stroomde door naar andere afdelingen binnen de gemeente. Ik was programmaleider van de binnenstad en hield ik me bezig met gebiedsontwikkeling in dat deel van de stad. Er kwam een moment in 2014 dat het college van Assen het TT Festival anders wilde aanpakken. De drie edities daarvoor waren niet succesvol geweest. Ze hadden een lijstje met namen. „En die van jou staat bovenaan”, zeiden ze tegen me. Of ik de organisatie op me wilde nemen. Dat heb ik gedaan. Eerst jarenlang vanuit de gemeente, daarna als directeur van de zelfstandige Stichting TT Week Assen. Zoals ik al zei, ik plan niets. Ik struikel voortdurend over dingen. Of ik raap iets op, en dan is dat opeens een klus.”
Rolde je zo ook het Bevrijdingsfestival in?
„Voor corona ben ik al eens gepolst of ik interesse had. Vorig jaar kwam het weer ter sprake. Het past nu in mijn agenda. Er is dit jaar geen DelfSail, dat is eens in de vijf jaar. En ik was al van plan om te stoppen met Zandvoort Racefestival. Daarom dacht ik: leuk, dit gaan we doen.”
Wat maakt festivals organiseren zo leuk?
„Het moment dat je ziet dat mensen intens gelukkig feestvieren. Dat is het mooiste dat er is. Bij het TT Festival kun vanaf het balkon van het stadhuis op de Doevenkamp kijken (een van de locaties in Assen met een podium tijdens het festival, red.). Daar staan dan 7000 mensen finaal uit hun plaat te gaan. Dan krijg je kippenvel tot op je tenen. En dat gaat tijdens het Bevrijdingsfestival weer gebeuren.”
Sander ten Bosch: 'Een bevrijdingsfestival moet mensen verbinden en samenbrengen.' Foto: Marcel Jurian de Jong
Hoe gaat het Bevrijdingsfestival er dit jaar uit zien?
„Gevarieerd. Op het hoofdpodium hebben we artiesten waar iedere bezoeker wel iets mee kan, of iemand nu houdt van Nederlandstalig of gewoon lekker wil dansen. Ook op het dancepodium is voor ieder wat wils. We hebben een prachtig mooi Plein van de Vrijheid en verschillende theatergroepen en koren. Luchtkussens hebben we niet meer, we willen dat kinderen samen spelletjes doen. En we hebben het vrijheidsvuur een prominentere plek op het festival gegeven. Tijdens vorige edities was de vlam alleen zichtbaar bij het hoofdpodium. Maar dat vuur is zo vreselijk belangrijk. Het is het symbool van de vrijheid. Dan wil ik dat het vuur vanuit alle windrichtingen te zien is.”
De vorige directeur, Nathan van Gelder, maakte het Drentse Bevrijdingsfestival tot een van de populairste van Nederland. Legt dat druk op je?
„Nathan heeft een hartstikke goed festival neergezet. Maar je ziet ook dat er concurrentie is ontstaan tussen de verschillende Bevrijdingsfestivals. Die draait vooral om de muzikale programmering. Ik wil dat dat stopt.”
Wat bedoel je daarmee?
Ik wil niet concurreren met Ebel Jan (van Dijk, directeur van Bevrijdingsfestival Groningen, red.). We hebben in Drenthe geen belang bij nog meer bezoekers. Mijn doel is dat we de vrijheid vieren, niet om het drukste festival van Nederland te hebben. Groningen heeft dit jaar een heel goede programmering, met Maan en Typhoon. Daar ben ik blij mee. Maar een Bevrijdingsfestival is meer dan alleen muziek. Het draait ook om kunst en met elkaar in gesprek gaan. Een bevrijdingsfestival moet mensen verbinden en samenbrengen.”
Paspoort
Naam: Sander Jeroen ten Bosch
Geboren: 11 juni 1969 in Bovensmilde
Woont in: Assen
Opleiding: O.a. land- en tuinbouwschool in Frederiksoord en Velp, mts en interne opleidingen binnen de gemeente Assen
Privé: Woont samen. Heeft 2 volwassen dochters en 3 kleinkinderen