Eind januari werden de topstukken gestolen uit het Drents Museum. Marcel Jurian de Jong
De roof van de gouden helm en de drie gouden armbanden uit het Drents Museum in Assen gaat de regering hoogstwaarschijnlijk miljoenen kosten. Nog nooit betaalde Nederland zo’n groot schadebedrag uit na een incident in een museum.
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft miljoenen euro’s opzij gezet voor de kunstroof. Dat schrijft minister Eppo Bruins (NSC) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in een brief aan de Tweede Kamer. Over exacte bedragen laat het ministerie zich niet uit, omdat de schade-afhandeling nog in volle gang is. Uitbetaling vindt pas plaats als de verzekeraar met de schadeafwikkeling komt.
De regering dekt het Drents Museum voor maximaal negen miljoen euro, bleek eerder al uit de bruikleenovereenkomst. De verzekeringswaarde van de vier gestolen topstukken uit Roemenië bedraagt 5,7 miljoen euro en daarmee vallen de gouden helm van Coțofenești en de drie armbanden onder de garantstelling.
Het uitbetaalde bedrag of een deel daarvan kan de regering terugkrijgen als de helm en armbanden weer gevonden worden. ‘Ik hoop nog steeds dat dit belangrijke cultureel erfgoed teruggevonden wordt. Daar is alle inzet op gericht’, schrijft Bruins.
De gouden schatten uit Roemenië werden eind januari met grof geweld gestolen uit het Drents Museum. Hoewel meerdere verdachten zijn opgepakt en verhoord, zijn de stukken uit de collectie Dacia – Rijk van Goud en Zilver nog altijd onvindbaar.
Oude regeling uit 1989
Het Drents Museum dankt de financiële rugdekking van de regering aan een landelijke regeling voor grotere tentoonstellingen, de zogeheten indemniteitsregeling. Dit is een oude regeling uit 1989, waarin de regering voor een deel garant staat voor bruikleencollecties uit het buitenland.
Simpel gezegd houdt deze regeling in dat de overheid meebetaalt als buitenlandse museumstukken beschadigd raken of bijvoorbeeld gestolen worden bij een kunstroof. Dankzij de indemniteit blijft het Drents Museum waarschijnlijk gevrijwaard van hoge kosten, tenzij de schade hoger uitvalt dan 9 miljoen euro. Het enige dat het museum wel moet betalen, is het eigen risico. Hoe hoog dat bedrag is, is niet bekend.
Het is de eerste keer dat de regering met zo’n schadepost wordt geconfronteerd met de indemniteitsregeling. Tot de roof in het Drents Museum keurde de regering slechts 8000 euro uit. ‘Na de roof in Assen wordt het waarschijnlijk de eerste keer dat een substantieel bedrag betaald zal moeten worden’, schrijft Bruins. De minister noemt de regeling een risicoregeling, die ‘gelukkig zelden’ daadwerkelijk veel geld heeft kost.
Bruins stipt het belang van de indemniteitsregeling aan. Dankzij deze overeenkomst blijft het voor musea financieel mogelijk om grote en peperdure exposities naar Nederland te halen.