De gemiddelde prijs van bestaande koopwoningen is in een jaar tijd met 11,1 procent gestegen. Foto: Remko de Waal
De huizenprijzen in Drenthe zijn in het derde kwartaal van dit jaar volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gestegen met 12,7 procent ten opzichte van een jaar geleden, dat is meer dan het landelijk gemiddelde van 11,1 procent.
Ook Groningen kende met 11,3 procent een stijging die groter was dan het landelijk gemiddelde. Voor het eerst sinds het tweede kwartaal nam het aantal woningtransacties toe. In het derde kwartaal zijn er in het hele land zijn ruim 54.000 woningen verkocht, dat is een stijging van 15,3 procent. Groningen voerde de lijst aan met een toename van 20,5 procent, terwijl Drenthe met 7,5 procent van alle provincies hekkensluiter was.
Er werden vooral veel appartementen verhandeld. De toename bedroeg volgens het CBS 26,6 procent. Bij tussenwoningen was de stijging met 7,3 procent het kleinst, maar de prijzen ging wel met 12,8 procent omhoog. Vrijstaande woningen werden ‘slechts’ 8,1 procent duurder.
„Het houdt niet op”, zegt Sjirk de Jong, perswoordvoerder van NVM Groningen, over de prijsstijgingen. „Het gaat maar door. Dat heeft alles te maken met een krap aanbod. Er is een enorm tekort aan woningen, vooral voor starters aan de onderkant van de markt.”
‘We zitten nu boven de piek van begin 2022’
Zijn Drentse evenknie Wim Stuursma benadrukt dat er vorig jaar een flinke prijsdaling is geweest. „Deels is het dus een herstel, maar de prijzen zijn verder doorgestegen. We zitten nu boven de piek van begin 2022, voordat de oorlog in Oekraïne begon en de rente flink omhoog ging, al begint de stijging van kwartaal tot kwartaal nu wat af te vlakken.”
Dat het aantal transacties is toegenomen, wijst er volgens De Jong op dat er meer beweging in de markt zit. Het betekent niet dat er licht aan het eind van de tunnel gloort. De woningcrisis is nog lang niet opgelost. „In sommige plaatsen is er wat nieuwbouw bijgekomen. Maar de woondeal om tot 2030 28.500 woningen in de provincie Groningen te bouwen, gaan we niet halen.”
Borger-Odoorn wil tot 2030 500 woningen bouwen. Er zijn plannen voor wel 700. ,,Dat betekent dat er best wel de wil is om te bouwen. De vraag is alleen of al die projecten doorgaan”, zegt Stuursma.
‘De krapte stijgt nog steeds’
Positief nieuws vindt De Jong dat kleine beleggers meer huurwoningen van de hand doen, omdat het voor velen door de invoering van de Huurwet en fiscale maatregelen niet meer uit kan. „Maar de krapte stijgt nog steeds. De keus neemt af en dat vind ik geen goed teken. Het is dus te vroeg om de vlag uit te hangen.”
Stuursma: „De markt staat nog steeds onder druk. Er is weinig aanbod en veel vraag. Laten we hopen dat alle initiatieven aanslaan, zodat er wat verlichting komt in de bestaande markt. Dan stijgt het aanbod, waardoor kopers meer kansen krijgen. Daar hebben we echt nieuwbouwwoningen voor nodig. Die zijn de smeerolie van de woningmarkt.”