De helm van Cotofenesti, die werd gestolen uit het Drents Museum. Foto: Shutterstock
Een bijzondere stap van politie en Openbaar Ministerie in de zaak rond de goudroof in Assen: het vrijgeven van de identiteit en foto’s van twee verdachten, terwijl ze al zijn opgepakt. Ongebruikelijk, zegt Hoogleraar Strafprocesrecht Joep Lindeman.
Rechtsdeskundige Lindeman van de Universiteit in Utrecht snapt de bijzondere stap wel. ,,De politie wil een stap verder zetten in het onderzoek. Ze wil weten waar de buit is. Ik ken het onderzoek natuurlijk niet, maar blijkbaar zitten politie en Openbaar Ministerie op een dood spoor. Ze willen niet meer tijd verliezen in de hoop de kunstschatten te redden. Door informatie in het publieke domein te gooien hopen ze op tips. Wie weet heeft iemand de mannen gezien en komen ze er zo achter waar de buit is.’’
De volledige namen en duidelijk herkenbare foto’s werden gisteravond wereldkundig gemaakt, terwijl dat doorgaans alleen gebeurt bij gezochte verdachten of mensen die een gevaar (kunnen) vormen voor de samenleving.
Privacy moet wijken
Hieruit valt af te leiden dat de (internationale) druk om de vorige weekend uit het Drents Museum gestolen kunstschatten ongeschonden terug te vinden, heel groot is. Lindeman: ,,Ik ken geen zaak waarin dit eerder is gebeurd. Blijkbaar weegt het terugvinden van de spullen in dit geval zo zwaar dat de privacy daarvoor moet wijken.’’
Juridisch houdbaar?
Het Openbaar Ministerie, die aan de knoppen draait in het onderzoek naar de goudroof, besluit over opsporingsberichtgeving en heeft daar stikte richtlijnen voor. Over de kwestie is ongetwijfeld op hoog niveau gecommuniceerd binnen het OM.
De vraag is hoe de rechter deze werkwijze beoordeelt. Lindeman: ,,Vindt de rechter die juridisch houdbaar? Of waren er nog andere opsporingsmogelijkheden, lichtere middelen om de zaak op te lossen?’’
Als de rechter meent dat de beelden te lichtvaardig gedeeld zijn, dan kan dat gevolgen hebben voor de strafmaat. ,,Het kan leiden tot een lagere straf in geval van een veroordeling.’’
Lindeman verwacht niet dat het snel weer gebeurt dat de politie en OM naar dit zware middel grijpen. ,,Dit is een bijzondere zaak. Kunst geleend van een ander land, met grote historische waarde. We zien dit soort misdrijven gelukkig niet heel vaak.’’
Strafrechtadvocaat Maartje Schaap uit Groningen is geen voorstander van de werkwijze van politie en openbaar ministerie. ,,Het opsporingsbelang is duidelijk. Maar het is vergaand om verdachten op het schavot te schuiven voordat er ook maar een rechter naar de zaak heeft gekeken. Publiekelijk zijn ze al veroordeeld, terwijl hun rol nog helemaal niet duidelijk is.’’
Kaken stijf op elkaar
Strafrechtadvocaat Wilko ten Have verbaast zich ook over de actie van de politie. Hij is ervan overtuigd dat de opgepakte mannen voor de goudroof hun kaken stijf op elkaar houden. ,,Tuurlijk doen ze dat, waarom zouden de opsporingsdiensten dit anders doen? Waarschijnlijk heeft de politie niet genoeg informatie.’’
Nog meer is hij verbaasd over hoe het Openbaar Ministerie omgaat met de beperkingen die op de zaak zitten. ,,Wat betekenen die nog?’’, vraagt hij zich af. De mannen mogen sinds hun arrestatie geen contact hebben met de buitenwereld, alleen met hun advocaat.
Vaak worden beperkingen opgelegd zodat verdachten niet kunnen worden beïnvloed door informatie van buiten. Als advocaten informatie doorspelen als er beperkingen gelden, kunnen ze daarvoor door de tuchtrechter op de vingers worden getikt. ,,Dan is het toch gek dat politie en justitie die afspraken zelf niet nakomen?’’
Ten Have vraagt zich hardop af wat politie en OM hiermee denken te winnen. ,,Als het mijn cliënten zouden zijn, zou ik hen adviseren helemaal niet meer te gaan praten. Dit is puur gericht op de buitenwereld.’’
OM: 'Dringend noodzakelijk'
Het Openbaar Ministerie laat weten dat ze een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en dat het vrijgeven van de identiteit van de verdachten ‘dringend noodzakelijk is omdat de gestolen kunstschatten nog altijd niet zijn teruggevonden. Dit heeft nog altijd onze prioriteit.’
Het zware middel mag worden ingezet onder voorwaarden. Zo moet sprake zijn van een stevige verdenking voor een strafbaar feit waar een straf van tenminste 8 jaar gevangenisstraf op staat. De hoofdofficier van justitie moet toestemming geven en het moet dringend noodzakelijk zijn voor de opsporing. ‘Aan die voorwaarden is in deze zaak voldaan.’
De foto’s en namen van deze verdachten zijn getoond omdat het onderzoeksteam op zoek is naar mensen die informatie hebben over waar deze verdachten na de kunstroof zijn geweest en met wie ze contact hebben gehad.
Minister David Van Weel: 'Er is internationale druk en tijdsdruk'
Dat de ongebruikelijke stap is genomen om foto’s en de namen van de verdachten van de kunstroof in Assen te publiceren, heeft volgens minister David Van Weel (Justitie en Veiligheid) ,,vooral te maken met het karakter van deze roof”. Er is internationale druk, maar ook tijdsdruk, zegt hij, want als die kunstschatten ,,op weg zijn naar het buitenland of naar elders of naar vernietiging, dan telt elke seconde”.
De politie heeft de verdachten volgens hem op de hoogte gesteld dat hun foto’s naar buiten zouden worden gebracht. ,,De verdachten hebben de keuze ook gehad om toch te vertellen waar deze schatten waren. En anders zouden deze beelden naar buiten gaan. Dus hebben we deze keuze gemaakt”, reageerde de bewindsman voorafgaand aan de ministerraad.
Het gaat hier om ,,unieke” kunstwerken, aldus Van Weel. Hij sprak er tijdens een Europese vergadering deze week ook over met de Roemeense ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie. ,,Dit is een enorme klap daar.” De Roemenen zijn tevreden dat de politie zo snel verdachten heeft kunnen oppakken en ze hebben ook niet aangedrongen op extra acties van Nederland, aldus de minister.