‘Herders zijn vaak genuanceerd, houden van natuur, maar kennen de nadelen van de wolf.’ Foto: Marcel Jurian de Jong
Het beste is uit de buurt van de wolf blijven. Maar met een kudde van 240 schapen, voor een roofdier ‘wandelend fastfood’, is dat lastig. Een reportage uit de ‘frontlinie’.
Als ik voor vertrek handschoenen en jas aantrek om met de kudde mee te gaan, kijkt hoofdherder Julie Teunen (43) naar mijn boots. „Heb je geen andere?”
Nee, het zijn zelfs mijn enige winterschoenen. Ze trekt een bedenkelijk gezicht, net als haar collega Reinier van Klinken (62). De twee drukken mij op het hart laarzen of schoenen uit het kantoor van de schaapskudde in Balloo te pakken. Ik denk eerst: hoeft niet, maar volg toch hun advies.
„En je hoopt natuurlijk dat we vandaag een wolf tegenkomen”, zegt Van Klinken bij het naar buiten lopen. En voor ik kan antwoorden: „Geloof me, dat wil je niet.”
Hij vertelt wat een Drentse collega beleefde, niet heel ver van Balloo.
De schaapskudde op het Balloërveld, met in de verte de kerktoren van Rolde. Foto: Marcel Jurian de Jong
Vier wolven met ontblote tanden
„De man woont met zijn gezin in wolvengebied, op 200 meter van een roedel. Op een avond stonden er vier tussen de kooi en zijn huis, met ontblote tanden. Het is de meeste nuchtere kerel die ik ken, maar je wilt niet weten wat voor impact dat heeft. De kinderen gaan niet meer op de fiets naar sport en ’s avonds met de hond wandelen is er amper bij. Let wel: hij is niet antiwolf, hè.”
Van Klinken reageert eind november 2025 op een column mijner hand over dat de mens zich aan de wolf zou moeten aanpassen in plaats van andersom. Voor een herder met een kudde, schrijft hij, is dat nog niet zo eenvoudig: ‘Kom eens langs om te kijken wat dat daadwerkelijk voor ons betekent.’
Het maakt nieuwsgierig, maar aangezien deze krant en andere media zich al jaren de vingers blauw tikken over de wolf, vraag ik collega’s of zo’n reportage iets toevoegt.
Ja, krijg ik terug: ‘Er wordt vanachter computers heel veel geschreven ten faveure van de wolf, maar er is oprechte angst voor zo’n toppredator en in kleine natuurgebieden is dat deels terecht.’
En: ‘Herders zijn vaak ook wel genuanceerd: houden van natuur, maar kennen de grote nadelen van de wolf.’
Papieren herder
Dus ga ik begin januari in een ijskoud Balloo langs bij Van Klinken en Teunen. Hij omschrijft zichzelf als ‘papieren herder’, die tegenwoordig vooral bestuurswerk doet. Zij is hoofdherder van de kuddes in de natuurgebieden Strubben/Kniphorstbosch en Balloërveld.
De tien kuddes die Drenthe nog heeft zijn een miniem overblijfsel van wat ooit in het land van Bartje op de heidevelden liep. Brinkdorpen hadden soms kuddes van meer dan 1.000 dieren. In 1910 telde die provincie nog zo’n 30.000 schapen.
Schaapherder Reinier van Klinken: „Veel mensen weten niet wat de wolf voor ons betekent.'' Foto: Marcel Jurian de Jong
We krijgen het over de term ‘probleemwolf’. In mijn beleving een typisch Nederlandse kramp om iets te kaderen in ambtelijke taal, regels en voorschriften. Terwijl een wolf een wolf is en zich als wolf gedraagt. Instinctief, naar zijn natuur. Regels of geen regels.
Ook dat is te kort door de bocht.
Teunen: „Dat zou je dan ook van ons kunnen zeggen. Een mens is een mens.”
Hondsbrutaal en niet mensenschuw
Van Klinken: „In mijn vorige werk als psycholoog en bij de reclassering had ik te maken met mensen die dingen deden die de samenleving ook niet graag zag.”
Teunen vult aan: „Er zijn wolven in Nederland die gedrag vertonen wat van nature niet bij de wolf hoort. Zoals hondsbrutaal zijn en niet mensenschuw.”
Het bekendste voorbeeld is ‘probleemwolf’ Bram van de Utrechtse Heuvelrug. Van Klinken: „Als we het dier schuw hadden gehouden, bijvoorbeeld door hem met een paintballgeweer af te schrikken, had hij nog geleefd.”
Bram werd in december 2025 doodgeschoten, na aanvallen op schapen, het omverlopen en bijten van een kind en bijten van een wandelaar. Hij vertoonde onnatuurlijk gedrag door mensen te benaderen en was daarom een probleem.
Van Klinken: „Hoe minder wij de wolf opvoeden en des te minder schuw hij wordt, hoe eerder, of jij en ik het er mee eens zijn of niet, er beheerd gaat worden. En dat is een andere term voor afschieten. De wolf moet leren: de mens is foute boel.”
Teunen: „Hij maakt ook minder kans op de snelweg te belanden, want dat is nog altijd het lot van veel wolven in Nederland.”
De tien kuddes van Drenthe zijn een miniem overblijfsel van wat er vroeger rondliep. Foto: Marcel Jurian de Jong.
‘Zijn jullie gek geworden?’
Het natuurlijke gedrag leren ze bij ons wat af. Teunen: „Ook landen als Polen en Hongarije hebben wolven. Maar die zijn wel schuw en mensen blijven uit hun buurt. Als ze de filmpjes uit Nederland zien, zoals die waarop een wolf bijna speels in de kuiten van een wandelaar bijt, klinkt het: ‘Zijn jullie gek geworden?’”
Is Nederland, in vergelijking met die andere landen waar meer ruimte is, dan misschien te klein voor de wolf? Beiden blijven weg van die discussie en benadrukken er ‘neutraal’ in staan. Het maakt niet uit wat zij vinden. Dat beest is er, zal niet meer verdwijnen en dus hebben ze er mee te dealen.
Ik ga alleen op pad met Van Klinken. „De reden dat ik op jouw stukje reageerde was dat veel mensen niet beseffen wat het is om met een kudde de hei op te gaan. Wij staan in de voorste linie, de frontlinie ja, wij zien ze en ondervinden de gevolgen. Toen in oktober een wolf op Kampsheide liep, hier vlakbij, keek ik ’s ochtends naar mijn hond en wist niet of ik ’s avonds met haar terug zou komen.”
Die hond heet Haze, een Australian working kelpie. Een exemplaar van dat ras kan in haar eentje wel 600 schapen aan.
‘Wij lopen hier niet voor de show’
Als we naar de kudde in het weiland achter de kooi lopen neemt de hond een soort aanvalshouding aan. Het dichtstbijzijnde schaap kijkt even en draait dan de kop weg. Ten teken dat ze de dreiging voelt, respect heeft voor de hond en zich zal laten leiden.
De herder wil eigenlijk in westelijke richting, om niet vol in de wind te lopen, maar de kudde beweegt naar het oosten. „Ik laat het voor deze keer. Normaal houden we ons aan het begrazingsplan. Want wij lopen hier niet voor de show, niet alleen voor toeristen, maar doen aan natuurbeheer. Schapen kunnen tot 180 zaden in hun vacht hebben. Je laat ze die ergens oppikken en naar een plek brengen waar je ze hebben wilt.”
Schaapsherder Reinier van Klinken: „Wij lopen hier niet voor de show.'’ Foto: Marcel Jurian de Jong.
We zijn amper onderweg of een man en vrouw naderen met een loslopende hond. „Dat kan dus niet”, bromt Van Klinken. Haze is meteen alert, maar de andere viervoeter wordt direct aangelijnd.
Al na vijf minuten is duidelijk wat de herder met ‘frontlinie’ bedoelt. „Als we nu een wolf tegenkomen is er een probleem, ja. Ik bekommer me dan om mijn hond. Wat er met een schaap gebeurt is jammer en rot, maar Haze is belangrijker.”
Het is het enige wat de herder kan doen in het open veld. Een andere mogelijkheid is vaste of verplaatsbare rasteromheiningen onder stroom. „Als een wolf daar met de neus tegenaan komt krijgt hij een tik. Dat schrikt wel af.”
Maar die zijn slechts wolfwerend en helpen slechts ten dele. De predator kan eroverheen springen of zich er onderdoor graven. Wolfproof zijn alleen de dikke rasters aan de voorheen open zijkanten van de schaapskooi.
Minder wild afschieten
Ik opper dat ik las dat het zou helpen als er minder wild wordt geschoten. De wolf heeft daar dan genoeg aan en blijft weg van schapen en koeien. Maar de twee zijn ook in dat debat voorzichtig. Wel weet Van Klinken: „Als de wolf voldoende wild voor de kiezen heeft, zie je in de uitwerpselen slechts een paar procent schaap.”
Anderzijds: een schaap is minder smakelijk dan een ree, maar een gemakkelijker hapje. Van Klinken: „Kijk, zelf koken is lekkerder dan McDonald’s, het kost wel meer moeite.”
Ze doen wat ze kunnen aan preventie, maar dat vergt extra investeringen en personeel. Van Klinken: „Per kudde kom je op 40 uur in de week erbij voor beveiliging en preventie. Als je van je werk houdt kijk je niet naar uren, maar als het structureel wordt ben je mensen aan het opbranden.”
Hij rekent voor dat per kudde 1 extra fte nodig is, voor de tien Drentse kuddes is dat in geld zeg 6 ton per jaar, plus 4 ton voor materiaal en onderhoud. „Zit je op een miljoen per jaar. Ik weet dat we dat niet gaan krijgen.”
Wolvenraster bijna twee keer zo zwaar
Teunen: „Het is ook lichamelijk zwaar. Een standaard verplaatsbaar raster, zoals ook stadskuddes gebruiken, is 90 centimeter hoog. Die til ik bij wijze met één hand. Een wolvenraster is 1 meter 20 hoog. Bijna twee keer zo zwaar. Het opzetten moet bovendien nauwkeuriger. Om de stroom zo goed mogelijk te geleiden mag het raster niet in aanraking komen met begroeiing.”
Van Klinken: „We hebben op het Balloërveld vast omheinde stukken voor schapen, van 3 en 5 hectare. Maar we hebben ook zulke gebieden voor heidekoeien, in totaal 120 hectare. Er moet drie keer per jaar om al die rasters heen gemaaid worden.”
Maar overal rasters is onwerkbaar. Alleen al omdat installatie in beschermd natuurgebied aan veel regels is gebonden. Van Klinken: „Stel dat alle boeren alle weilanden op die manier wolfwerend maken. Hoe ziet het platteland er dan uit? Hoe kunnen reeën, dassen, zwijnen, en herten zich nog verplaatsen?”
Er wordt steeds meer gesproken over bewakingshonden. Drie kuddes in Drenthe hebben ze al. Van Klinken: „Echter, die zijn het meest effectief als ze loslopen. Maar dan kan geen wandelaar, met of zonder hond, in de buurt komen. Dat zijn honden van tussen de 40 en 60 kilo, gefokt om te beschermen. Die zien niet altijd het verschil tussen een wolf en een andere hond. Dus dat heeft weer gevolgen voor contact met het publiek.”
Wolf ook gevaar voor Heidekoeien
De Heidekoeien die Van Klinken noemt heeft Stichting Het Stroomdal, waar de kudde van het Balloërveld onder valt, sinds 2014. Een bijna uitgestorven ras, waarvan er nog slechts 140 van op de hele aarde waren.
Teunen: „Ook daarvoor is de wolf een gevaar. Stel dat we tussen de 40 en 70 procent kalverenverlies hebben, zoals elders voorkomt, dan kun je afscheid nemen van dat ras.”
Die koeien zijn wel weerbaarder, met als gevolg dat op de velden waar ze lopen een hondenverbod geldt. Van Klinken: „Ze hebben al contact gehad met de wolf en zien geen verschil met een aangelijnd huisdier. Als ze die zien, met name in de kalvertijd, hebben ze maar één doel: die hond moet dood.”
We gaan van het pad af, de heide in. Goed ingepakt valt de kou mee, al snijdt de wind langs wangen en neus. Een kudde gaat elke dag naar buiten, weer of geen weer, van ’s morgens vroeg tot eind van de middag en legt tussen de 6 en 15 kilometer af.
Handelspaden en galgenbergen
De schapen grazen het liefst, dus het is ook veel stilstaan. Ik ben blij met de hoge gewatteerde schoenen. Van Klinken vertelt graag, ook over wat niet direct met de schapen te maken heeft, zoals het oude cultuurlandschap rond het Balloërveld.
„Als je goed kijkt zie je lengterillen. Oude handelspaden. Soms meerdere naast elkaar. Was het ene onbegaanbaar dan gingen de mensen ernaast lopen. En vervolgens daar weer naast. Galgenbergen lagen direct langs de route. Als waarschuwing: hier wordt recht gesproken.”
We lopen op redelijke afstand van kudde en hond. Met de wolf in gedachten word ik onrustig. Van Klinken niet: „Ik maak me pas druk als er 800 meter tussen zit. Een luie herder heeft een goede hond. Ik vertrouw volledig op Haze.”
Een bewakingshond is evenmin dé oplossing. De wolf is behalve sterk ook slim. Roedels hebben tactieken. Bijvoorbeeld dat een deel aan de ene kant voor afleiding zorgt, terwijl de rest aan de andere kant schapen pakt. Of, zoals in Frankrijk bij kuddes die tien keer zo groot zijn als in Balloo, dat ze de bewakingshonden de hele nacht wakker houden en uitputten en de volgende dag hun slag slaan.
Wolven observeren eerst heel lang
Wat ze bovendien doen, leert Teunen, is observeren. Een wolf zal bij het zien van een kudde niet meteen een schaap grijpen. „Ze zijn voorzichtig en gaan eerst heel lang kijken. Je weet niet eens dat je wordt geobserveerd.”
Roedels zijn er al in Nationaal Park Drents-Friese Wold en in Midden-Drenthe. Van Klinken: „Wij hebben in onze gebieden nog steeds eenlingen. Maar vroeg of laat komt hier natuurlijk ook een roedel.”
Teunen: „Die eenlingen, zwervers, zijn misschien wel vervelender, want driester. Ze zijn alleen, moeten alert zijn, weten niet zeker of ze eten vinden en als ze gewond raken is er geen roedel die ze opvangt. Dus die nemen meer risico.”
Een schaap zit vast in een heidestruik. Van Klinken pakt zijn stok en trekt de doornentakken uit de vacht. Tegelijkertijd overkomt een andere schaap hetzelfde. Ik besluit te helpen. Mijn handschoenen beschermen tegen de stekels, maar het is een behoorlijk gewurg. De laatste tak zwiept tegen mijn neus die begint te bloeden.
Herders zijn ondanks de kans een schaap te verliezen gefascineerd door de wolf. Foto: Marcel Jurian de Jong.
Het is vooral stil op het Balloërveld
Wat Teunen vooraf over observeren zegt klinkt door tijdens het lopen en ik scan af en toe de omgeving, of ik misschien een wolf zie die ons observeert. Maar buiten de wind beweegt niks op het Balloërveld. Het is er vooral stil en dat is waar een herder ook tegen moet kunnen. Uren en uren alleen zijn met zichzelf.
Mijn suggestie dat, bij een ontmoeting met een wolf, schreeuwen en zwaaien en raar doen afschrikt, is ook te simpel gedacht.
Van Klinken: „Het is niet te voorspellen. De een gaat er wellicht met de staart tussen de poten vandoor, de ander trekt zich niks van je aan of keert zich tegen je.”
Hij is, ondanks de angst om schaap, koe of hond te verliezen tegelijk gefascineerd door de wolf. Van Klinken: „Een mooi beest. Alleen al hoe ze lopen. Alsof ze de grond niet raken. Imposant. Ja. Heel imposant.”
Sokken met afstandsbediening
Teunen gaat een stapje verder: „Mijn liefde voor de natuur zegt dat de wolf hier zou moeten kunnen zijn. Ik denk zelfs: wat sneu voor dat beest. Ons wegennet gaat er nooit minder dicht op worden plus hoe wij met hem omgaan. Als je met hem zou kunnen praten zou je misschien uitleggen: er zijn streken waar het veel beter voor je is.”
Van Klinken: „Er zijn wolvenexperts, mensen die pro-wolf zijn, die zeggen: ‘Ik gun de wolf Nederland niet’.”
Hoe schilderachtig het Balloërveld ook is, als een oude winter op een oud schilderij, de kou is in twee uur tijd toch de schoenen in gekropen. Mijn tenen zijn al gevoelloos. Dus laat ik de herder alleen met zijn schapen, zijn hond en zijn gedachten.
Als ik bij het afscheid vraag of hij geen koude voeten heeft, haalt hij een apparaatje uit zijn jaszak. Een afstandsbediening voor zijn verwarmde sokken.
Het Stroomdal
Stichting Schaapskudde Het Stroomdal, gevestigd in Annen, heeft schapen van twee beschermde rassen: Drentsche heideschapen en Schoonebeekers. In opdracht van Staatsbosbeheer en het Drents Landschap begrazen zij sinds 2006 het Nationaal Park Drentsche Aa.
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de schaapskuddes ook bijdragen aan het oplossen van het stikstofprobleem. De dieren verwijderen een flink deel van de neergeslagen stikstof uit de natuur door hun mest en urine in de potstal van de kooi te deponeren. Mest die weer gebruikt wordt in de circulaire landbouw.
De schapen alleen zijn echter niet genoeg voor het terugdringen van grassen als het Pijpenstrootje en Pitrus. Daarom is de kudde in 2014 uitgebreid met Heidekoeien. Schapen zijn fijnproevers, knabbelen van boven naar beneden aan de topjes, de koeien grazen een plek van links naar rechts kaal. Zo blijft het gebied open en vitaal.