Het burgemeester Tjalmapark in Hoogeveen was de laatste jaren vaak het decor van Hoogeveen Culinair Foto: André Weima
Als het aan de SGP in Hoogeveen ligt, wordt oud-burgemeester Jetze Tjalma voor zijn rol in en direct na de Tweede Wereldoorlog het ereburgerschap ontnomen en krijgt het naar hem vernoemde park een andere naam.
,,Dit eerbetoon kán gewoon niet’’, vindt fractievoorzitter Brand van Rijn.
Jetze Tjalma was maar liefst 31 jaar burgemeester van Hoogeveen (1927-1958). In 1963 werd hij benoemd tot ereburger van deze gemeente. Vijf jaar later werd het park achter het raadhuis naar hem vernoemd.
,,Wij willen dat er door het huidige gemeentebestuur van Hoogeveen in stevige woorden afstand genomen wordt van het handelen deze burgemeester’’, liet Van Rijn al op Twitter weten.
Volgens de fractievoorzitter kun je ‘iemand die medewerking heeft verleend aan de vreselijke deportatie van de Joodse gemeenschap in Hoogeveen’ niet eren met een park en het ereburgerschap.
Aanleiding voor de ferme uitspraken van de SGP-voorman is de naderende viering/herdenking van 75 jaar vrijheid. In januari volgend jaar wordt in veel gemeenten een tijdelijk lichtmonument onthuld dat herinnert aan de vervolging, deportatie en moord van Joden, Roma en Sinti tijdens de Tweede Wereldoorlog.
,,Een mooi initiatief’’, vindt Van Rijn. ,,Maar je moet wel recht doen aan de geschiedschrijving. Pas dan kan ons herdenken weer oprecht zijn.’’ Volgens de fractievoorzitter is op basis van gemeentelijke archieven gedegen onderzoek gedaan naar de handel en wandel van Tjalma. ,,Zelfs als maar de helft waar zou zijn, wil je zo’n persoon al niet eren.’’
Van Rijn heeft de kwestie al eerder in het fractievoorzittersoverleg aangekaart. ,,Maar dat was moeilijk, moeilijk, moeilijk. Volgens de burgemeester kan ingrijpen maar zo niet en moet er eerst goed door een historicus naar gekeken worden. Nou, dat is al gedaan.’’
Dat het de SGP ernst is, blijkt uit een geplande openbare bijeenkomst over deze kwestie, op 22 januari (19.30 uur) in de voormalige synagoge aan de Schutstraat.
Onder anderen streekhistoricus Albert Metselaar deelt daar zijn bevindingen. In een onderzoek naar de Joodse begraafplaats bij de Grote Kerk, waarvan de oorspronkelijke grens binnenkort hersteld wordt, schetst hij geen fraai beeld.
Tjalma ondertekende vrijwel direct na de overgave brieven aan alle Joodse inwoners om zich in mei 1940 bij de bezetter te melden, verleende medewerking bij de aanhouding en maakte alle administratie mogelijk voor het registreren van Hoogeveense Joden.
Hij volgde trouw de instructies over wegvoering naar werkkampen, schrijft Metselaar. ,,Het moment van wegvoering naar Westerbork, in de nacht van 2 op 3 oktober 1942, was administratief ook al zover voorbereid, dat de burgemeester dat weekend voor logeren naar familie kon, en na afloop kon zeggen dat hij er niets mee te maken had gehad.’’
Na de oorlog kreeg de zogeheten ‘zuiveringscommissie’, die juridische maatregelen kon nemen tegen vermeende collaborateurs, diverse beschuldigingen over Tjalma. De Drentse Commissaris Baron de Vos van Steenwijk voorkwam dat de Hoogeveense burgemeester weg moest.
Behalve streekhistoricus Metselaar voert op 22 januari ook een vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap in Drenthe het woord. Na de pauze is er een forumdiscussie. Fractievoorzitter Van Rijn: ,,We leggen gewoon alle kaarten op tafel, in de hoop dat er duidelijkheid ontstaat, want er is veel onwetendheid over Tjalma.’’
De SGP overweegt een motie in de gemeenteraad in te dienen. Van Rijn: ,,Als een raadsmeerderheid ook van mening is dat het ereburgerschap en de naamgeving van het park ongedaan moeten worden gemaakt, dan houdt niets ons tegen om dat te doen.’’
Veel Drentse burgemeesters kozen er in de Tweede Wereldoorlog voor om aan te blijven, omdat de bezetter anders een NSB’er zou benoemen. Alleen burgemeester Mackay van Meppel werd vervangen wegens openlijk verzet tegen de nieuwe machthebber.
Volgens het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) was de positie van burgemeesters in oorlogstijd ‘buitengewoon moeilijk’. ,,De burgemeesters vormden de schakel tussen het Duitse bezettingsbestuur en de Nederlandse samenleving. Zij moesten zich voortdurend de vraag stellen of ze naar eer en geweten hun werk konden blijven doen.’’
Jetze Tjalma, zoon van een predikant, was aangesloten bij de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). Vóór Hoogeveen was hij vijf jaar burgemeester van Genemuiden. Hij overleed in 1985 op 92-jarige leeftijd.