Afgelopen week: Maike van der Duin wint zilver op het WK baanwielrennen op het onderdeel scratch. Foto: ROBIN VAN LONKHUIJSEN
Enkele dagen na het behalen van het WK-zilver op de scratch, een koers over 40 ronden op de baan, heeft haar blijdschap niets aan kracht ingeboet. En de jonge Assense (20) heeft meer verrassende kanten.
,,Het was geweldig. Ik wist dat ik goed was en de scratch is wel een beetje mijn onderdeel, maar ik had geen idee hoe ik zou presteren in dit veld met allemaal toppers. Ik had echt niet verwacht podium te rijden. Tot mijn grote verrassing lukte dat wel. Dat het mijn eerste WK bij de elite was, maakte het des te mooier. Dat was wel effe genieten.’’
‘Een mooi begin. En nu op naar meer’
Op het omnium, een samengestelde wedstrijd, eindigde ze als negende in het klassement. Balen? ,,Nee, echt niet. Onze inzet was om te proberen top-8 te rijden. Nou ja, het is de negende plek geworden. Vergeet niet dat het omnium de belangrijkste wedstrijd is bij het duurwielrennen op de baan. Het is een olympische discipline en daar wil iedereen op zijn of haar best te zijn. Ik had geen idee wat me stond te wachten, want ik heb niet eerder met deze meiden op dit niveau gekoerst. Er zijn nog punten om aan te werken, maar deze negende plek zie ik als een heel mooi begin. En nu op naar meer.’’
Van der Duin weet wat winnen is. Ze doet het al van kinds af aan. Begin over de Asser Jeugdtour en de lach op haar gezicht krijgt nóg meer kleur. ,,Daar heb ik heel goede herinneringen aan. Toen ik als klein meisje voor het eerst meedeed aan de dikke-banden-race, won ik die ook nog.’’
‘Opboksen tegen de jongens, daar word je sterker van’
Hoewel ze niet uit een wielernest komt, heeft ze de smaak te pakken. De dikke banden maken plaats voor tubes. Niet zelden rijdt ze het hele peloton op een hoop. Meisjes én jongens, want bij de jeugd rijden alle kinderen samen. ,,Af en toe moest ik wel opboksen tegen die jongens, hoor. Maar daar word je beter en sterker van. Geweldige tijd. Later, bij de nieuwelingen en junioren, reed ik wel alleen met meiden.’’
Heel veel koersen later is ze inmiddels full prof, in dienst van de Britse ploeg Drops-Le Col. ,,Ik heb het geweldig naar m’n zin bij deze ploeg. Het zijn ervaren mensen, zowel de teamleiding als mijn ploeggenoten, en ik krijg alle vrijheid om het baanwielrennen te combineren met het rijden op de weg. Vroeger was het zo dat renners in de winter op de baan reden en in het voorjaar en de zomer op de weg. Maar dat is niet meer zo. De belangrijke baanwedstrijden zijn tegenwoordig meestal in de zomer. Ik moet daar dus een weg, een balans in vinden. Mijn ploeg laat mij daar vrij in en begeleidt me ook nog eens heel goed.’’
Hopen op uitnodiging voor de Tour de France
Het jonge blonde meisje, dat de dikke-banden-race won, heeft de lat steeds hoger gelegd. Op de baan wil ze zich blijven ontwikkelen om aan de wereldtop te kunnen blijven. Op de weg wil ze zoveel mogelijk wedstrijden op het hoogste niveau rijden. ,,Ik doe alles voor het fietsen. Dit jaar rijd ik nog het NK op de baan. Dit kampioenschap heeft voor mij niet de hoogste prioriteit, maar ik gebruik het meer om weer een stapje te kunnen maken.’’
Tegelijkertijd beginnen dan alweer de voorbereidingen voor het komende wegseizoen. ,,Ik wil zoveel mogelijk World Tour-wedstrijden rijden. Koersen op het hoogste niveau. Of ik ook de Tour de France voor vrouwen rijd? Het is heel spannend of we als ploeg worden uitgenodigd. Zo ja, dan is de kans groot dat ik van de partij ben.’’
Van der Duin is beroepsrenner, maar toch is fietsen niet het enige dat ze doet. ,,Ik heb mijn opleiding afgerond en af en toe werk ik in de zorg. Ik ben persoonlijk begeleider van mensen met een verstandelijke beperking in een woongroep in Assen. Ik vind het heerlijk om naast het fietsen af te toe in een heel andere omgeving werkzaam te zijn. Of dat zwaar is? Nee hoor, ik krijg er juist energie van.’’