Commissaris van de Koning Jetta Klijnsma (l) en Ingrid Redan, voorzitter van Comité 30 juni-1 juli Drenthe. Foto: Rens Hooyenga
In navolging van andere steden en provincies gaat ook Drenthe haar rol tijdens de koloniale tijd en de slavernij onderzoeken.
Dat zei Commissaris van de Koning Jetta Klijnsma zaterdag tijdens de Drentse herdenking van de afschaffing van de slavernij. Ook de gemeente Assen en het Drents Archief werken mee aan het onderzoek. „We hebben allemaal een verleden waarmee we te dealen hebben”, stelde Klijnsma na afloop van de herdenking en viering in het provinciehuis in Assen, die werd georganiseerd door het Comité 30 juni-1 juli Drenthe.
„Sommige zaken uit het verleden zijn mooi, en op anderen kun je niet bepaald trots zijn. Ik vind het heel belangrijk dat we zaken waar mensen tot op de dag van vandaag de treurigheden van ondervinden met elkaar delen. Zodat we met zijn allen kunnen proberen dat weg te nemen. Als je pijn niet vanuit de geschiedenis bekijkt, weet je ook niet waar het vandaan komt.”
‘Ook hier mensen die geld verdienden aan plantages’
Klijnsma, zelf historica, wil daarom dat Drenthe in navolging van onder meer Amsterdam, Groningen en Zeeland haar eigen koloniale verleden gaat onderzoeken. „Natuurlijk kun je heel makkelijk zeggen dat Drenthe in de 16e en 17e eeuw heel anders was dan Holland en Zeeland, maar dat is me te gemakkelijk. Ook hier woonden mensen die zich verrijkten met de opbrengsten uit plantages. Dus die waren direct of indirect medeverantwoordelijk.”
Hoe het onderzoek eruit moet gaan zien en hoeveel het gaat kosten, kan Klijnsma nog niet zeggen. Ook wanneer het onderzoek klaar moet zijn, is nog niet bekend. „Het zou mooi zijn als dat volgend jaar is.”