Dennis Kok uit Groningen ervaarde op zijn derde al discriminatie van leeftijdsgenootjes. Foto: Peter Wassing
Op 1 juli is het 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte. Die periode werkt nog altijd door in racisme, discriminatie en uitsluiting, merken Groningers van Surinaamse en Caribische afkomst. Drie Groningers vertellen over hun ervaringen.
Dennis Kok (47) uit Groningen Beroep: cultureel ondernemer en treedt op onder de naam DJ Lowpro
Wat is doorwerking eigenlijk? Volgens de Surinaams-Nederlandse Dennis Kok is het een breed begrip. „Het gaat over hoe mensen met Afrikaanse wortels benaderd worden, de discriminatie die zij al vanaf jonge leeftijd ervaren, de maatschappelijke positie die ze innemen en doorgroeimogelijkheden die ze hebben ten opzichte van anderen. Je begint toch met een 4-0 achterstand.”
„Dat geldt overigens niet alleen voor mensen met een migratieachtergrond”, vervolgt Kok, „maar ook voor witte mensen uit achterstandswijken, of hoe je die ook maar wil noemen.”
Dennis Kok uit Groningen ervaarde op zijn derde al discriminatie van leeftijdsgenootjes. Foto: Peter Wassing
Kok was drie jaar toen hij die achterstand zelf voor het eerst ervaarde, herinnert hij zich. „Toen maakte ik voor het eerst discriminatie mee. Dat andere kinderen zeggen dat je vies bent omdat je een kleurtje hebt. Dat je eruit ziet als poep of als pindakaas. Ook op de basisschool maakte ik dat soort dingen mee.” Lachend: „Af en toe moet je dan iemand even een bloedneus bezorgen, dan ben je er weer even vanaf. Dat is natuurlijk niet de beste manier. Je wordt al vroeg een strijder.”
Kok had vaak het gevoel dat mensen hem moesten hebben als het ‘mis’ was. Als kind werd hij vals beschuldigd van vernieling – „Er waren andere kinderen bij, maar ik was het enige zwarte jongetje” – en hij werd als jongere korte tijd onterecht verdacht van het plegen van een overval op een winkel. Het is hem allemaal niet in de koude kleren gaan zitten.
„Je vraagt je af waarom dit gebeurt. Het kan niet waar zijn dat je puur op basis van uiterlijke kenmerken in een bepaald hokje wordt gestopt. Ik werd er wel brutaler van. Ik wilde niet met me laten sollen, en kreeg er ook een bewijsdrang van. Ik wilde laten zien dat ik niet ‘die persoon’ ben.”
Hoe kan dit worden veranderd? Meer diversiteit in de top van organisaties en bedrijven zou veel helpen, denkt Kok. „Mensen hebben nu nog te veel blinde vlekken. Eigenlijk zou elke sector in Nederland een afspiegeling van de samenleving moeten zijn.” Ook zakelijk kan meer diversiteit interessant zijn, denkt Kok. „Het kan het bereik van organisaties vergroten, en daarmee ook hun omzet.”
Tamahli Wiashi (37) uit Groningen Beroep: pedagogisch medewerker op een buitenschoolse opvang, kinderyoga-docent en spoken word-artiest
De term ‘doorwerking’ is Tamahli Wiashi niet vreemd. Ze merkt regelmatig dat mensen haar anders behandelen vanwege haar uiterlijk. Bijvoorbeeld tijdens het allereerste oudergesprek op de school van haar dochter. „De juf begon Engels tegen me te praten. Ik zei dat ze gewoon Nederlands kon praten, dat ik dat kon verstaan. De juf zei dat ze het niet verkeerd bedoelde. Maar het is jammer dat zo’n gesprek op die manier begint.”
Het is niet het enige voorbeeld dat Wiashi noemt. Voordat ze pedagogisch medewerker werd, was Wiashi vijftien jaar kapster. „Een vrouwelijke klant zei ooit: ‘ik wil niet dat die zwarte mijn haar aanraakt.’ Daar werd ik heel verdrietig van. Waarom zeggen mensen dat?”
Tamahli Wiashi werd geboren in de Oosterparkwijk, maar ervaart regelmatig racisme. Foto: Peter Wassing
„Ik ben geboren en getogen in Groningen, in de Oosterparkwijk. Een echte Grunninger.” Wiashi oogt trots als ze vertelt dat ze Groningse is. „Vroeger sprak ik ook plat. Dat doe ik nu weleens voor de gein. Mijn moeder sprak geen Gronings, maar ‘gewoon’ Nederlands. Mijn grootouders spraken Engels, Spaans en Papiaments.”
Wiashi’s wortels liggen, behalve in Groningen, ook in het Caribisch gebied. Ook stamt Wiashi af van de oorspronkelijke bewoners van Venezuela en Mexico. Haar overgrootmoeder werd in de nadagen van de slavernij geboren. „De slavernij lijkt heel lang geleden, maar dat is niet het niet.”
„Mensen hebben een bepaald beeld van zwarte mensen. Dat we dom, niets waard, gevaarlijk of niet mooi zijn. Een beetje beestachtig of zo.” Die waardeoordelen hebben Wiashi lang dwars gezeten. „Maar nu weet ik dat ik trots mag zijn op waar ik vandaan kom en dat ik afstam van mensen die de slavernij hebben overlééfd. Ik stam af van ultrasterke mensen.”
Incidenten schrijft Wiashi van zich af in gedichten, waarmee ze optreedt als spoken word-artiest. Ze benadrukt het positieve te blijven zien in mensen. „Ik geloof erg in de mensheid. Niet alle witte mensen zijn hetzelfde, zoals niet alle zwarte mensen hetzelfde zijn. Iedere groep heeft zijn rotte appels. Omring jezelf met mensen die anders zijn dan jij. We moeten voor elkaar blijven openstaan.”
Joël Feliz (48) uit Groningen Beroep: Inspecteur bij de politie en hulpofficier van justitie
In het restaurant bovenin het Groninger Forum kijkt Joël Feliz naar de Martinitoren. „Groningen is echt mijn stad. Ik woon hier al zo lang, ik voel me ermee verbonden.” Feliz werd geboren in de Dominicaanse Republiek en verhuisde op zijn tiende naar Groningen. Hoewel hij zich naast Dominicaan dus ook Groninger voelt, heeft hij vaak het idee dat hij er niet helemaal bij hoort vanwege zijn afkomst en huidskleur.
In zijn werk als hulpofficier van justitie, bijvoorbeeld. „Ik heb precies hetzelfde moeten doen als de andere hulpofficieren, heb dezelfde opleiding gehad. Maar dat wordt niet van mij verwacht. Als iemand tijdens een incident op zoek is naar de hulpofficier ter plaatse, word ik in eerste instantie altijd voorbijgelopen.”
Inspecteur en hulpofficier van justitie Joël Feliz merkt dat hij anders wordt behandeld vanwege zijn huidskleur. Foto: Peter Wassing
Zoiets lijkt klein en onbenullig, maar volgens Feliz is het een direct gevolg van de koloniale tijd. „Ook na de slavernij bleef het idee bestaan dat wit slim is en zwart dom. Zo zijn we gevormd. Iets in ons maakt dat we denken dat een zwarte politieman met dreadlocks niet de hoogste in rang kan zijn. Dat zit in ons systeem.” Ook in zijn privéleven merkt hij vaak dat mensen hem ‘anders’ behandelen. „Hoe vaak ben jij in je leven staande gehouden door de politie? Ik kan het niet meer op twee handen tellen.”
Zijn de mensen uit deze voorbeelden dan racisten? Nee, stelt Feliz vol overtuiging. „Als je iets stoms doet, betekent dat niet dat je een stom persoon bent. Dat geldt ook voor racisme. Je hoeft geen racist te zijn om iets racistisch te zeggen.”
Wel vindt hij het van belang dat het koloniale verleden, en de gevolgen daarvan, als een gemeenschappelijk probleem worden gezien. „Racisme wordt benaderd als een probleem van zwarte mensen. Maar dat is het niet. Iedereen wil dat de samenleving inclusief en veilig is voor iedereen. Dat is nu niet het geval, omdat we dit thema vaak benaderen als een ‘zwart’ probleem. Zolang dat zo blijft, gaat er een groep blijven die hier weinig vanaf weet, weinig mee kan en er weinig mee doet.”