Gerrit Kamstra in de tuin van Museum De Buitenplaats. ,,Cultuur is per definitie ondemocratisch. We faciliteren niet alleen dingen die iedereen leuk vindt.'' Foto: Corné Sparidaens
Cultuurontwikkelaar Gerrit Kamstra ziet zijn pensionering naderen, maar hij wil er nog niet aan denken. ,,Ik ga volle bak door.’’ Gesprek met een eigenzinnige en gedreven Stadjer.
Hij is met recht een noorderling. Gerrit Kamstra werd geboren in Friesland, woont in Groningen en werkt in Drenthe. Lachend: ,,Nee, beter bestaat gewoon niet.’’
Al twintig jaar coördineert en ontwikkelt hij namens de provincie Drenthe cultuur. Daarvoor was Kamstra in Groningen actief, met een eigen organisatiebureau in Stad. ,,Maar ik deed ook vlooienmarkten, feesten en partijen. Organiseren zit in mijn bloed.’’
Ooit wilde hij sportleraar worden. Kamstra probeerde de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO), maar dat werd geen succes. ,,Ik was een sporter; volleybal, judo, daar was ik goed in.’’ Later studeerde hij rechten en lag een baan in de advocatuur in het verschiet.
Maar onderweg nam Kamstra de afslag ‘cultuur’.
Gerrit Kamstra in de tuin van Museum De Buitenplaats. ,,Cultuur is per definitie ondemocratisch. We faciliteren niet alleen dingen die iedereen leuk vindt.'' Foto: Corné Sparidaens
Verwondering
Nog altijd kijkt hij in verwondering naar zijn overstap naar de provincie Drenthe. Een bijzondere speling van het lot, typeert Kamstra. ,,Ik kreeg een vacature onder mijn neus geduwd waarin ze een ambtenaar cultuur zochten. Eerst dacht ik: over my dead body!’’
Maar de taakomschrijving in de openstaande functie bleef kietelen. ,,Ze vroegen iemand voor het opzetten en faciliteren van evenementen en festivals. Nou, daar hoeft niemand me iets over te vertellen. Het helpt me vandaag de dag nog altijd in mijn werk: dat ik beide kanten van de medaille ken, als ondernemer en ontwikkelaar.’’
Wie Kamstra voor het eerst ontmoet, denkt niet meteen met een ambtenaar van doen te hebben. Uiterlijk, persoonlijkheid en manier van praten plaatsen hem buiten dat kader. Hij afficheert zichzelf graag als volksjongen.
Toch is Kamstra ‘van de overheid’. Zijn kinderen plagen hem daar nog wel eens mee, door zijn functie te benadrukken. ,,Ik ben natuurlijk ook een ambtenaar, maar wel op mijn manier. My way. Ik ben vaker op pad dan op kantoor.’’
‘Er wordt veel geouwehoerd’
Hij werkt resultaatgericht. ,,Soms is dat lastig, want er wordt ook enorm veel geouwehoerd in de cultuursector. Iedereen heeft overal een opvatting over. Maar met alleen praten gebeurt er niets, je moet dingen ook laten gebeuren.’’
,,Als je doet wat iedereen wil’’, vervolgt Kamstra, ,,dan komt het niet goed. Dat klinkt tegenstrijdig, maar is het niet. Cultuur is per definitie ondemocratisch. We faciliteren niet alleen dingen die iedereen leuk vindt. Anders wordt het één grote grijze brij.’’
Bereik is niet heilig, poneert Kamstra. ,,Dan kun je bij wijze van spreken één grote braderie organiseren met podia en biertenten en je bent klaar. Everybody happy! Dat kan hoor. Maar als je méér wil zien, méér wil ontdekken, méér wil aanbieden, dan moet je soms expertise van buiten de provincie naar Drenthe halen. Het levert echt zó veel nieuw publiek op.’’
Als voorbeelden noemt hij Het Pauperparadijs, Jumping Jack en het recente Woeste Gronden, over het drama rond de boortoren bij ‘t Haantje. ,,BUOG, uit Leeuwarden, heeft de laatste twee prachtig vormgegeven.’’
‘Boerenrock zit gewoon goed in elkaar’
De provincie kijkt vooral naar een goede spreiding in de regio en het bedienen van zoveel mogelijk doelgroepen. Kamstra: ,,Dat houden we heel goed in de gaten. Net als de kwaliteit van het aanbod. En dan bedoel ik niet de artisticiteit. Daar kun je eindeloos over ouwehoeren. Kijk naar het Boerenrockfestival. Dat zit gewoon goed in elkaar en trekt veel publiek. Dan bied je volgens mij kwaliteit.’
Ingewijden noemen Kamstra eigenzinnig, iemand die kan doordrammen, maar ook mensen met elkaar verbindt en weet te enthousiasmeren. ,,Zo steek ik wel in elkaar, ja. Ik mag me ook graag overal mee bemoeien. Van Drents Museum tot beeldende kunst en architectuur in de openbare ruimte.’’
Tegen de stroom inroeien is hem niet vreemd. ,,In dit vak moet je power hebben, doorzettingsvermogen. Al heel snel gaat het in gesprekken over geld, maar de provincie is geen pinautomaat. Geld is niet leidend.’’
Gerrit Kamstra ziet zijn pensionering naderen, maar is er niet mee bezig. ,,De wedstrijd is nog niet gespeeld.'' Foto: Corné Sparidaens
Ruim 18 miljoen
Maar het is wel van belang. Drenthe besteedt jaarlijks ruim 18 miljoen euro aan kunst en cultuur. Op dat budget is niet bezuinigd. Het geld komt ten goede aan tal van instellingen en musea, Het Drents Landschap, Kunst en Cultuur Drenthe, Biblionet, erfgoed.
,,De gemeenten in Drenthe geven we jaarlijks ook zo’n zes, zeven ton. Dat geld kunnen ze zelf inzetten voor lokale evenementen en projecten.’’ Kamstra vindt dat hij er met zijn team in geslaagd is om grotere groepen deel te laten nemen aan kunst en cultuur. ,,Dat is door diversiteit en spreiding van evenementen en activiteiten enorm gestegen.’’
Stadjer Kamstra heeft ‘de Drent’ wel moeten leren kennen, erkent hij. Van de uitdrukking ‘turf, jenever en achterdocht’ is hem vooral de laatste typering bijgebleven. ,,Drenten kijken over het algemeen héél erg de kat uit de boom. Maar daar moet je dwars doorheen, anders lukt het niet.’’
Ondernemend
,,Aan de andere kant: Drenten zijn ook ondernemend. Er wordt in deze provincie bijvoorbeeld veel meer georganiseerd op cultureel gebied dan in Groningen. Met honderdduizenden bezoekers per jaar. Kijk alleen al naar de cijfers van het Drents Museum, het gevangenismuseum, Kamp Westerbork. En dan nog al die andere activiteiten.’’
Dat goede nieuws moet ook verteld, vindt Kamstra. ,,Jaren geleden had Drenthe geen Peer Group, geen Garage TDI, geen Loods 13, geen kwalitatief grote evenementen. Het gaat prima met de culturele sector in Drenthe.’’
Ondanks corona? ,,Ja. Natuurlijk was hier en daar een scheur in de broek zichtbaar, maar de infrastructuur is onbeschadigd.’’ Met een duidelijke kanttekening: ,,Covid-19 is een hel voor faciliterende diensten in de cultuursector. Podiumbouwers, bedrijven die voor licht en geluid zorgen. Die hebben daar enorm onder te lijden.’’
Dat de vaderlandse cultuursector door de pandemie piepend en krakend tot stilstand kwam, heeft niet alleen negatieve energie opgeleverd. Er was opeens veel tijd voor reflectie en analyse, voor nieuwe, creatieve oplossingen.
‘Ik werd er gek van’
Het zette ook een rem op de ongebreidelde groei van festivals. ,,Daar werd je mee overspoeld, ik werd er gek van’’, bekent Kamstra. ,,Elke scheet noemde zich een festival. Dat die overkill wordt genormaliseerd zou je een zegen kunnen noemen.’’
Volgens Kamstra kan iedereen die iets cultureels in Drenthe wil opzetten ‘in principe’ voor steun in aanmerking komen. Dat klinkt uitnodigend en laagdrempelig, maar de praktijk is altijd wat weerbarstiger. Er zijn voorwaarden.
Initiatieven moeten regio-overstijgend zijn, een adviescommissie kijkt naar de (artistieke) kwaliteit, de begroting wordt doorgelicht. En dus zijn er ook afvallers: plannen en ideeën die te licht bevonden zijn of organisaties die de zaakjes niet voor elkaar hebben.
‘Heel ruimhartig’
,,Allemaal waar’’, reageert Kamstra, ,,maar ik durf wel te stellen dat deze provincie heel ruimhartig is.’’ Om in een adem over te schakelen op de economische waarde van cultuur. ,,Deze sector levert veel meer op dan we er in steken. Wel het tienvoudige van wat het ons kost. Veel bedrijven en ondernemers verdienen er een goede boterham mee.’’
,,De spin-off is groot’’, vervolgt hij. ,,Duizenden mensen in Drenthe werken in de cultuur- en vrijetijdsector. Die groeit ook nog steeds. We hebben hier alleen al meer dan vijftig musea. Het is gewoon keiharde economie. Kijk, je kunt hier prima fietsen en wandelen, maar onderweg wil je ook wel een kopje koffie drinken of een expositie of voorstelling bezoeken.’’
Toch is Drenthe, als het om kunst en cultuur gaat, geen makkelijke provincie. Grote bezoekersaantallen zijn hier geen garantie, landelijke fondsen zien Drenthe regelmatig over het hoofd en het eigen publiek is kritisch en afwachtend. Alleen al daarom moeten cultuurmakers hier een stapje extra zetten.
,,De aandacht in de media voor cultuur is de afgelopen tien jaar verveelvoudigd’’, stelt Kamstra vast. ,,Daar ben ik blij mee. Maar ik constateer ook dat veel Emmenaren nog nooit in het Atlas Theater zijn geweest en veel Hoogeveners De Tamboer niet van binnen kennen.’’
Uitgestorven
Dan, met armgebaar en stemverheffing: ,,Kijk om je heen, dit is toch ook exemplarisch voor een theater?!’’ We zitten in het horecagedeelte van De Nieuwe Kolk (DNK) in Assen. Het is er uitgestorven. De deur zit op slot, het licht is uit.
Dat stoort hem.
,,Ik ben er heel erg voor dat theaters overdag de deuren openen. Ze moeten meer de productierol oppakken. Minder reguliere voorstellingen en meer samenwerken met de lokale bevolking. Ga met verenigingen, ondernemers en horeca om tafel om leuke initiatieven te bedenken. Stop dáár meer tijd in.’’
,,Mensen moeten het gevoel krijgen dat het theater ‘van ons’ is. Dat ze er overdag ook terecht kunnen, voor de kopje koffie, een bijeenkomst, vergadering, beurs of gewoon een praatje. Het moet een beetje de reuring van een treinstation hebben.’’
Gerrit Kamstra, provinciaal coördinator cultuur, vindt dat het prima gaat met de culturele sector in Drenthe. ,,Drenten zijn ondernemend.'' Foto: Corné Sparidaens
‘Gooi de tent overdag open’
Dat Drenthe met vier grote theaters te veel vierkante meters en stoelen heeft voor deze dunbevolkte provincie wuift Kamstra weg. ,,Er is publiek genoeg, maar dan moet je wel andere dingen doen dan alleen het kunstje van de reguliere programmering. Gooi de tent overdag open. Het is een publiek gebouw, overeind gehouden met publiek geld.’’
De spraakwaterval valt even stil om de keel te smeren met koud geworden koffie. ,,Maar goed’’, pakt Kamstra de draad weer op, ,,feitelijk gaat de provincie niet over de theaters, dat is het pakkie-an van gemeenten.’’
Hij is nu bezig met de opzet en invulling van het Van Gogh-jaar, in 2023. Met de gemeenten Hoogeveen, Emmen en Coevorden, Drents Museum en Marketing Drenthe wordt volop gebrainstormd. ,,Van Gogh is maar een blauwe maandag in Drenthe geweest, maar als we een Van Gogh-jaar willen optuigen dan moet het ook wat voorstellen. Anders moet je het niet doen.’’
Tegen de tijd dat het programma van start gaat, werkt Kamstra al niet meer bij de provincie. Hij grimast. ,,De gedachte alleen al. Potverdorie. Ik ben bezig met iets waar ik zelf geen uitvoering aan kan geven. Vind ik lastig.’’
Pensioen
Kamstra ziet zijn pensioen naderen, maar hij wil het er eigenlijk niet over hebben. ,,Het is dat jij er nu over begint, maar ik ben er niet mee bezig. Man, het duurt ook nog anderhalf jaar, dus waar hebben we het over? Ik ga volle bak door.’’
De wedstrijd is nog niet gespeeld, benadrukt hij. ,,We moeten blijven investeren in nieuwe voorstellingen, spraakmakende evenementen en jonge mensen in de gelegenheid stellen mooie dingen te maken en te doen.’’
En als hij toch afscheid moet nemen? ,,Dan ben ik ook écht weg. Zo werkt het dan ook wel weer.’’
Terwijl Kamstra via zijn mobieltje contact zoekt met de ‘sleutelhouder’ van De Nieuwe Kolk om ons weer naar buiten te loodsen, zegt hij: ,,Weet je, soms denk ik ook: nu even géén cultuur, maar gewoon lekker op de bank of in de tuin.’’