Boeren vrezen voor het voortbestaan van de landbouw na het bekendmaken van een concept-landschapsvisie voor de natuurgebieden op de grens van Drenthe en Friesland. Hoe zit dat?
Wat is die landschapsvisie eigenlijk?
De nationale parken Drents-Friese Wold en het Dwingelderveld maken samen met het Holtingerveld een zogenoemde landschapsvisie voor Zuidwest-Drenthe. De ruimte in Nederland is beperkt en staat onder druk. Om de natuur te beschermen, willen de natuurparken duidelijk maken welke maatregelen daarvoor nodig zijn.
Daarin willen zij ook andere partijen betrekken via een stuurgroep. Daarin zitten afgevaardigden van onder andere de gemeenten uit dit gebied, de provincies Friesland en Drenthe en natuurorganisaties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Ook boerenbelangenvereniging LTO Noord, Recreatieschap Drenthe en Recron, de brancheorganisatie voor recreatiebedrijven, zijn aangehaakt.
De boeren in dit gebied zijn enorm geschrokken van die conceptvisie, zegt LTO Noord. „Wij vinden dat niet genoeg is geluisterd naar de input van de landbouwsector”, zegt Arend Steenbergen die namens LTO Noord in de stuurgroep zit. „LTO zit weliswaar aan tafel, maar vanaf het begin zien wij dat de landbouwstandpunten nauwelijks aan bod komen. Nu er een conceptversie klaar is waaruit dat opnieuw heel duidelijk blijkt, komen wij in verzet.”
Het toekomstperspectief dat de landschapsvisie neerzet voor de agrarische sector is volgens Steenbergen niet reëel. „Hier is veel ruilverkaveling geweest in het verleden, waardoor boeren in de beekdalen zijn terechtgekomen. Deze visie wil grondwaterverhoging in die beekdalen. Dan zeg je eigenlijk dat er geen plaats meer is voor landbouw. Ja, er is volgens de visie plek voor het houden van waterbuffels en de teelt van lisdodde. Daar is helemaal geen vraag naar. Dit document doet ons vrezen voor de toekomst van onze sector.”
Is de angst van de boeren terecht?
„Dit is een conceptversie, bedoeld om reacties mee op te halen”, zegt stuurgroepvoorzitter Henk van Hooft. „Ook voor de stuurgroep is dit pas het eerste moment om er inhoudelijk wat van te vinden op weg naar een definitieve visie. Wij hebben allerlei reacties opgehaald en deze van LTO is er één van. Die nemen we mee in het vervolg.”
Gezien de felle reactie van LTO is Van Hooft ervan overtuigd dat er voor de stuurgroep nog veel werk te verzetten is. „Op sommige punten moet het misschien beter worden uitgewerkt en daar nemen wij de tijd voor. Daarom kan ik nu ook niet inhoudelijk reageren op wat ik van de kritiek van LTO vind. Daarvoor is het simpelweg te vroeg.”
Van Hooft erkent dat sommige delen van de conceptvisie lastig te lezen zijn. „Er zitten bijvoorbeeld grafische weergaves en kaartjes in en we weten sinds de stikstofkaart hoe gevoelig die kunnen liggen. Ook wij als stuurgroep zitten nog met vragen over bepaalde gedeeltes. We bekijken daarom de opmerkingen van alle partijen heel serieus, dat moge duidelijk zijn.”
Conceptvisie of niet, de boeren in het gebied hebben inmiddels ruim 700 handtekeningen verzameld tegen het document in wording. Volgens Johan Moes, betrokken bij die actie, is „een beetje bijsturen” niet voldoende. „Dit gebied is voor 80 procent eigendom van boeren en is dus veel meer dan alleen natuur. Dat moet duidelijker in deze visie naar voren worden gebracht, anders kunnen wij niet akkoord gaan.”
Wat als de visie straks klaar is?
In het voorjaar komt de stuurgroep met een aangepaste conceptversie, waarover ook weer gedebatteerd zal worden. Wanneer de definitieve versie gereed is, en of alle betrokken partijen zich hier in zullen gaan vinden, durft voorzitter Van Hooft niet te voorspellen.
„Het zal niet gemakkelijk worden om consensus te bereiken. Toch ga ik ervan uit dat het gaat lukken”, zegt hij. Bedoeling is dat overheden en bevoegde instanties met de landschapsvisie in de hand beleid gaan maken.
„Wat zij uiteindelijk wel of niet doen aan de hand van deze visie, blijft daarbij uiteindelijk aan hen”, weet Van Hooft. „In theorie kan een provinciebestuur of een gemeente straks zeggen: we doen hier helemaal niets mee. Toch hopen wij een document af te leveren waar beleidsmakers wel degelijk steun aan hebben. Of dat nou op landelijk, provinciaal of lokaal niveau is.”