Artsenfederatie KNMG heeft een ruimer standpunt ingenomen rond euthanasie bij dementie. Euthanasie mag nu onder voorwaarden worden toegepast als een patiënt daar zelf niet meer over kan communiceren. De reacties op het standpunt zijn wisselend.
Volgens de nieuwe richtlijnen van de KNMG (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst) mogen artsen nu ook euthanasie toepassen bij een persoon die een schriftelijke wilsverklaring opstelde toen hij of zij nog helder van geest was, maar met wie overleg daarover door vergevorderde dementie niet meer mogelijk is.
De wet maakte euthanasie in deze bijzondere gevallen al mogelijk door een uitspraak van de Hoge Raad van april vorig jaar, in een zaak die de ‘koffie-euthanasie’ is gaan heten. Daar paste een huisarts in 2016 euthanasie toe bij een zwaar demente 74-jarige vrouw in Den Haag, nadat hij eerst slaapmiddel in haar koffie had gedaan. De vrouw had uitdrukkelijk in haar wilsverklaring opgetekend niet in een verzorgingshuis te willen worden opgenomen. De arts werd door het Openbaar Ministerie vervolgd voor moord en de strafprocedure duurde jaren, tot vorig jaar de hoogste Nederlandse rechter oordeelde dat dit geoorloofd was.
Artsen in onzekerheid
Tot nu toe was de richtlijn van de KNMG: als communicatie met de patiënt niet meer mogelijk is, is euthanasie ook geen optie meer. Hierdoor verkeerden artsen in onzekerheid, omdat ze nog wel voor een medisch tuchtcollege zouden kunnen eindigen bij toepassing van euthanasie in deze gevallen. Door de aanpassing van de richtlijn, zou een eind moeten komen aan de onduidelijkheid. De verruiming kwam tot stand na uitvoerige gesprekken met artsen en specialisten.
Aan de al geldende voorwaarden voor euthanasie wordt niets veranderd. Zo moet een arts nog steeds vaststellen of het verzoek van een patiënt een weloverwogen keuze is en moet er sprake zijn van uitzichtloos lijden. Daarnaast moet nu onder meer het schriftelijke euthanasieverzoek altijd met een arts of specialist vooraf zijn besproken. Ook moet altijd geprobeerd worden te communiceren met de patiënt over de euthanasie en de uitvoering, ook als deze wilsonbekwaam is. Is communicatie onmogelijk, maar wordt actueel lijden vastgesteld, kan de arts euthanasie verlenen.
Nog steeds keuze van de arts zelf
Nog steeds is het uiteindelijk de keuze van de arts zelf. De wilsverklaring is geen eis die een specialist verplicht om iemands leven te beëindigen. De KNMG geeft in haar standpunt artsen in de eerste plaats handvatten mee om uiteindelijk samen met patiënten en naasten tot een beslissing te komen.
Verder stelt de artsenfederatie in het nieuwe standpunt dat vlak voor euthanasie het gebruik van premedicatie, zoals een rust- of slaapmiddel, noodzakelijk kan zijn. Op voorwaarde dat er aanwijzingen zijn dat er bij de uitvoering bijvoorbeeld onrust of agressie bij de patiënt kan ontstaan, doordat diegene niet begrijpt wat er gebeurt, schrijft de KNMG.
‘Ongelooflijke verbetering’
Advocaat Tim Vis heeft veel ervaring met medisch-ethische kwesties in het strafrecht. Vis stond artsen bij in straf- en tuchtzaken over euthanasie bij dementie en is bijvoorbeeld de advocaat van Jos van Wijk, de 73-jarige voorzitter van Coöperatie Laatste Wil, die wordt vervolgd op verdenking van hulp bij zelfdoding.
Volgens Vis is het nieuwe KNMG-standpunt een ‘ongelooflijke verbetering’. „Patiënten die in deze situatie raakten, stonden hiervoor vaak in de kou, omdat de onzekerheid vaak druk bracht voor huisartsen en specialisten, waardoor ze misschien in schrijnende gevallen niet hebben doorgezet. De verruiming dat het belang van de patiënt weer voorop komt te staan, niet dat van het OM, tucht- of strafrechter.”
Hij stelt dat het om enkele gevallen per jaar gaat. „Misschien soms zelfs maar één op jaarbasis. Toch is deze wijziging belangrijk voor iedereen. Je wilt dit soort zaken goed geregeld hebben, ook gelet op de groter wordende vergrijzing in Nederland.”
Blanken denkt dat de verruiming vanuit de KNMG weinig zal veranderen. Sterker nog, het stelt hem als patiënt nauwelijks gerust. „Het lijden aan dementie ontstaat vaak uit de angst voor het ‘mensonwaardige’ einde, in de jaren waarin je nog wel beseft wat je te wachten staat. Ik zou de wet veranderen en een ‘achterblijversclausule’ invoeren. Zo’n bepaling moet maken dat naasten een grotere stem krijgen in het besluit van een arts wanneer een diepdemente mens euthanasie moet kunnen krijgen, zoals die patiënt in zijn wilsverklaring heeft gevraagd.”
„Arts en achterblijver zouden samen met de patiënt de angst kunnen beschrijven in een wilsverklaring. Die huisarts moet dan ook de behandelend arts blijven tot en met de euthanasie. En als ze de patiënt kunnen beloven dat ze voor hem zullen zorgen en dat hij mag sterven als hij zo dement is dat hij daar zelf niet meer onder lijdt, zal hij allicht veel minder lijden in de tijd die hem nog rest.”
Chabot is geschrokken van het nieuwe standpunt van de artsenfederatie. „Nederland heeft zich te houden aan het mensenrechtenverdrag van de Verenigde Naties. Daarin staan de rechten beschreven voor mensen met een handicap, waar dementerenden onder vallen. Dat verdrag zegt dat deze mensen fundamentele rechten behouden, zoals het recht op leven, zelfbeschikking en de integriteit van het eigen lichaam. Als zo’n patiënt euthanasie zou willen weigeren, maar dat niet kan uitspreken, mogen we dat niet wegschuiven.”
Dat de KNMG zich voegt naar de zorgvuldigheidseisen van de Hoge Raad, maakt het voor Chabot juist schrijnend. „Omdat de Hoge Raad in het arrest van de bewuste zaak niet is ingegaan op dat VN-verdrag, terwijl het in onze grondwet is verankerd. De artsenfederatie is wat mij betreft ook niet bevoegd om te oordelen over de inbreuk op een grondrecht. Alleen een wetgever mag dat doen.”
Psychiater Boudewijn Chabot hielp dertig jaar geleden mevrouw Hill Bosscher uit Ruinen bij zelfdoding en werd daarvoor vervolgd. Foto: Jean-Pierre Jans