Een gevelmuur in Leermens is scheefgetrokken door bodemdaling. Foto: Archief / Anjo de Haan
De rechtszaak tussen de NAM en de Nederlandse staat was deze week een juridisch steekspel vol muggenzifterij. De oliemaatschappij doet er alles aan om niet over de brug te hoeven komen.
Ooit verdienden de NAM en de staat samen aan de gaswinning, nu bakkeleien ze over rekeningen. De voormalige kompanen zijn veranderd in kemphanen. Beide partijen gaan daarbij erg ver om de winst uit het vuur te slepen in het miljoenenconflict.
De rechtszaak gaat om herstelbetalingen in 2020 en 2021. De overheid heeft een factuur op tafel gelegd met een totaalbedrag van 800 miljoen euro, voor schade aan huizen en waardedaling. De NAM vindt dat veel te veel en heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken voor de rechter gesleept.
Statistieken en grafieken
Het technische en juridische circus ging dinsdag en woensdag verder. Net als maandag was de discussie vinnig. Wie zich door de juridische woordenbrij heen wist te slaan, kon zich laven aan een keiharde strijd in de rechtbank tussen de NAM en de staat. Beide partijen deden er alles aan om de rechter te laten zien: wij hebben gelijk, zij zitten fout.
Niet voor niks zaten de banken op dinsdag en woensdag opnieuw vol met extra strijdkrachten, zoals een batterij aan experts. De deskundigen mochten tegenover de rechter urenlang leeglopen over modellen en formules. Het regende grafieken, statistieken, veronderstellingen en verdachtmakingen.
Wollig gewauwel
Er werd op detailniveau gebrabbeld over bodemdaling, trillingsnelheden en grondwaterstanden. De effecten van droge zomers, of juist natte. En was hier nu wel of niet een ‘geofysisch stabiele toestand’? Het leek een schoolcollege over de Groninger bodem, maar dan niet bedoeld om te onderwijzen, maar om de rechter te bespelen.
De rechters, die de rapporten van te voren uitgebreid hadden bestudeerd, waren het wollige gewauwel op een gegeven moment wel een beetje zat. „U mag kort op elkaar reageren of iets wel of niet klopt. Het lijkt nu wel of we in een soort ragfijn juridisch woordenspel belanden.”
‘Die mag voor rekening van de schatkist’
De tactiek van de NAM was duidelijk: twijfel zaaien. De olieclub blijft erop hameren dat er te ruimhartig wordt gesmeten met geld. Aan de voorkant prima als de overheid dat doet, maar aan de achterkant de ‘olies’ opzadelen met een miljoenenfactuur? Ho maar. „Hier is niet langer sprake van aansprakelijkheid van de NAM, maar van een politieke keuze. Die mag niet voor rekening van de NAM komen, maar voor rekening van de schatkist.”
Onzin, vonden de advocaten van de minister. De overheid had zich keurig aan de richtlijnen gehouden en de doorbelasting naar de NAM klopte als een bus. De talloze pogingen om het standpunt van de minister te ondermijnen leidden tot frustratie bij de landsadvocaat. Hij wees erop hoe selectief de oliemaatschappij met getallen uit rapporten omspringt. „Dat is geen wetenschappelijke onderbouwing, dat is een internet-enquête.”
‘Dat is fysiek onmogelijk’
De NAM haalde alles uit de kast. De olie-advocaten snauwden dat de minister ‘krampachtig’ vasthield aan de gemaakte rekensommen en mopperden dat ze die niet mochten inzien. En eigenlijk is ernstige schade aan huizen door aardbevingen in Groningen sowieso onzin, kwam nog net niet letterlijk uit de mond van een van de NAM-experts. „We zien nergens in de wereld zware schade aan huizen door bevingen met dezelfde kracht als ‘Huizinge’, zelfs niet als die huizen van klei gebouwd zijn.”
De aardbeving van Huizinge in 2012 had een kracht van 3,6 op de schaal van Richter. Dus hoe zou het dan kunnen dat de bevingen in Groningen zo veel meer schade veroorzaken? „It doesn’t match.” Later zei hij iets vergelijkbaars: „Hoe kun je zonder een aardbeving te voelen wel scheuren in je huis hebben? Dat is compleet fysiek onmogelijk.”
‘De NAM wil geen cent te veel betalen’
De NAM kreeg er genadeloos van langs van de landsadvocaat. Die moest niet zo ‘klagen’, de kritiek was ‘nauwelijks serieus te nemen’. De argumentatie tegen de miljoenenfactuur noemde de advocaat ‘ongeloofwaardig’, want het oliebedrijf kwam niet met ideeën hoe het dan wél had gemoeten. „De NAM heeft in 2018 en 2019 een handtekening onder de afspraken gezet en daar nota bene mee ingestemd. Het is ongepast om nu zo te doen. Wat de NAM doet is de koe in z’n kont kijken.”
De NAM wist er zelfs een uitloopdag uit te slepen voor het slotpleidooi, waarbij beide partijen nog een laatste keer het woord kregen. Tot ongenoegen van de landsadvocaat, die daar duidelijk weinig zin in had. De NAM zet de hakken in het zand, tot de laatste snik. Voor het ministerie is het klip en klaar: de schadeafhandeling van de Groningers hoeft wat de NAM betreft helemaal niet ruimhartig. Het mag vooral hun winst niet drukken, stelde de landsadvocaat. „NAM wil kennelijk geen cent te veel betalen.”
Donderdag hielden beide partijen alsnog hun slotpleidooi. De rechters gaan zich nu maandenlang buigen over wie er gelijk heeft en willen uiterlijk 12 juni uitspraak doen.