Bijzonder op het Jonge Harten Festival in Groningen: 'What remains' van Zoë Demoustier (29) uit Brussel. 'Tussen de oudste en de jongste op het toneel zit 70 jaar leeftijdsverschil'
In 'What remains' van Ultima Vez en choreograaf Zoë Demoustier staan jongeren en ouderen samen op het toneel. Foto: Kurt van der Elst
In ‘What remains’, te zien op het Jonge Harten Festival in Groningen dat 15 november begint, staan verschillende generaties samen op de toneelvloer. De jongste danser is 7, de oudste 77.
De Belgische choreograaf Zoë Demoustier onderzoekt met de voorstelling wat het betekent om ouder te worden, maar haalde zich wel wat op de hals. ,,Het viel niet mee om met ouderen en kinderen tegelijk te repeteren, maar er zijn hechte vriendschappen ontstaan.”
Het Jonge Harten Festival in Groningen is er vooral voor jongeren, maar in What remains van het Belgische gezelschap Ultima Vez staan ook heel andere generaties op het podium. ,,Tussen de jongste en de oudste danser zit 70 jaar leeftijdsverschil”, vertelt choreograaf Zoë Demoustier (29) uit Brussel. Haar voorstelling gaat dan ook over generaties en wat ze aan elkaar doorgeven, maar ook over wat mensen verliezen.
Het stuk is geïnspireerd door de klassieker Hersenschimmen van J. Bernlef, over een dementerende man die steeds verder verstrikt raakt in zijn herinneringen en hersenspinsels. ,,Toen ik de voorstelling maakte – zo’n drie jaar geleden – was de vader van mijn toenmalige vriend net overleden. Hij had alzheimer en het was in de covidtijd, dus het was heel verdrietig. Hij was geïsoleerd en daardoor verslechterde zijn toestand heel snel. Het riep bij mij vragen op over wie je nog bent aan het einde van je leven, als herinneringen vervagen.”
Familie met wisselende rollen
In What remains zien we dat aftakelingsproces door de ziekte van Alzheimer op een abstracte manier verbeeld, vertelt Demoustier. ,,We zien op het toneel een soort familie, al weten we dat niet zeker, het zou ook kunnen dat ze jonge en oude versies van zichzelf zijn. Ze maken samen een soort tableaus, bewegingscomposities. Eerst is dat verstild en statisch, maar gaandeweg wordt het dynamischer. De tableaus herhalen zichzelf, maar ze veranderen ook.”
,,Ook wisselen de rollen, zodat je als toeschouwer gaat twijfelen. Er ligt een vrouw op de grond, maar daar lag toch net een man? En uiteindelijk blijven de kinderen over, het begin van een nieuwe levenscirkel.” Ze probeerde daarmee de toeschouwers de verwarring te laten ervaren die alzheimerpatiënten ook voelen. ,,Je weet uiteindelijk niet meer zeker wat je eerder hebt gezien.”
Beeld uit 'What remains' van Ultima Vez. Foto: Tom Herbots
‘Vriendschappen tussen jong en oud, die zie je niet veel’
Het was uitdagend voor de jonge choreograaf om die verschillende generaties samen te laten dansen. ,,De spanningsboog is heel anders. De jongste van de kinderen was 4 jaar toen we begonnen met repeteren. De kinderen waren na een halfuurtje improviseren echt wel klaar, terwijl de ouderen graag meer tijd en verdieping wilden. En de ouderen moeten zich echt meer concentreren om bepaalde bewegingen, zoals op de grond vallen, te maken. Het gaat niet meer zo gemakkelijk.”
Wat hielp, was een tripje van twee weken naar Frankrijk met de hele groep. ,,Om te repeteren, maar ook om samen te zwemmen, wandelen, spelletjes doen. Er ontstond een familiegevoel, een kleine hechte gemeenschap van een stuk of twintig mensen. Dat is denk ik wel mijn grootste overwinning: dat er vriendschappen zijn ontstaan tussen deze mensen van verschillende generaties. Dat zie je in onze samenleving niet veel.”
‘Een plek voor oudere dansers’
De vijf kinderen op het toneel zijn via audities gekozen, voor de vier volwassenen benaderde Demoustier daarnaast ook bekenden. Zo speelt haar oud-docent van de mime-opleiding in Amsterdam Irene Schaltegger mee. Ook haar eigen broer Misha (24) kreeg een rol als de enige jongvolwassene op het toneel, die tussen kindertijd en volwassenheid in zit. Demoustier vroeg verder Karin Vyncke, een in België vooraanstaand danser en choreograaf, om mee te doen.
,,Ik was zó zenuwachtig om haar te vragen. Maar ik vind het ook belangrijk om oudere dansers zo een plek te geven. Als pleidooi om te laten zien dat het niet alleen maar om jonge, atletische lichamen moet draaien. De meeste dansers zijn met 35 jaar wel met pensioen. Is er daarna nog plek voor je? Dat kan wel onzekerheid opleveren. Maar ieder lichaam heeft eigen kracht, het hoeft niet allemaal hetzelfde en perfect te zijn.”
Zoë Demoustier. Foto: Tom Herbots
‘Uitdaging voor scholieren’
Curator/programmeur Gregory Caers (49) van Jonge Harten, zelf afkomstig uit Gent, is onder de indruk van Demoustier en gaf haar daarom, in samenwerking met SPOT, een plaats op het festival. ,,Ik ken Zoë al vanaf haar 8ste. Toen was zij al danser en ik nog regisseur. Ze timmert onderhand steeds meer aan de weg, haar eigen weg. Zo maakte ze vorig jaar een dansvoorstelling in samenwerking met een Canadees gezelschap. Ze is nu bij Ultima Vez onder de hoede van Wim Vandekeybus, die jonge makers ondersteunt in hun ontwikkeling.”
,,Wat ik de kracht van de voorstelling vind, is dat iedereen er wel herkenning in vindt. Jongeren zien andere jongeren op het toneel, maar ook het kind dat ze net geweest zijn. Ikzelf, als bijna-vijftiger, zie de generaties waar ik mezelf doorheen heb gesparteld, maar ook wat nog op je afkomt. Dat vond ik heel confronterend. Ik kan me voorstellen dat als je deze voorstelling als ouder met je tiener gaat bekijken, er heel goede gesprekken uit voort kunnen komen.”
‘Wat neem je mee, wat geef je door?’
What remains past naadloos bij het thema dat vooral in het openingsweekend van Jonge Harten veel aandacht krijgt: familieverbanden. Caers: ,,Wat neem je mee, wat geef je door? De mens heeft de neiging om dingen vast te houden, tradities, dat merk ik ook als ik met mijn eigen vader spreek. Maar de wereld is altijd in beweging. Als wij spreken met onze community van jongeren, horen we vaak dat ze het hebben over keuzes die volwassenen voor hen maken, maar waar ze zelf heel anders over denken.”
En daarmee raakt het volgens curator Caers aan de vraag waar Jonge Harten zelf mee worstelt: hoe ziet de toekomst eruit?En daarmee raakt het volgens curator Caers aan de vraag waar Jonge Harten zelf mee worstelt: hoe ziet de toekomst eruit? Het festival kreeg afgelopen zomer een tegenvaller bij de toekenning van de landelijke meerjarige cultuursubsidies.
,,Het is moeilijk om een herhaling neer te zetten van wat we de afgelopen jaren hebben gedaan”, concludeert Caers. ,,Eigenlijk zitten we zelf ook in een identiteitscrisis, het betekent dat we het Jonge Harten Festival anders moeten invullen.”
Gregory Caers, curator van het Jonge Harten Festival. Foto: Sebastiaan Rodenhuis
‘Wat is belangrijk voor jongeren?’
Wat deze korting precies betekent voor het festival, is nog niet duidelijk, zegt Caers. ,,We hebben er nog geen keuzes in gemaakt. We moeten met een zo gedetailleerd mogelijke blik kijken naar wat we nog kunnen en willen doen. Daarvoor willen we ook op het festival in gesprek gaan met het publiek. Jongeren dus, want zij zijn altijd onze doelgroep. Wat vinden zij belangrijk? En wat is belangrijk voor jonge makers? Er is zo veel geknipt in budgetten voor jong talent, dat het extra belangrijk is om goed naar hen te luisteren wat zij nodig hebben. Het zijn barre tijden, maar we blijven strijdvaardig.”
Kun je het Jonge Harten Festival 2024 dan zien als afscheid van een oude vorm? ,,Dat zou ik nog niet willen zeggen, want we hebben nog geen nieuwe vorm. Ik denk dat we meer dan ooit vieren dat we er zijn, vooral voor jongeren. We moeten samen ontdekken wat volgend jaar juist níet moet veranderen.”
,,Ik vind het overigens superbelangrijk om te noemen dat de stad en provincie Groningen wél zien waar wij voor staan en dat wat wij doen belangrijk is. Van die partijen hebben we alle steun. Daar voelen wij ons ontzettend in gesterkt.”
‘What remains’ is als onderdeel van het Jonge Harten Festival op zondag 17 november om 19.30 uur te zien in de Stadsschouwburg. Meer informatie en tickets op jongeharten.nl.