Syb van der Ploeg met The Scene, met rechts bassiste Emily Blom van Assendelft uit Pingjum. Foto: Jilmer Postma
Drie keer 17.000 bezoekers trekt Oerrock naar de festivalwei net buiten Ureterp. Plus bergen vrijwilligers en sponsors. Zelfs marketinginstituut NIMA kijkt belangstellend mee.
Oerrock doet de dingen graag op zijn eigen manier. En dat legt dit festival geen windeieren, leert de enorme opkomst. Drie keer 17.000 bezoekers komen dezer dagen naar Ureterp, de kaarten waren in een paar muisklikken uitverkocht. Een groot deel heeft een passepartout, en is dus alle drie de dagen present.
Die eigen manier? De eerste dag, Hemelvaartsdag, is qua programma het belangrijkst, al wordt de vrijdag, tot voor een jaar of wat nog gratis, wel steeds prominenter. Deze vrijdag komt bijvoorbeeld Krezip langs – een thuiswedstrijd voor gitarist JP Hoekstra, geboren en getogen in Ureterp. De derde dag, zaterdag, is traditioneel voor tributebands.
(Thomas) Acda (rechts) en (Paul) de Munnik. Foto: Jilmer Postma
En die eerste dag wordt meteen maar geopend door een paar van de grootste namen. Om vier uur ’s middags staan Acda & De Munnik al op het podium, met alvast een fors deel van die 17.000 bezoekers voor de neus. Die bezoekers, jong en oud, zingen hun hits gretig mee. Gangmakers zijn ze, maar niet bepaald op het verkeerde feest, om hun hit Niet of nooit geweest even te parafraseren.
Rollator
Later dit jaar staan ze weer drie dagen in de Amsterdamse Ziggodome, maar hier komt de gang er ook al aardig in. Thomas Acda, de voornaamste zanger met de forse grijze kuif, maakt grappen over ouder worden. „Die blaasontsteking is niet zo erg” zegt hij, „maar waar laat je je rollator?” En hij dolt met het eenzame stelletje in het blikvangende reuzenrad aan de overkant. „En zet stop!”
De Belgische band Triggerfinger op Oerrock. Foto: Jilmer Postma
Na hun optreden slaan de meeste bezoekers linksaf, naar de tent waar De Kast speelt. „Alles of niets”, zingt Syb van der Ploeg. Deze dag is het eerder alles dan niets voor hem, want een paar uur later is hij opnieuw van de partij, als frontman van herrezen nederpopband The Scene. En warempel, hij kan de nummers die zijn overleden voorganger Thé Lau onsterfelijk maakte best aan.
Tegelijkertijd speelt De Jeugd Van Tegenwoordig in een werkelijk uitpuilende tent. De zelfverklaarde ‘eendagsvlieg van 2005’ („maar we vliegen wel recht je bek in”, poneerden ze dat jaar op Lowlands) zijn nog altijd prettig relevant, met hun vloeiende taalvondsten op dito beats, en bassen die de bestuurskeet vlak achter die podiumtent op zijn grondvesten doet schudden.
Syb van der Ploeg met The Scene, met rechts bassiste Emily Blom van Assendelft uit Pingjum. Foto: Jilmer Postma
In die keet, een permanent gebouwtje waar het bestuur het hele jaar door kan vergaderen, vertelt Evert Wilstra even voor het startschot van het festival over het waarom. Van die headliners zo vroeg al, bijvoorbeeld. Om de mensen al snel naar het terrein te lokken, zeker, „maar ook omdat de mensen dan meteen goede muziek hebben.”
En over de impact van het festival, bij kaartjeskopend publiek, vrijwilligers en sponsors. Dat is een succesverhaal. Niet alleen de provincie hangt aan de lippen van de organisatie, met als gevolg dat de nieuwe campagne Frijwilligers meitsje it mooglik hier werd afgetrapt. Woensdag was zelfs een flinke delegatie van marketingorganisatie NIMA te gast om dat verhaal aan te horen.
De sleutel ligt bij die vrijwilligers, zegt Wilstra:. Het zijn er inmiddels fors meer dan 1200: verloop is er nauwelijks, er komen alleen maar nieuwe krachten bij. „Wij bieden feest, en gezelligheid.” En juist door die inzet kunnen de prijzen ook overzichtelijk gehouden worden. Wat is nou 75 euro voor drie dagen?
Ook sponsors staan in de rij. Het zijn er meer dan 500, een fors aantal namen staat op enorme borden aan weerszijden van het hoofdpodium. Het lijkt erop dat bijna iedereen met een btw-nummer uit Ureterp en omgeving een sponsorcontract heeft.
Testament
De grootste is Sjors Boonstra van Boonstra Schadevoertuigen, naamgever van het hoofdpodium en eigenaar van het veld naast het festivalterrein, waar speciaal voor het festival een fors zonnepark (12.000 zonnepanelen) is neergezet. Oerrock is een van de weinige festivals ter wereld die geheel en al op zonne-energie draaien. Boonstra heeft het festival in zijn testament opgenomen.
Marc van der Heide, die in deze zelfde bestuurskeet de zonne-energiestromen nauwlettend in de gaten houdt middels een enorm scherm, knijpt zich in de handen wegens het onverwacht royaal schijnende zonnetje. Als die op zijn felst schijnt, gaat er zo’n 470 kilowatt naar het terrein, een nog grotere hoeveelheid wordt weer teruggeleverd.
Het blikvangende reuzenrad op het festivalterrein, met daarvoor een enthousiaste fan van Son Mieux. Foto; Jilmer Postma
Van der Heide legt het hele verhaal geregeld uit aan binnendwarrelende plukjes sponsors en pommeranten (burgemeesters, wethouders, parlementariërs, Cambuur-held Henk de Jong). Hij is ook gewoon vrijwilliger, net als Evert Wilstra en de rest. „We zijn allemaal gelijk”, zegt Wilstra. Alleen zijn er wel verschillend gekleurde jasjes in omloop, nadat bij een rampoefening vorig jaar (met drie ‘fictieve’ doden) bleek dat het toch wel handig is dat je meteen kunt zien wie van het bestuur is, en van de security.
Pasfotohokje
Van de bestuurskeet weer het veld op. Het terrein lijkt per jaar uitgestrekter te worden, met niet minder dan vijf podia en nog allerhande andere bouwsels en attracties. Een fastfood-plein met ouderwetse frieten en hamburgers, maar (zien we pas na een nogal prijzig broodje kebab) ook een slowfood-plein voor de wat luxere hap: hotdog, pulled pork, Thais. Een cocktail (wel alles behalve de mocktails met Sonnema) en een ouderwets pasfotohokje, waarvoor vooral jonge meiden in de rij staan.
En een ‘bierduin’ , voor de duurdere speciaalbiertjes. Wie eerder voor kwantiteit gaat kan bij de reguliere tap terecht voor een pitcher: anderhalve liter bier voor 22,50 euro. Eigenlijk bedoeld om in groepsverband te drinken, maar op het terrein zien we er vooral ‘eenpitters’ mee lopen.
Son Mieux. Foto: Jilmer Postma
Op zeker moment wordt het terrein overspoeld door gitaarklanken. Belgische helden Triggerfinger met hun hoekige grooves in de Buko-tent, van oorsprong Groninger band Orange Skyline in de VHC Actifood-rock-’n-roll-tent, meiden- en rockcoverband Delirium 05 (bouwjaar 2005, stuk voor stuk) in de Sonnema-tent.
Staande schemerlamp
Wie daar niet direct van uit het dak gaat, staat gezellig te socialiseren. Behalve dan het groepje Belgische fans van landgenote Pommelien Thijs, al vanaf ’s ochtends half tien aan het wachten bij de festivalpoort, en nu vooraan bij het podium om zoveel mogelijk op te vangen van hun idool – dat uitblinkt met pittige popliedjes van vooral haar laatste album Gedoe. Later die avond doen grote namen als DeWolff, Within Temptation en ‘huisartiest’ Miss Montreal nog hun ding.
Intussen blijkt dat zo’n festival vooral een sociaal evenement is, breed gedragen door de mienskip van Ureterp en omstreken. Je ziet ze over het terrein struinen en kletsen, groepjes jongeren en oudere echtparen, vriendengroepen en enkelingen (al dan niet met pitcher), rolstoelen en, het zal Thomas Acda niet verbazen, rollators.
Davina Michelle. Foto: Jilmer Postma
Alleen neemt dat sociale aspect soms iets te veel de overhand, blijkt bij de op zich feestelijke muziek van Son Mieux en de uitzinnig dansende Davina Michelle in even luxueus als huiselijk decor (bloemetjesbehang, wandspiegel, staande schemerlamp). Het publiek wil heus wel eens een aanstekelijk refrein meezingen, maar tussen de nummers door blijft men stoïcijns doorkletsen zonder even een applausje of zoiets. Terwijl muziek toch essentieel zou moeten zijn voor de festivalbeleving.