Het publiek zit op het podium tussen de orkestleden van het NNO tijdens Tussen het Orkest, ditmaal met de 'Vijfde Symfonie' van Mahler. Foto: Marijn Boeré
Als je Mahlers Vijfde Symfonie hebt gehoord, ben je een ander mens geworden. Dat zei dirigent Herbert von Karajan ooit. Benieuwd hoeveel mensen hetzelfde ervaren sinds ze op het podium – Tussen het Orkest – de symfonie mochten ondergaan terwijl het NNO speelde.
„Past u wel een beetje op waar u loopt? Een contrabas kost al snel 100.000 euro.” Het zijn waarschuwende woorden die Anthonie Feenstra de honderd gelukkigen nog even meegeeft voor ze in groepjes worden begeleid naar het podium in de grote zaal van het Groningse cultuurcentrum De Oosterpoort.
Even ervoor staat Feenstra, teamleider publiek & markt, nog met gastdirigent Antony Hermus te praten in de foyer. Geen spoor van zenuwen bij Hermus, hij straalt uit er buitengewoon veel zin in te hebben. Dat hij een groot liefhebber van het werk van de componist Gustav Mahler (1860-1911) is, steekt hij niet onder stoelen of banken. Zijn enthousiasme delen en overbrengen op een publiek doet hij maar al te graag.
Mahler kan erg intens zijn
„Mahler kan erg intens zijn”, zegt Hermus. En hij doelt daarmee niet alleen op de emotionele diepgang. Het is maar net waar je komt te zitten, maar de oordopjes worden niet voor niets aan de bezoekers meegegeven.
Publiek en orkest maken makkelijk contact tijdens Tussen het Orkest bij het NNO. Foto: Marijn Boeré
„Ik heb eens op het podium gestaan, maar ik weet niet meer hoe ik er toen op kwam”, hoor ik een dame zeggen terwijl de deuren richting backstage opengaan en we door de coulissen wandelen. Eenmaal op het podium ziet het er wonderlijk uit. De zaal waar normaliter zo’n elfhonderd mensen kunnen zitten, is leeg. Naast musici zitten overal groepjes mensen.
Een symfonie moet alles bevatten
Het is kwart over negen en Hermus verschijnt ten tonele om op de bok te gaan staan. „Het orkest is een soort familie waar u vandaag ook bij hoort om gezamenlijk dit concert te beleven. We geven niet alles weg, we zitten nog middenin het repetitieproces voor de concerten die we vrijdag in Leeuwarden en zaterdag hier in Groningen geven.”
Hermus komt nog met een citaat van Mahler zelf om in te leiden: „Een symfonie moet zijn zoals de wereld: het moet alles bevatten.” Toch opvallend dat de in Bohemen geboren componist zijn vijfdelige compositie start met een Treurmars waarin de dood centraal staat. In cis mineur.
Ongemakkelijk achterom te kijken
Ineens is het spel op de wagen. Van ergens links achter me klinkt een trompet en is het alsof de processie dramatisch op gang komt. Het voelt nog wat te ongemakkelijk om uitgebreid achterom te kijken vanaf mijn plek. Links voor me zie ik altviolen, rechts cello’s. Het is bijna oneerbiedig de musici zo op de vingers te kijken, vingers die behendig de snaren van de houten instrumenten beroeren. Mooi ook om het begeesterde gezicht van Hermus te zien terwijl hij dirigeert.
Na de dood is er dus gek genoeg leven. Deze Vijfde Symfonie markeert een tweede leven voor Mahler die een paar maanden voordat hij begon met componeren bloedingen kreeg die hem bijna fataal werden. En toen hij in 1901 in Oostenrijk eenmaal aan het schrijven was geslagen, ontmoette hij de liefde van zijn leven: de bijna twintig jaar jongere componiste Alma Schindler. Ze trouwden vier maanden later.
Verslavend, die ervaring met deze hemelse klanken
Voor haar schreef Mahler het vierde deel, het Adagietto, in F majeur. „Een liefdesverklaring, met een centrale rol voor de harp”, vertelt Hermus. ,,Het klinkt onder meer in de film Dood in Venetië, maar werd ook gespeeld tijdens de begrafenis van John F. Kennedy. En Leonard Bernstein heeft de opengeslagen partituur op zijn borst liggen in zijn graf.”
Als de strijkers massaal inzetten, is het bijna alsof ik wegzweef. Juist omdat ik middenin het geluid zit, maakt het een zeer overweldigende indruk. Verslavend, want die ervaring met deze bedwelmende en hemelse klanken wil ik vaker ondergaan.
Liefdesverklaring kan niet lang genoeg duren
Dat het in het afsluitende vijfde deel, Rondo Finale (in D majeur), nog feest wordt en het orkest uitpakt, ontgaat me enigszins. Eigenlijk wil ik terug naar de liefdesverklaring die me niet lang genoeg kon duren.
Na drie kwartier zit het erop en staan de musici op om het applaus in ontvangst te nemen. Eindelijk durf ik me om te draaien. Ik kijk in het vriendelijke gezicht van Justine Gerretsen die met haar hobo voor zulke rake geluiden zorgde. Ze lacht en heeft er zichtbaar zelf ook lol in gehad om deze bijzondere ervaring mogelijk te maken.
Een andere ervaring en een belevenis
„We hebben zoiets een jaar of tien geleden ook eens gedaan tijdens een gala”, vertelt Marcel Mandos. De artistiek leider is zelf ook enthousiast over deze vorm. „Ik zat nu achteraan bij de hoorns en het slagwerk. Dat geeft een totaal andere ervaring, daar hoor je niet wat de violen vooraan doen en valt je op hoe belangrijk de rol van de dirigent is die alles bij elkaar en in balans houdt.”
Artistiek leider van het NNO, Marcel Mandos: „Ik zat nu achteraan bij de hoorns en het slagwerk. Dan valt je op hoe belangrijk de rol van de dirigent is die alles bij elkaar en in balans houdt.” Foto: Marijn Boeré
In de foyer staat mijn podiumbuurman Aad samen met zijn vrouw Jannet. „Een belevenis”, zeggen ze in koor. Ze komen uit Almere, maar in 1970 ontmoetten ze elkaar tijdens hun studententijd in Groningen. En tot voor kort speelden ze samen in Toonkunst Bussum, een amateurorkest. Hij altviool, zij cello. „Om deze drie kwartier in te studeren, zouden wij wel drie maanden nodig hebben”, zegt Aad. „Geweldig om van dichtbij te mogen zien hoe de musici speelden!”
Tussen het Orkest, in Leeuwarden en Groningen
Het NNO speelt de volledige Vijfde Symfonie van Mahler plus werk van Debussy vrijdag in Leeuwarden (15/12, De Harmonie) en zaterdag in Groningen (16/12, De Oosterpoort). In mei keert Tussen het Orkest terug, dan (onder voorbehoud) met Ravel, Szymanowski en Stravinsky op het programma.