Jeroen Kleijne: „Een mooi liefdesliedje gaat voor mij om de combinatie van muziek en tekst die samen iets aanraken: een verlangen, een melancholie.” Foto: Keke Keukelaar
De mooiste liefdesliedjes in de Nederlandse taal, Jeroen Kleijne bracht de verhalen erachter bijeen in het boek ‘Vlinders in m’n hoofd’. „Zelfs een simpel ’ik hou van jou, ik blijf je trouw’-nummer kan iemand op het juiste moment raken.’’
’Als je bij me weggaat, mag ik dan met je mee’ van Acda & De Munnik. ’Ze draait haar heupen in de vorm van jouw hart’ van Fréderique Spigt. En ’Er is niemand zoals jij bent voor mij’ van Huub van der Lubbe. Vraag Jeroen Kleijne (60) naar dierbare zinnen uit Nederpop-lovesongs en hij lepelt ze op. Voor Vlinders in m’n hoofd ging hij op zoek naar het verhaal achter de mooiste liefdesliedjes in de Nederlandse taal.
Hij sprak artiesten in de studio, trof sommigen in een café en belandde bij een enkeling thuis, zoals bij Raymond van het Groenewoud. Vaak moest Jeroen Kleijne het met een telefoongesprek doen en probeerde hij al bellend de ontstaansgeschiedenis van een liedje los te peuteren.
Naar de camping
„Ik ben er heel blanco ingegaan”, vertelt Kleijne. „Ik heb eerst alle liedjes gekozen en ben daarna pas achter de verhalen aangegaan. Daarmee liep ik het risico dat sommige anekdotes misschien wat minder spannend zouden zijn, maar in de praktijk viel dat mee. Over een nummer over de liefde hebben de meeste mensen toch wel iets te vertellen.”
Vlinders in m'n hoofd telt 448 pagina’s en bevat naast de verhalen ook de songteksten zelf. Het boek opent met Als ze er niet is van De Dijk. Zanger Huub van der Lubbe vertelt hoe zijn vrouw Teuntje en hun toen 6-jarige dochter Mira een paar dagen naar een camping waren. Hij bleef alleen achter in huis. ’s Ochtends, met een kop koffie aan de keukentafel, stelde hij zich voor hoe het zou zijn als zijn vrouw niet meer zou terugkomen. ’Als ze er niet is’, noteerde hij in een van zijn schriftjes.
Zanger en schrijver Huub van der Lubbe. Foto: Hoge Noorden/Jacob van Essen
Kleijne steekt zijn bewondering voor Van der Lubbe niet onder stoelen of banken. „Huub is voor mij een meester in dit genre. Ik had moeiteloos vijftien liedjes van De Dijk en van hem als soloartiest in dit boek kunnen opnemen. Maar ik heb mezelf beperkt tot maximaal twee nummers per artiest. In dit geval zijn dat Als ze er niet is en Iemand als jij.”
Dubbele moraal
Ook In het leven van Het Goede Doel kreeg een plek. Henk Westbroek schreef het begin jaren 80 toen hij als socioloog werkte bij het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek, het huidige kenniscentrum Rutgers. Kleijne: „Henk vertelde dat daar een dubbele moraal heerste op het gebied van seks en liefde. Alles moest kunnen, maar niets mocht, zoals hij het zelf zei. Hij wilde graag een liedje schrijven over pure lust, bezien vanuit de vrouw.”
In Vlinders in m’n hoofd zegt Westbroek daarover: ‘Wanneer ik tijdens zo’n vergadering zei dat vrouwen ook gewoon geil kunnen zijn, werd ik meteen beschuldigd van een mannelijk-seksistische manier van denken.’
Uitgave
Titel Vlinders in m’n hoofd - De mooiste liefdesliedjes in de Nederlandse taal
Auteur Jeroen Kleijne
Uitgever Nijgh & Van Ditmar
Prijs 29,99 euro (448 blz.)
'Vlinders in m'n hoofd, 2026 Foto: Nijgh & Van Ditmar
Sommige verhalen verrasten Kleijne. Zoals de ontstaansgeschiedenis van Ik heb een meisje van Lucky Fonz III. „Dat nummer bleek een verjaarscadeautje te zijn, geschreven voor zijn toenmalige vriendin in de tijd dat hij in Edinburgh studeerde en blut was. Jaren later, na twee Engelstalige albums, stond hij in Paradiso. Iemand uit het publiek riep ineens: ’Ik heb een meisje’.”
Kleijne glimlacht. „Kennelijk had een vriendin van zijn toenmalige vriendin dat cassettebandje ooit gehoord, want het nummer was nooit officieel uitgebracht. Hij besloot het als toegift te spelen, dat ging op social media redelijk viral en uiteindelijk nam hij het alsnog op. Daarna switchte Lucky Fonz naar het Nederlandstalige repertoire. De romantiek van geen geld hebben voor een cadeau heeft tot een keerpunt in zijn carrière geleid.”
Een verlangen, een melancholie
Hedendaagse volkszangers als Yves Berendse en Tino Martin ontbreken in het overzicht. Koos Alberts (Zijn het je ogen) en André Hazes (Zij gelooft in mij en Ik meen het) niet. „Dat is inderdaad een andere, oudere generatie”, erkent Kleijne. „Wat een mooi liefdesliedje is, blijft heel persoonlijk. Voor mij gaat het om de combinatie van muziek en tekst die samen iets aanraken: een verlangen, een melancholie, een gevoel dat je niet goed onder woorden kunt brengen.”
André Hazes staat twee keer in het boek. Foto: ANP
Dat er ook op het gebied van liefdesliedjes veel rommel wordt gemaakt, ontkent hij niet. „Maar zelfs een simpel ’ik hou van jou, ik blijf je trouw’-nummer kan iemand op het juiste moment raken. Omdat het je herinnert aan die ene onvergetelijke nacht of aan die glimlach op dat feest die je daarna niet meer losliet. Stel dat wij hier op een eerste date zouden zitten en er blijkt een klik te zijn. Dan wordt het liedje dat op dat moment wordt gedraaid, mooier dan het eigenlijk is. Net zoals een wat lullig gedichtje op een uitvaart ineens heel waardevol kan worden.”
Kleijne vermoedt dat muziekliefhebbers zonder meer met ongeveer 85 van de gekozen liedjes zullen instemmen. „En ja, sommige keuzes zijn echt mijn smaak”, zegt hij met een lach. „Maar hé, het is mijn boek.’’
Persoonlijke favorieten zijn Christoffel van Maarten van Roozendaal en Ik kan je dromen vanJeroen van Merwijk. Om niet in nostalgie te blijven hangen, ging hij actief op zoek naar recente nummers. ,,Heel kort voor de deadline heb ik Huisje aan de zee van Zoë Livay, uit 2025, toegevoegd.”
'Christoffel' van Maarten van Roozendaal is een van de favorieten van Kleijne. Foto: ANP
Nummers over een gebroken hart liet hij buiten beschouwing. „Dit moest echt een ode aan de liefde worden: over verliefd zijn en houden van. Maar als dit boek het goed doet, zou ik hierna heel graag een bundel over liefdesverdriet maken. In mijn eigen leven heb ik dat natuurlijk ook meegemaakt en ik heb veel aan al die huilnummers gehad.”
Is er één liefdesliedje waarbij hij direct de radio uitzet? Kleijne geeft toe dat hij ’geen enorme fan’ is van Mag ik dan bij jou van Claudia de Breij. „Ik vond het mooi toen ik het voor het eerst hoorde. Maar op een gegeven moment had ik daar persoonlijk niet zoveel meer mee. Tegelijkertijd snap ik de aantrekkingskracht heel goed.”
Hij draaide alle uitverkoren nummers die trouwens via Spotify zijn te beluisteren, eindeloos. „Om ze echt te doorvoelen”, zegt hij. Ook tijdens het schrijven? „Nee, dan kan ik niet naar muziek luisteren. Schrijven doe ik gek genoeg in doodse stilte.”
Opgedragen aan zijn moeder
Jeroen Kleijne is journalist en auteur. Met zijn vriendin actrice Margôt Ros (Toren C) schrijft hij de vrolijke romanserie Agaath over een eigenzinnige weduwe. Vlinders in m’n hoofd heeft hij – indirect – opgedragen aan zijn 81-jarige moeder die kort geleden haar man verloor. Zij had graag een liedje van haar idool Jaap Fischer in het boek gezien. De uitgave begint met enkele regels uit diens nummer Omdat ik van je houd uit 1963. ’Omdat ik van je houd. Omdat ik van je houd. Krijg ik het zo ontzettend koud. Als jij niet bij mij bent.’