Bij het Noord Nederlands Orkest zal Hartmut Haenchen (83) voor het eerst in zijn leven de ‘Matthäus Passion’ van Bach dirigeren. Die kent hij al vanaf zijn jeugd, maar zijn uitvoering wordt zeker anders dan toen.
„Ik heb op mijn 8ste het O Lamm Gottes in het openingskoor gezongen en later in het Dresdner Kreuzchor alle koorpartijen: eerst sopraan, daarna alt en na de stembreuk tenor. Uiteindelijk werd ik bariton. Naast orkestdirectie heb ik ook zes jaar zang gestudeerd en als solist Christus en alle basaria’s uitgevoerd. Bij ons in Dresden werd ieder jaar twee of drie keer de Matthäus gedaan. Zoveel uitvoeringen als in Nederland zijn daar niet.”
Wij hoorden tot 1976 een romantische ‘Matthäus’ onder Eugen Jochum op de radio, daarna kwamen barokpioniers als Nikolaus Harnoncourt. Hoe was de traditie in de DDR in uw tijd?
„Mijn traditie was een andere, niet groot romantisch. Het Dresdner Kreuzchor voerde hem met 80 koorleden uit. Het was dus geen Jochum maar sowieso geen Harnoncourt.”
Door de zogeheten authentieke barokbeweging is veel veranderd: snellere recitatieven en koralen bijvoorbeeld.
„Er is zeker het een en ander ten goede veranderd door de barokbeweging: andere tempi, niet meer die eindeloos lange recitatieven. Maar het vreselijke verhaal dat vibrato in de barokmuziek niet voorkomt, klopt gewoon niet. In elk 18de-eeuws muziekboek wordt het genoemd als een belangrijke versiering. De specialisten citeren altijd Leopold Mozart die in zijn Vioolmethode iets negatiefs zegt over violisten die permanent trillen alsof ze koorts hebben. Een bladzijde later geeft hij duidelijke aanwijzingen voor verschillende soorten vibrato en hoe het gebruikt kan worden. Maar ik heb veel specialisten meegemaakt die gewoon tegen het orkest zeiden: ‘Geen vibrato’. Als dat vakmensen zijn...”
Dirigent Hartmut Haenchen tijdens zijn inauguratieconcert als vaste gastdirigent van het NNO in februari 2023. Foto: Mariska de Groot
„Wat dynamiek betreft wordt vaak niet gedaan wat in die tijd gebruikelijk was. Quantz, de fluitleraar van Frederik de Grote, geeft in zijn leerboek een voorbeeld waar in 49 maten adagio 79 dynamische veranderingen voorkomen. Zo horen we het meestal niet. Dat barokmuziek een halve toon lager hoort te klinken is ook zoiets. In die tijd verschilde de toonhoogte per land of streek en in sommige Duitse steden hadden de orgels per kerk een andere toonhoogte. Iedereen is elkaar gewoon gaan nadoen zonder nog originele bronnen te raadplegen. Die lees ik al vanaf mijn 13de.”
Harnoncourt klaagde ooit dat iedereen hem imiteerde. ‘Dat zijn de Harnoncourtisanen’ zei barokpionier Gustav Leonhardt toen.
(Lachend) „Die ken ik niet, maar het klopt met wat ik net heb gezegd. Ik heb nooit naar Harnoncourts Matthäus geluisterd, ik luister bijna nooit naar anderen. Ik heb hem wel een paar keer meegemaakt. En als ik kritische vragen had zei hij: Ook als je het fout doet moet je het met overtuiging doen.”
Was de Matthäus doen bij het NNO uw voorstel?
„Nee, artistiek leider Marcel Mandos heeft het me gevraagd en zo gaat mijn grote wens in vervulling. Volgend jaar doe ik ook het Weihnachts Oratorium. Als chef-dirigent van het Nederlands Philhamonisch en Nederlands Kamerorkest heb ik wel een paar keer de Johannes Passion uitgevoerd. De Matthäus kreeg ik niet, daar wilde de toenmalige directie specialisten voor. Op de koralen in de Johannes heb ik toen kritisch commentaar gekregen. Blijkbaar deed men die in Nederland anders. In Saksen is een traditie over hoe je in de kerk koralen zingt: heel flexibel, niet extreem langzaam en afhankelijk van de tekst. Dus gaat Wenn ich einmal soll scheiden in de Matthäus langzaam Ook organisten volgden de articulatie van de tekst en zo probeerde ik het in mijn zeven jaar als cantor ook.”
Countertenoren wil ik niet omdat Bach die nooit heeft ingezet
Van Bachs zoon Carl Philipp Emanuel heeft u veel muziek uitgevoerd en opgenomen.
„Hij was de Bach van zijn tijd. Ik ben daar in de jaren rond 1980 mee begonnen met de Staatskapelle Berlin, eigenlijk de opvolger van het orkest van Frederik de Grote waarin hij klavecinist/orkestleider was. Drie dingen moesten me breed houden vond ik: oude muziek met kamerorkest, grote romantische muziek en opera.”
Wat opera betreft: in hoeverre wordt uw Matthäus dramatisch?
„Telkens lees je dat Bach in Leipzig conflicten kreeg omdat men zijn muziek te opera-achtig vond. Zijn passie heeft grotendeels de vorm van een opera dus mag die van mij op sommige momenten ook zo klinken. De evangelist zingt veel zakelijke mededelingen, maar ‘und weinete bitterlich‘ is ronduit dramatisch. Het dramatische zit ook in de manier waarop de recitatieven aansluiten op de rest. Mijn solisten mogen vibrato hebben, maar het moet niet te veel wapperen en ze moeten ook zonder kunnen.”
„Vibrato is heel natuurlijk, ook bij jongensstemmen. Luister eens naar de tenor Peter Schreier toen hij nog jongensalt was. De 17de-eeuwse cantor Johann Crüger zocht ook jongens met een mooie ‘trillende’ stem. Ik had graag jongens bij de solisten gehad, maar dat laat de Nederlandse wetgeving niet toe. Dus worden het vrouwenstemmen. Countertenoren wil ik niet omdat Bach die nooit heeft ingezet, maar voor castratenrollen in barokopera’s zijn ze prima. We moeten proberen zoveel mogelijk te volgen wat Bach wil, maar een bezetting met twee alt- en sopraansolisten is te duur.”
Iedereen is elkaar gewoon gaan nadoen zonder nog originele bronnen te raadplegen
„Sommige theologische dingen kun je aan moderne mensen ook niet meer overbrengen. Ik zal proberen het anders te doen dan in mijn vroegere traditie, maar niet zogezegd authentiek. Dat bestaat ook helemaal niet. We zijn heel andere mensen dan die van toen en we spelen voor mensen, niet voor muziekwetenschappers.”
Hoe gelovig moet iemand zijn voor de Matthäus Passion?
„Zelf ben ik in de DDR in een atheïstisch gezin opgevoed, maar door geweldige leraren heb ik me op mijn 14de Evangelisch laten dopen. Ook heb ik in Jeruzalem de kruisweg gelopen en de Heilige Grafkerk en Gethsemane bezocht. Het passieverhaal is voor ons actueel. Kijk maar goed naar de tekst: Jezus zegt nooit dat hij Gods zoon is of de koning der joden, anderen zeggen dat. Hij wordt veroordeeld voor wat hij niet gedaan heeft, maar om wat anderen daarover beweren.”
Uitvoeringen
Het NNO, het NNCK en het Roder Jongenskoor voeren de Matthäus Passion uit op 27/3 in DNK, Assen; 28/3 De Harmonie, Leeuwarden; 31/3 in De Lawei, Drachten en op 1/4 De Oosterpoort, Groningen. Solisten zijn Jan Petryka (tenor op 31/3 en 1/4), Kieran Carrel (evangelist), Arttu Kataja (Jezus), Tobias Berndt (bariton), Judith Spießer (sopraan) en Marie Seidler (alt).
Voor nog veel meer uitvoeringen van de Matthäus Passion en andere passieconcerten, zie onze passieagenda op dvhn.nl.