Illustratrice Natascha Stenvert uit Zeijen wint een gouden penseel. Een grote verrassing voor maakster. Foto: Marcel Jurian de Jong
Al het kinderboekengoud gaat dit jaar naar het Noorden. Schrijfster Lida Dijkstra uit De Knipe wint een gouden griffel en illustratrice Natascha Stenvert uit Zeijen een gouden penseel. Een grote verrassing voor de maaksters die eerder nauwelijks in de prijzen vielen.
Eindelijk die grote bekroning en daarmee erkenning voor haar literaire kwaliteiten. Lida Dijkstra uit De Knipe zal het wellicht niet hardop hebben gezegd, maar vast wel gedacht. Na 30 jaar kinderboeken schrijven en over het algemeen lovende kritieken, bleef die grote prijs maar telkens uit.
Woensdag werd ze verrast tijdens een schoolbezoek aan bassischool it Pompeblêd in Westereen. Juryvoorzitter Noraly Beyer vertelde Lida Dijkstra dat ze voor haar jeugdboek De wonderverteller de gouden griffel krijgt, de hoogste onderscheiding voor een kinderboek. Vrijdagavond wordt hij overhandigd tijdens het kinderboekenbal, waarmee de Kinderboekenweek wordt afgetrapt.
Misschien had het uitblijven van die grote prijs te maken met het soort boeken dat Lida Dijkstra schrijft, dat niet gemakkelijk in een hokje is te plaatsen. Ze maakt veel teksten voor prentenboeken en ‘gemakkelijk lezen’ boekjes, maar steekt de meeste tijd in een genre dat tussen informatief en verzonnen verhalen in zit.
Lida Dijkstra krijgt voor haar jeugdboek De wonderverteller de gouden griffel, de hoogste onderscheiding voor een kinderboek.
Zelf gebruikt Dijkstra het liefst de omschrijving ‘historische fictie’. De griffeljury noemt het haar grote kracht dat ze beroemde verhalen een nieuw leven meegeeft. De schrijfster neemt de ruimte om een eigen invulling te geven en dat kan ook omdat vaak niet alle details bekend zijn van de onderwerpen die ze kiest.
Dat gold voor het leven van Toetanchamon in De schaduw van Toet en nu voor de reizen van Marco Polo, waarop De wonderverteller is gebaseerd. In een interview met deze krant zei ze vorig jaar: “Je kunt niet verwachten dat ik dingen verander die echt zijn gebeurd, daar blijf ik vanaf. Maar het verhaal over Marco Polo is al in de middeleeuwen zo vaak gekopieerd, dat de precieze waarheid moeilijk is vast te stellen. En er zijn witte vlekken, de stukken waar niks over bekend is. Daarom schrijf ik achter in het boek dat alles waar is, behalve de dingen die ik zelf heb verzonnen.”
De eerste Friese kinderboekenambassadeur
Lida Dijkstra (64) werd geboren in Heerenveen, groeide op in Scharsterbrug en studeerde kunstgeschiedenis en archeologie in Leiden. Een loopbaan in de museumsector lag voor de hand, ze werkte onder andere als conservator bij Museum Joure.
Na het verschijnen van haar eerste kinderboek in 1994 kreeg het schrijfvirus haar te pakken. Ze schreef tientallen prentenboeken en kinderboeken, zowel in het Fries als in het Nederlands. In 2020 is ze de eerste Friese kinderboekenambassadeur. Aan de boeken voor kleine kinderen beleeft ze veel plezier, maar haar literaire kwaliteiten komen pas echt naar voren in de historische fictie.
In 2011 bedenkt ze een aanvulling op het klassieke Reynaert de Vos-verhaal, door zijn zoons in versvorm fantastische avonturen te laten beleven. Vervolgens verschijnen boeken met verhalen over de Minotaurus, Koning Salomo en Toetanchamon.
Opvallend is de diversiteit aan stijlen en verteltechnieken die in de smaak vallen bij recensenten. Toch leidt het maar steeds niet tot die literaire bekroning, al wint ze wel de Thea Beckmanprijs voor het beste historische kinderboek. Bij de verschijning van ‘De Wonderteller’, aan het eind van vorig jaar, staan de sterren meteen gunstig. Het onderwerp spreekt lezers aan, de eerste druk is snel uitverkocht en het boek krijgt positieve kritieken. En nu eindelijk die grote prijs: de vlag kan uit in De Knipe.
Natascha Stenvert uit Zeijen. Foto: marcel Jurian de Jong
Natascha Stenvert
Een Rolls Royce kan ze er niet van kopen, maar de tienduizend euro die gepaard gaat met het winnen van het gouden penseel is mooi genomen voor Natascha Stenvert (54). De illustrator uit Zeijen werd woensdag in haar atelier verrast met de prijs voor haar prenten in het boek De ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan, met tekst van Pim Lammers.
Stenvert is een van de voorvechters van een betere beloning van haar beroepsgroep en voert samen met Kunstenbond FNV actie. Eerder dit jaar zei ze daarover in deze krant dat ze het financieel wel redt en echt niet in een Rolls Royce hoeft te rijden, maar dat eerlijke en betere afspraken over het honorarium belangrijk zijn. „We moeten met elkaar een vuist maken. Ik kom zelf uit een rooie familie en heb geleerd te knokken, maar niet iedereen zit zo in elkaar.”
Haar rooie familie woonde in Assen waar Stenvert opgroeide. Ze maakte als kind al boekjes en wist op haar 12de dat ze naar de kunstacademie wilde. Het wordt Minerva in Groningen waar ze in 1995 afstudeert. In hetzelfde jaar wint ze een illustratiewedstrijd van uitgeverij Lemniscaat, wat haar een eerste uitgave oplevert. In het begin kan ze niet van het illustreren rondkomen en heeft ze bijbaantjes als schoonmaakster en verkoopster.
Stenvert maakte een paar keer zelf een prentenboek maar illustreert voornamelijk boeken van anderen, zoals van de populaire kinderboekenschrijfster Viviane den Hollander en astronaut André Kuipers. In 2005 bedenkt ze samen met schrijver Pieter Feller uit Drachten het personage Kolletje, een vrolijk en eigenwijs kleutermeisje met toversokken. Over Kolletje en haar buurjongetje Dirk verschijnt een succesvolle serie vol korte voorleesverhaaltjes die nog steeds veel wordt gelezen.
De vernieuwings- en experimenteerdrift van Stenvert wordt geroemd
Stenvert werkt vanuit haar eigen atelier in Zeijen, waar ze ook de computer heeft leren gebruiken voor het maken van illustraties. Het voordeel is dat je op de computer makkelijker kunt corrigeren en dus experimenteren, zegt ze in een interview. „Maar een nadeel is dat de keuze tussen verschillende mogelijkheden heel groot is, en dat je de kleine ‘per ongeluk’ charmante foutjes mist. Zoals een penseelstreek buiten het lijntje, waardoor de tekening net iets beweeglijker wordt, of een vlek op je papier op precies de goeie plaats maar waar je zelf niet op gekomen was.”
Natascha Stenvert won de gouden penseel voor haar illustraties in het boek 'De ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan', waarvoor Pim Lammers de tekst schreef.
Het werk van Stenvert wordt tot dit jaar niet door jury’s opgemerkt. Ze was in juni enorm verrast met het winnen van een zilveren penseel en stond te stralen bij de uitreiking. In het juryrapport wordt de vernieuwings- en experimenteerdrift van Stenvert geroemd. En vooral voor haar vermogen ‘om zich volledig in te zetten voor het verhaal en haar artistieke ambitie aan te passen aan wat effectief en meeslepend is.’
De gouden bekroning heeft doorgaans het effect dat een boek weer in de publiciteit komt en daardoor veel verkocht wordt. Dat zal Stenvert deugd doen want in hetzelfde interview zei ze van mening te zijn dat boeken te weinig tijd krijgen om bekend te worden. „Voordat het echt aandacht heeft gekregen, ligt het al niet meer in de winkel. Er verschijnen steeds meer boeken en de boekhandels worden echt niet groter.”