Australische soldaten in een loopgraaf bij Ieper tijdens de Eerste Wereldoorlog. Foto: Mediahuis
Schrijvers die zich bemoeien met internationale (geo)politiek en de wereldgeschiedenis. Meer dan honderd jaar geleden was het niet ongewoon laat Bart Slijper zien in zijn nieuwste boek.
Bart Slijper heeft al gezaghebbende en gewaardeerde biografieën op zijn naam staan over de dichters J.C. Bloem, Willem Kloos en Martinus Nijhoff. En een monografie over de mannen achter de roemruchte beweging van De Tachtigers die eind negentiende eeuw de literatuur vernieuwden. Maar nu is er dan Zwijgen is nu een misdaad over de internationale contacten tussen schrijvers tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een gesprek aan de hand van citaten.
„Over de Eerste Wereldoorlog zijn niet alleen boekenkasten volgeschreven, hele bibliotheken zijn er mee gevuld”, weet Slijper (Groningen, 1963). Toch durfde hij het aan om er nog iets aan toe te voegen op alles wat er al was: een boek over een netwerk van schrijvers die met elkaar in contact stonden door brieven, essays, opiniestukken, romans en ontmoetingen.
Schrijver Bart Slijper. Foto: Harry Cock
Stefan Zweig (1881 – 1942), Roger Martin du Gard (1881 – 1958), Thomas (1875 – 1955) en Heinrich Mann (1871 – 1950), Joseph Roth (1894 – 1939) en Ernst Toller (1893 – 1039) om er maar een paar te noemen. „Dit hoeft niet in de krant”, zegt Slijper met een mengeling van trots en bescheidenheid over een ontdekking die hij deed. Hij laat een exemplaar van Études Romain Rolland zien. Franse literatuurwetenschappers kenden de banden nog niet tussen hun schrijver Romain Rolland (1866 – 1944) en diens Nederlandse collega Frederik van Eeden (1860 – 1932). Tot Slijper er een artikel over publiceerde in De Parelduiker dat nu naar het Frans is vertaald.
‘Zwijgen en onverschilligheid zijn nu een misdaad.’ (Stefan Zweig)
„Daar is de titel van het boek uit afgeleid. Er bestaat een briefwisseling tussen de Fransman Romain Rolland en de Oostenrijker Stefan Zweig die in twee kloeke delen is uitgegeven. Beiden wilden een bijdrage leveren ‘aan de geestelijke verzoening tussen de oorlogvoerende landen.’ Dat valt nog niet mee als de nationalistische tendensen overheersen onder hun eigen bevolking. Ze zien het echter als hun plicht en ook als een intellectuele uitdaging om er tegenin te gaan. Je ermee te bemoeien en niet werkeloos toe te zien.”
Stefan Zweig in 1927. Foto: Wikipedia
„De parallellen met de actualiteit liggen natuurlijk voor het oprapen in een tijd waarin je overal dat nationalisme weer ziet opbloeien, maar die overeenkomsten laat ik aan de lezer over. Ik heb wel bewondering voor schrijvers als Ilja Leonard Pfeijffer die met een boek als Absolute democratie zich in het politieke debat mengt of Tommy Wieringa die daadwerkelijk naar Oekraïne afreist om goederen af te leveren.”
Konstatin Paustovski. Foto: Uitgeverij Van Oorschot
‘Wij hebben gewoond op deze aarde, geef haar niet uit handen aan verwoesters, laag volk en leeghoofden.’ (Konstatin Paustovski)
„Paustovski (1892 – 1968) hoorde niet bij die groep van schrijvers die op de een of andere manier met elkaar in contact stonden, maar ik wilde hem er toch in hebben als ooggetuige van Russische zijde. Hij werkte op een hospitaaltrein van het Rode Kruis en heeft geschreven over de gruwelijk gewonde soldaten. Joseph Roth, geboren in wat nu Oekraïne is, nam dienst in het Oostenrijkse leger en Ernst Toller raakte gewond in het Duitse leger en zij hebben dus de verschrikkingen van nabij ondervonden. Dat tekent hun werk. Heel wat anders dan de positie van bijvoorbeeld schrijver en psychiater Frederik van Eeden die zich vanuit het neutrale Nederland inzette voor de vrede.”
Frederik van Eeden rond 1900. Foto: Universiteit van Amsterdam
‘Lloyd George heeft geen haast. Ze bereiden zich voor op een geweldige aanval.’ (Frederik van Eeden aan de Duitse ambassadeur Rosen)
„Frederik van Eeden reisde eind 1916 naar Londen om bij de Britse premier te pleiten voor een geheime conferentie die de vrede moest voorbereiden. Dat kwam voor de Britten nog te vroeg. Ik vind het interessant dat schrijvers toegang hadden tot politici en dat die op hun beurt open stonden voor de denkbeelden van auteurs. Dat is een groot verschil met die platte technocraten van tegenwoordig.”
Thomas Mann rond 1920. Foto: Goethe Instituut
‘Koteletbroodjeachtig.’ (Erika Mann tegen haar vader Thomas Mann)
„Dat schrijft ze in 1936 aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, toen Thomas Mann nog niet radicaal afstand nam van de nazi’s. Toch wil ik het wel voor hem opnemen, omdat hij als Nobelprijswinnaar iemand was die in Duitsland nog invloed kon uitoefenen. Maar zijn houding was inderdaad koteletbroodjeachtig, of slappe hap zouden we nu zeggen. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog heeft hij merkwaardig genoeg nog een heel nationalistisch stuk geschreven, maar gaandeweg de oorlog veranderen zijn ideeën.”
„In 1924 verschijnt zijn bekendste werk De toverberg waarin de hoofdpersoon na meer dan duizend pagina’s in het sanatorium te hebben gezeten, het begin van de oorlog meemaakt. Dan is het heroïsche van oorlog voeren, dat hij tien jaar eerder nog verdedigde, helemaal verdwenen. Bij al die schrijvers zie je de oorlog terugkomen in hun fictieve werk. Mijn boek moest geen vergaarbak van citaatjes worden. Ik heb geprobeerd die mannen te koppelen in hun gevecht tegen het nationalisme. Ik heb het met hart en ziel gemaakt, ook omdat het iets groters was dan een biografie van één man. En ik had het geluk dat ze allemaal goed kunnen schrijven.”
Zwijgen is nu een misdaad (2026), Bart Slijper. Foto: Uitgeverij Prometheus
Het boek Zwijgen is nu een misdaad van Bart Slijper is een uitgave van Prometheus. Prijs: 25,99 euro (272 blz.)