Esther Sloots dook voor haar debuutroman in een moordzaak uit 1963 in Veenoord. Foto: Marcel Molle
Al sinds haar kindertijd is Esther Sloots geïntrigeerd door een familieverhaal: de neef van haar opa zou vermoord zijn door zijn vrouw. Voor haar debuutroman kroop ze in de huid van de verdachte echtgenote, die ze steeds beter ging begrijpen. „Ik heb bewondering voor mensen die een beetje schijt hebben aan wat anderen vinden.’’
Als kind kwam Esther Sloots (Gramsbergen, 1988) elke zondag bij haar opa en oma op de Zandpol, onder Veenoord. Zelf groeide ze op in Gramsbergen. Soms ging Esther naar buiten om in het schuurtje van haar opa te rommelen. Andere keren bleef ze binnen en zocht ze in de oude bruine kast naar de fotoboeken. „Daar zat ik dan in te bladeren, half onder de tafel waar de grote mensen koffie dronken.’’
Na verloop van tijd kende ze alle gezichten op de oude foto’s – en de verhalen erachter. Zoals dat van haar opa’s neef. „Daarvan werd gezegd: ‘Die is jong overleden, want hij is vergiftigd door zijn vrouw.’ En dan vroeg ik altijd wat er precies was gebeurd, maar ik werd nooit veel wijzer.’’
Het verhaal bleef in haar achterhoofd zitten, ook toen Esther volwassen werd. Toen ze Delpher ontdekte, waar oude kranten online staan, ging ze op zoek naar artikelen over de zaak uit 1963. „Ik was zo nieuwsgierig naar het verhaal erachter, ik wilde gewoon weten hoe het zat. Wonder boven wonder was er best veel over geschreven. Daarna heb ik in het Drents archief alle rechtbankverslagen gelezen. Die legde ik naast de krantenverhalen. Soms waren delen van het verhaal een heel eigen leven gaan leiden.’’
Esthers fascinatie voor de geschiedenis groeide. Het plannetje dat zich in haar hoofd ontspon om er een boek over te schrijven, werd steeds serieuzer. Een jaar of vier geleden begon ze eraan, naast haar werk als freelance communicatiestrateeg. En met succes: deze week verscheen Waar de suikerbieten groeien.
Het boek vertelt het verhaal van Mina, die ervan beschuldigd wordt dat ze haar man met landbouwgif om het leven heeft gebracht. Decennia later, wanneer ze aan de andere kant van het land haar leven weer heeft opgebouwd, krijgt Mina bezoek van Anna: een jonge vrouw uit het dorp waar zij ooit met haar man woonde. Geleidelijk doorbreekt ze haar stilzwijgen.
Waargebeurd verhaal
Esther woont inmiddels een jaar of tien in het Noord-Hollandse Broek in Waterland. „Het is fijn om in een dorp te wonen, zeker met kinderen. Ik heb warme herinneringen aan mijn eigen jeugd in Gramsbergen. Ik was altijd buiten: hutten bouwen en fietsen. Voor een kind is er niets leuker dan dat.’’
Zelf verliet ze haar geboortedorp om in Utrecht te gaan werken. En toen ze verliefd werd op Bas, inmiddels haar man, gingen ze samenwonen in Amsterdam. „Ik werd zwanger, maar we woonden driehoog zonder lift, dus zijn we om Amsterdam heen gaan zoeken. Zo zijn we in Broek in Waterland beland. Bas is opgegroeid op Marken, dus hij kende de omgeving goed.’’
Boven een cappuccino vertelt Esther honderduit over haar debuut. „Het is een roman, geïnspireerd op een waargebeurd verhaal’’, benadrukt ze. „Eerst wilde ik het echte verhaal opschrijven. Maar ik besefte dat ik er nooit helemaal achter zou komen hoe het precies zat. En ik ben geen historicus, dus ik voelde me er ook niet comfortabel bij.’’
Door er fictie van te maken, kon Esther méér kwijt in haar boek. „Op die manier kon ik de personages beter uitwerken. Ook gaf het me de mogelijkheid om er een universeler verhaal van te maken, waarin mensen zich kunnen herkennen. Hoe leef je met een geheim, wanneer doorbreek je het zwijgen? En hoe benader je anderen: heb je je oordeel klaar of probeer je iemand te begrijpen?’’
Tijdens het schrijven vormden de karakters zich vanzelf. Mina was het eerste personage dat ontstond. „Eerst had ik geprobeerd om het verhaal vanuit een alwetend perspectief te vertellen. Maar uiteindelijk besloot ik om echt in haar huid te kruipen. Daar heb ik lang over getwijfeld, ik had zelf ook een oordeel over haar. Wilde ik me wel in haar verplaatsen?’’
Zo werkt het in het dagelijks leven ook, beseft Esther. „We horen iets en plaatsen de ander al snel in een hokje. Terwijl het toch mooi zou zijn als we elkaar proberen te begrijpen. Wat niet betekent dat je automatisch goedkeurt wat iemand dóet, natuurlijk. Voor dit verhaal wilde ik mezelf uitdagen door me in te leven in Mina.’’
Het tweede hoofdpersonage is Anna, die meewerkt aan een historisch project en besluit om daarvoor de hoogbejaarde Mina te interviewen. Geleidelijk wordt duidelijk dat Anna ook een andere, meer persoonlijke reden heeft om dat gesprek aan te gaan. „Daar ben ik lang mee aan het worstelen geweest: wie is Anna en waarom is ze zo nieuwsgierig? En hoe krijgt ze Mina zover dat ze na zoveel jaar gaat praten?’’
Touringcar
Natuurlijk vroeg de schrijfster ook in haar eigen familie rond wat mensen nog wisten van de affaire. Dat was weinig. De meeste informatie kreeg ze van haar moeder. „Maar die had het óók van horen zeggen. Mijn tante ging net naar de middelbare school toen de zaak speelde, destijds wist ze niet eens wat er precies aan de hand was. In de trein werd ze aangesproken door mensen die wisten dat de overledene familie van haar was. Ook wist ze nog te vertellen dat er een touringcar vol vanuit Veenoord naar de rechtbank is gegaan, omdat het zo gonsde in het dorp. Iedereen wilde weten hoe het afliep. Mijn opa is toen ook mee geweest.’’
Eigenlijk werd er in de familie nauwelijks over de vermeende moordzaak gepraat. Zeker later niet meer. „Het werd meer als anekdote benoemd. Mensen vergeten ook dingen, ze slaan iets op en daar verzinnen ze een eigen verhaal bij. Zo werken herinneringen kennelijk, dat vind ik interessant. Kennelijk hebben niet veel mensen de behoefte om daarin te gaan graven’’, constateert Esther. Met een lach: „Tja, ik dus wél.’’
Tijdens het lezen van alle verslagen en verhalen over Antje, de vrouw die model staat voor Mina, raakte Esther gefascineerd door haar persoon. „Zij verhuisde uit een Gronings dorp naar een Drents dorp. Misschien lijkt dat voor de gemiddelde Randstedeling hetzelfde, maar dat is niet zo. In de omgeving waar ze was opgegroeid, was veel armoede. Het was een soort communistisch bolwerk, met opstanden tussen boeren en herenboeren.’’
Haar huwelijk bracht Antje naar het Drentse Veenoord. „Als buitenstaander in een dorp moet je je verhouden tot allerlei ongeschreven regels. En als je dan ook nog een beetje anders bent, wat gebeurt er dan? In de rechtbankverslagen wordt iets gezegd over haar manier van kleden. Kennelijk was het in die tijd raar om sandalen te hebben of zomaar oorbellen te dragen. Zij week daarin af van anderen.’’
Eigenzinnige vrouw
Antje moet een eigenzinnige vrouw zijn geweest, denkt Esther. Dat karakter heeft ze ook haar hoofdpersonage Mina meegegeven. „Ze had ook gewoon kunnen blijven waar ze was opgegroeid en daar het leven leiden dat van haar verwacht werd. Dat heeft ze niet gedaan en dat vind ik wel stoer. En ook de andere hoofdpersoon, Anna, is aan het ontdekken wie ze is en wat ze wil. Ook zij is een dappere vrouw. Ik vond het heerlijk om daarmee aan de slag te gaan.’’
Eigenzinnige keuzes kunnen flink botsen met de verwachtingen van de omgeving, merken de vrouwen in het boek. Het is thematiek die de schrijfster zelf ook bezighoudt. „Ik heb bewondering voor mensen die een beetje schijt hebben aan wat anderen vinden. Dat zou ik soms wel iets meer willen hebben. Ik probeer vaak na te gaan waarom ik een keuze maak: voor mezelf? Of omdat ik denk dat ik anders iemand teleurstel? Dat laatste kan leiden tot keuzes die eigenlijk niet goed voor je zijn. Wanneer je dat patroon doorbreekt, ontstaat er ruimte – vaak juist ook bij die ander. Dat kan bevrijdend voelen. Je kunt tot de ontdekking komen dat die teleurstelling best meevalt.’’
De vrijheid om je eigen keuzes te maken is een belangrijk thema in het boek. Esther laat zien hoe de twee hoofdpersonen, vrouwen van verschillende generaties, daarmee elk op hun eigen manier worstelen. „Dat is ook de reden dat ik die jongere vrouw heb opgevoerd. Doordat zij en Mina in gesprek gaan, leren ze iets van elkaar. De keuzes die Mina had, waren anders dan die van nu. Zij kon niet het leven leiden dat ze zelf wilde. Terwijl het gaat om zestig jaar geleden.’’
Daarbij wéét je soms zelf niet wat je keuzes zijn, denkt Esther. „Dat herken ik zelf ook. Pas kreeg ik de vraag waarom ik niet eerder was gaan schrijven. En waarom ik geen journalistiek heb gestudeerd. Dat was toen nog geen optie, in mijn hoofd.’’
In plaats daarvan deed Esther de pabo. „Ik ben vertrokken uit Gramsbergen om les te gaan geven op een basisschool in Utrecht. Dat is niet iets wat je lichtzinnig doet: weggaan uit je dorp. Het doet iets met jezelf, maar ook met de mensen in je omgeving. En tegelijkertijd kan zo’n verandering je nieuwe mogelijkheden brengen. Om me heen zag ik mensen met een baan die weer gingen studeren. Ineens besefte ik: oh, dat is ook een optie. Toen ben ik onderwijskunde gaan studeren. Via een stage bij de Algemene Onderwijsbond ben ik in de communicatie beland.’’
Nieuwe wending
Met het schrijverschap krijgt de carrière van Esther weer een nieuwe wending. „Ik had nog nooit een boek geschreven, dus ik moest uitvogelen hoe dat moest. Hoe schrijf je iets goed op? Wat is een goede volgorde? En is het logisch of niet? Ik heb veel lopen puzzelen en schuiven. Als het voor mijn gevoel niet klopte, liet ik het even liggen en ging ik er later aan verder.’’
Want het schrijven van een boek gebeurt niet alleen achter het beeldscherm, ontdekte Esther. „Het gebeurt óók tijdens het opvouwen van de was, tijdens het wandelen, tijdens het schilderen van een kinderkamer. Je denkt dat je niets doet, maar ondertussen gebeurt er zoveel in je hoofd.’’
Esther Sloots: „Ik heb ik nu voor het eerst iets gedaan waarvoor ik helemaal zelf heb gekozen.'' Foto: Marcel Molle
Schrijven deed ze in de avonden en de weekenden, naast haar freelancewerk. „Terwijl Bas Netflix zat te kijken, ging ik verder met mijn verhaal. Dat voelde niet als heel hard werken: eigenlijk was ik heel ontspannen.’’
Pas na heel veel versies was ze klaar om een uitgever te benaderen. „Eindelijk dacht ik: hier ligt iets wat ik durf voor te leggen. Ik had onthouden dat iemand zei: ‘Je hebt maar één kans om iets op te sturen, dus ga de uitgever niet bestoken met één of ander halfbakken werk.’ Het moest echt goed zijn.’’
In april 2024 ging ze met haar schoonmoeder naar een literaire avond in de Broeker Kerk. „Daar kwam schrijfster Sacha Bronwasser vertellen over haar roman Luister. Haar redacteur van uitgeverij Ambo Anthos was erbij. Ik had mezelf voorgenomen hem benaderen, maar durfde toch niet. Hij zou vast denken: ‘daar heb je weer iemand die een boek heeft geschreven’. Misschien zou hij wel beleefd antwoorden, maar daarna zou ik er niets meer van horen. Dat was mijn beeld.’’
Na afloop had Esther spijt. „Ik baalde zó van mijn laffe gedrag. Toen heb ik hem alsnog een berichtje gestuurd via LinkedIn. En jawel, ik kreeg antwoord: ik mocht iets opsturen. Nadat hij het had gelezen, vroeg hij me om een keer koffie te drinken.’’
Zonder te weten of het boek uitgegeven zou worden, ging ze een traject in met de redacteur. „Hij las mee, gaf feedback en we brainstormden samen. Zo hebben we een paar rondes gedaan. Het was een lange weg, met veel wachten. Dat vond ik lastig, want ik ben ongeduldig. Maar achteraf is het wel goed geweest. Als je de hele tijd doorgaat, dan wordt het niet per se beter.’’
Na een jaar achtte de redacteur de tijd rijp om het verhaal te pitchen op de uitgeverij. Met succes: Esther kreeg een boekcontract aangeboden. „Op dat moment heb ik staan dansen in de kamer! Het is echt bijzonder dat een debutant zo’n kans krijgt. Zeker als je bedenkt dat de uitgeverij zo’n vierhonderd manuscripten per maand ontvangt.’’
Esther kan bijna niet uitleggen wat het met haar doet. „Ik kan er echt emotioneel van worden. Dit is wat ik diep van binnen ontzettend graag wilde, maar heel lang niet door heb gehad. Stom is dat eigenlijk. Terwijl veel dingen maar gewoon gebeuren, heb ik nu voor het eerst iets gedaan waarvoor ik helemaal zelf heb gekozen. Het voelt als een erkenning van wie ik echt ben.’’
In haar hoofd is ze al bezig met een volgend project. „Ik wil heel graag een tweede boek schrijven. Er vormt zich al een verhaal, maar ik moet het nog bespreken met de uitgever. Ik hoop dat het gaat lukken.’’
In het kort
Esther Sloots (1988) werd geboren in Gramsbergen en woont sinds tien jaar in Broek in Waterland. Ze deed de pabo en de studie onderwijskunde, waarna ze in de communicatie ging werken. Haar debuutroman ‘Waar de suikerbieten groeien’ is verschenen bij uitgeverij Ambo Anthos.
'Waar de suikerbieten groeien', 2026 Foto: Ambo Anthos