Schrijver Martin Hendriksma. Foto: Corbino/Alfabet Uitgevers
Het leven kan een wending nemen door simpelweg een muntje op te gooien. Wie van de twee soldaten op Soerabaja mag in 1946 corresponderen met Lien?
De uit Friesland afkomstige Sybolt kiest munt, zijn kameraad Eddy kiest kop. Het wordt munt en dankzij die gok zal Sybolt afstevenen op een huwelijk, terwijl Eddy een traumatischer lot te wachten staat.
De in Sneek geboren Martin Hendriksma schreef na enkele non-fictiewerken eindelijk weer eens een roman. De laatste verscheen 2010. In Kop wisselt hij twee verhaallijnen af. In de ene volgen we Lien, die tegen de eeuwwisseling aan als weduwe van Sybolt een brief krijgt van Eddy. Wat is er precies met hem gebeurd? In de brieven van Sybolt speelde hij eerst een vriendenrol, maar later verdwijnt hij naar de achtergrond.
In de andere verhaallijn, die consequent in de je-vorm geschreven is, volgen we Sybolt die onderdook in de Tweede Wereldoorlog in de buurt van Sneek en daarna de koloniale oorlog in gerommeld wordt. Zijn aanmelding voor het leger is eerder een vlucht dan een bewuste keuze voor militaire actie.
Behendig literair spel
Wie dat je-verhaal vertelt, die reconstructie van het verleden, blijft tot het eind van het boek onduidelijk. Het is een behendig literair spel dat Hendriksma met de lezer speelt, maar de onthulling van de verteller vormt een beetje een anticlimax.
Een van de andere spanningselementen heeft te maken met een conflict tussen Sybolt en Eddy in Nederlands-Indië. Waarom ontstaat er een verwijdering tussen deze twee maten in het leger? Eddy stuurt aan op een ontmoeting tussen Lien en hem. Ook hier toont Hendriksma zich weer een kundig verteller door het gesprek in een restaurant heel erg uit te spinnen. Lien is er met wat vage verwachtingen naartoe gegaan, het blijft immers een afspraakje met een voor haar vreemde man. Wat Eddy nu drijft, blijft gissen. Zijn kant van het verhaal vertellen, natuurlijk, maar met welk doel? Erkenning, wraak of wil hij alleen maar zijn hart luchten?
Bijrollen
Kop is vaardig geschreven en thematiseert de gevolgen van het koloniale ingrijpen voor de Nederlanders. Na afloop ben je echter het meest geïnteresseerd in de figuren die een bijrol hebben. Van die verteller van de reconstructie bijvoorbeeld, maar ik zal daar niets spoilen. Je vraagt je ook af hoe indringend deze roman zou zijn als je de geschiedenis door de ogen van Eddy zou hebben gelezen. In het nawoord zegt Hendriksma dat de kiem van het verhaal autobiografisch is. Misschien moet zijn volgende werk een autobiografie zijn.