De schrijver Wouter Godijn op een ongedateerde foto. Foto: Merlijn Doomernik/ Uitgeverij Atlas Contact
In je jeugd een grote liefde verliezen en daar als 70-jarige op terugblikken. Wouter Godijn schreef er een ontroerend boek over.
In Het offer, de negende roman van de in Groningen woonachtige Godijn, maken we kennis met Maarten – een nerd, zouden we nu zeggen. Maar aangezien Het offer grotendeels in de jaren zeventig speelt, is het beter om Maarten te omschrijven als apart. Het mag een wonder heten dat hij een meisje krijgt, Nicoline.
Maarten en Nicoline zijn voor elkaar geschapen. Ze kunnen allebei goed leren, ze horen er niet bij, ze kunnen niet van elkaar afblijven. Pagina na pagina beschrijft Godijn hoe ze elkaar ontdekken en op sleeptouw nemen. Naar concerten bijvoorbeeld. Wat Godijn daarover schrijft, laat zich door ondergetekende niet navertellen. Neem aan dat het goed is voor een fantastische leeservaring.
Die doen zich daarna nog vaker voor. Bijvoorbeeld wanneer Godijn zijn licht laat schijnen over waarom het Nederlands elftal in 1974 de WK-finale verloor en welke rol Danny, de vrouw van Johan Cruijff, daarin heeft gespeeld. Ook dat laat zich door ondergetekende niet navertellen, uit onvermogen, maar vooral omdat een samenvatting ernstig tekort zou doen aan de verbluffende prestatie van de schrijver.
Johan en Danny Cruijff
Als een boek slecht is, heeft een recensie zin: als waarschuwing. Als een boek matig of goed is, ook: als consumentenvoorlichting. Als een boek fenomenaal is, is het nagenoeg zinloos, omdat zo’n recensie per definitie tekortschiet. Een onmiskenbaar kunstwerk laat zich hooguit benaderen. Het offer ís fenomenaal.
Als het je smaak is, dat moet uiteraard ook gezegd.
Coen Peppelenbos toonde zich in deze krant over de vorige twee romans van Godijn minder enthousiast, vooral omdat Godijn metafictie bedrijft: een kunstgreep waarbij een schrijver niet alleen vertelt, maar daarnaast zijn vertelling onderbreekt om te reageren op en te reflecteren over wat hij geschreven heeft of nog gaat schrijven. Dat gebeurt in Het offer wederom. En het werkt subliem. Op deze lezer althans.
Het offer (2026), Wouter Godijn. Foto: Uitgeverij Altas Contact
Voor alle anderen heeft Godijn genoeg in petto. Seks en tederheid bijvoorbeeld. Humor om te lachen, soms tot tranen toe. Zinnen die uitnodigen om door te lezen, ondanks hun lengte en onverwachte wendingen. Een tijdsbeeld met herkenbare verwijzingen. Een beschrijving van de functie van roken. En een slot dat naar de keel grijpt en als inspiratiebron diende voor de als verleidelijk bedoelde kop boven dit stukje.