Bezopen boeren en 'n kroegstriptease in 1969 in café Perkaan in Wezup. Foto: Phonogram
In november is het vijftig jaar geleden dat Appleknockers Flophouse van Cuby + Blizzards in de winkel lag. Alsnog goud dus. Een karig aantal songs, een krakkemikkige productie en toch legendarisch. Vooral door een pr-stunt met dronken Drentse boeren en een stripteasedanseres.
Willem Perkaan moest een stuk of tien boeren regelen. Zonder vrouwen. Ja, vooral dat. Alle kosten zouden voor Phonogram zijn, de platenmaatschappij van Cuby + Blizzards, de drank, het eten, alles. De bluesband ging in zijn café in Wezup het album Appleknockers Flophouse lanceren.
Op die oktoberdag in 1969 schreef café Perkaan geschiedenis. Het heeft alleen even geduurd voordat iedereen om die geschiedenis kon lachen. Dat het hele zwikkie laveloos was, band plus boeren, oké. Maar die stripteasedanseres op tafel, dat werd een probleem. Vooral de foto’s. En dat filmpje. Stel je voor dat dit bekend werd.
Dat werd het.
Jan Venhuizen was van 1963 tot 1977 manager van de band. Hij wordt deze week tachtig. Venhuizen is nog steeds gek op muziek. In zijn flat in Assen staat Radio 2 op, en niet als achtergronddeuntje. Venhuizen, geduldig, gestructureerd, was de juiste man voor een ongeregeld zooitje. Hij heeft zijn lange periode met Cuby goed gedocumenteerd. Zijn verhaal is gedetailleerd. „Al is er veel van me gestolen.”
Jan Venhuizen als manager van Cuby & The Blizzards. scn Eric Nederkoorn
Venhuizen werkte in 1963 in de platenzaak van Radio Lampe in Assen. „Ik zag de band spelen op een liefdadigheidsconcert, met Eelco Gelling en Harry Muskee, in 1963, in De Kolk, toen nog het Concerthuis. Leuk man. Wat anders dan dat populaire gedoe. De jongens kwamen daarna naar de zaak. Of ik hun manager wilde worden. Ik had contacten in de platenwereld, vandaar.”
Veel is bekend over de geschiedenis van Cuby, zeker in het Noorden. De boerderij in Grolloo, het succes in 1967 van Groeten uit Grollo (met één o). „Geweldige titel”, zegt Venhuizen. Het jaar 1969, dat van Appleknockers Flophouse, werd een roerig jaar. Om te beginnen weekten Venhuizen en Muskee drummer Hans La Faille en bassist Herman Deinum los van Blues Dimension. „Daarmee hebben we nog wel even trammelant gehad. Ik trok de hele ritmesectie eronder vandaan.”
Voor La Faille, die samen met Deinum als tandem later Sweet d’Buster naar grote hoogten zou stuwen, was de keus simpel. Herman Brood, pianist bij Cuby, was in Zwolle al een jeugdvriend geweest. „Onze ouders waren vrienden”, zegt hij zittend aan een tafel van het Herman Brood Museum in die stad.
Hun vaders werkten na de oorlog samen in een garage. „Niet dat ze verstand van auto’s hadden, maar je moest wat. Los van Herman: Cuby + Blizzards waren toen groter dan toen nog Golden Earrings en The Motions. De trots van Drenthe. En nog. Kijk wat er gebeurt, in Grolloo, in Hofsteenge, dat standbeeld, dat festival, en nu weer de viering van vijftig jaar Appleknockers Flophouse. Alles draait om Harry.”
In La Failles herinnering werden hij en Deinum in een Zwolse kroeg gevraagd om zich bij Cuby aan te sluiten. Venhuizen: „Dat ging eerst even anders”, zegt Jan Venhuizen. „Harry en ik reden op een avond laat naar Zwolle. Hij wist in welke buurt Hans woonde, maar niet de straat, laat staan het huis. We belden overal aan, we klopten op de ramen, we hebben ons de halve nacht dood gezocht. Sommige mensen durfden de deur niet eens helemaal open te doen. Rare lui, dachten ze. Harry met dat haar. Uiteindelijk wist iemand het adres. Hans zei direct ja, en bracht ons in contact met Herman.”
De andere Herman zat toen nog bij de band. La Faille: „Het eerste wat we deden was drie dagen repeteren in De Kolk. Zonder in Nederland te spelen, gingen we direct op tournee naar Polen. Hartje winter, drie weken. Ik sliep bij Brood op de kamer. De band klikte enorm. Toen we terugkwamen waren we totaal ingespeeld. Het was een waanzinnige tour. We voelden ons net The Beatles. We konden niet over straat. Wij met die lange haren: daar achter het IJzeren Gordijn hadden ze zoiets nog nooit van dichtbij gezien.”
Het werd ook het jaar dat Brood zijn ontslag kreeg, door de problemen rond zijn drugsgebruik.
La Faille grijnzend: „Had hij weer wat geflikt en moesten we hem voor een optreden weer uit de Scheveningse bajes halen. Een paar jaar later speelde ik een keer in Groningen. Daar zagen ze Herman geregeld over straat fietsen, behoorlijk naar de knoppen. In een pauze van dat optreden hoorde ik ineens vanuit de zaal, heel zacht: ‘Hansje! Hansje!’ Dat was Herman. Of we straks nog iets gingen drinken.”
„Man, ik ben met hem in Groningen in kleine drugsholen geweest, in hoerenketen”, zegt La Faille. „Hij klopte ergens op een deur, deed er een kleerkast van twee meter open. Daar achter zaten allerlei types in een klein kamertje te shotten. Heel weird allemaal. Herman nam me ook mee naar zijn hotelkamer, met alleen een tafel en een goor bed. Maar hij zei dat hij heel graag weer met me wilde spelen. Dat is ook gebeurd. En zo is zijn carrière eigenlijk nieuw leven ingeblazen.”
Venhuizen: „Toen Herman bij de band kwam zei ik: jongen, jij haalt de dertig niet. Hoe vaak ik niet met hem in het ziekenhuis ben geweest omdat hij had mis gespoten, of te veel.” Toch krimpt de oud-manager nog altijd ineen als hij aan dat ontslag terugdenkt. Omdat het achteraf zo nutteloos was.
„Er was serieuze belangstelling voor Cuby in Amerika. Ik ging met Herman en Anton Witkamp van Phonogram naar Amsterdam om de voorbereidingsreis voor de tournee te regelen. Op het consulaat kreeg Herman te horen dat hij een visum kon vergeten. Een gebruiker en drugshandelaar kwam de VS niet in, zeiden ze.”
Muskee wilde niet mee in zijn plaats. Gelling had al wat anders. „Dus gingen Anton en ik alleen.” Het duo sleepte er mooie contracten uit. „We kregen 70.000 dollar voor een paar lp’s en een tournee als voorprogramma van John Mayall. Alleen wist ik dat Herman niet mee kon. Ik vroeg hem naar mijn huis in Assen te komen. Daar legde ik het hem uit. Jongen, ik moet je ontslaan. ’Ik snap het. Helemaal geen probleem’, was zijn reactie. Herman en ik konden lezen en schrijven met elkaar.”
„Muskee had een enorme heimwee. Als we de provinciegrens over waren, was het al mis”, zegt voormalig manager Jan Venhuizen. scn Eric Nederkoorn
Brood werd vervangen door Helmig van der Vegt, een conservatoriumjongen.
Venhuizen: „Nou komt het. Begin 1970 lagen de definitieve contracten op tafel. Zegt Muskee: ‘Ik teken niet’. Hij wilde niet. Die man had een enorme heimwee. Als we de provinciegrens over waren, was het al mis. Hij kon onderweg naar een optreden zomaar de auto uitstappen, de groeten, hij ging terug. Zaten we zonder zanger. Ook had hij faalangst. Bang dat zijn Engels niet goed genoeg was. We hebben overwogen een andere zanger mee te nemen. Dat sloeg natuurlijk nergens op. Nu we niet gingen, had ik Herman dus voor niks ontslagen. Daar heb ik slapeloze nachten van gehad. Vreselijk. En dat alles door één persoon.”
Zo werd Appleknockers Flophouse de plaat waarop Brood niet langer meespeelde, en La Faille en Deinum juist wel, net als Van der Vegt. La Faille: „Een uitstekende pianist. Beetje jazzy. Hij bracht nieuwe ideeën in, wist alles van akkoordenschema’s. Harry was gevoelig voor verandering. Maar het dreef een wig in de twee-eenheid Muskee/Gelling. Sowieso was het met Herman Brood gewoon leuker.”
Venhuizen: „Herman paste er veel beter bij. Dat gedonder met Amerika was het begin van de verwijdering tussen Eelco en Harry. Eelco had graag gewild. Later ging hij alsnog, met de Earring, maar hij had daar deel liever met Cuby getoerd.”
Appleknockers Flophouse is, zijn reputatie ten spijt, van een mager gehalte. Er ging dan ook van alles mis in die periode.
Tijdens de contractreis van Venhuizen zou de band flink repeteren. Daar was weinig van terecht gekomen, constateerde de manager na terugkeer. „Bovendien viel onze producer, Tony Vos, weg door een ernstig ongeval. Zaten we zonder. We hebben hem zelf maar geproduceerd, met Anton Witkamp. Die dat nog nooit had gedaan. ‘t Rammelde aan alle kanten.”
Er staan ook maar zeven songs op. „Veel te weinig. En dan ook nog een paar als plaatvulling.”
La Faille gooit er nog een schepje bovenop. „Appleknockers Flophouse zelf vond ik een ver-schrik-ke-lijk nummer. Een raar soort hardrock. Er zit zo’n domme ‘drumfill’ in. Rondgaan op de trommels. Vonden de mensen leuk, toen. Had ik weer. Ik had veel meer met de stukken waar jan publiek niet zo van hield. Beetje shuffelen. Of funky. Eelco zei voor een optreden altijd: ‘Laten we dat nummer maar niet spelen, want dat vindt Hans zo erg. Help Me van die lp, dat was dan weer fantastisch. Jazzy.”
Venhuizen: „Schitterend. Eelco op zijn best.”
La Faille: „Maar ja, dan weer zo’n Disappointment Blues.”
Venhuizen: „Wat ik zeg. Plaatvulling.”
La Faille: „Appleknockers werd wel een hit. Bluesbands met hits had je verder niet.”
Dat zullen geen fijne sessies zijn geweest, in de Haagse GTB-studio. La Faille: „Harry had een bloedhekel aan opnemen. Spelen oké, maar de studio... Maar ja, we hadden een contract, we hadden nieuwe nummers, we moesten weer.” Venhuizen: „Die druk werkte niet goed. Zeker niet bij Harry. Had meteen de kop dwars. Dan wilde hij stoppen. Hij ging later voor die plaat in zijn eentje naar de studio om de nummers in te zingen zodra het er instrumentaal op stond.”
Een beroerde aanloop. Maar daar was Perkaan.
Het uiteindelijke succes dankte de plaat aan die legendarische promotiestunt. Venhuizen: „Pr-man Cees Wessels van Phonogram belde met een idee. De plaat moest worden gepresenteerd in een karakteristiek Drents café. Aan ons de taak te bepalen welk. Harry en ik zijn een dag op pad geweest. We dachten eerst aan Hofsteenge in Grolloo zelf. Net even te netjes. ‘Wacht’, zei Harry, ‘ik weet er een. Perkaan in Wezup’.”
Ze reden naar het dorp tussen Emmen en Westerbork, liepen het café binnen: Venhuizen: „Schitterend! Precies wat we zochten. Een café waar je zelf op je viltje moest bijhouden wat je had gedronken.”
Wessels nam de trein maar Drenthe om de boel met Venhuizen en Willem Perkaan door te spreken. De laatste ritselde de boeren, Phonogram het geld. „Er moest zoveel mogelijk gezopen en gegeten worden”, zegt Venhuizen. Dat ‘zonder vrouwen’ was geen probleem, zei Willem. Die kwamen er toch nooit. Mooi, geregeld. Cees vond het daarna slimmer als ik Willem vertelde dat er ook een stripteasedanseres zou opdraven. ‘Wat is dat, striptease?’, vroeg Willem. ‘Dat is een vrouw die zich uitkleedt’, zei ik. ‘Geen probleem jongen’, zei Willem. ‘Dat zie ik m’n vrouw elke avond doen’.”
Er is een filmpje gemaakt van het bluesbacchanaal. La Faille: „Anton Witkamp ontkende later in een documentaire doodleuk dat er werd gefilmd. Sodemieter op zeg! Mooi wel. Ik zit daar naast een boer aan tafel, komt die stripteasedanseres aangelopen. Ik keek haar recht in het zeegat. Er is daar gezopen, niet normaal. En er draaide een varken aan het spit. De boer naast me, met een alpinopet op z’n kop, dronk sherry. Ik vroeg of hij nog een glas wou. Zegt hij: ‘Man, wat loop je nou toch steeds heen en weer. Haal gewoon die fles op’. Iedereen was lazarus. Ze hebben Helmig uit een sloot gevist.” Venhuizen: ,,Klopt. Ze lagen overal op de grond te slapen. Och, Herman Deinum, die was me toch ook zat.”
’t Ging allemaal niet ongemerkt aan de buurt voorbij. Sterker, al tijdens het feestje zag Venhuizen schimmen achter de ramen. „Ik liep naar buiten om te kijken. Waren het de vrouwen van die boeren. Hommeles.”
De burgemeester van Wezup, Greeve, bang voor een schandaal, greep in. Hij verbood om privacyredenen de verspreiding van beeldmateriaal in Nederland en Duitsland en legde dat contractueel met Phonogram vast. Die boeren mochten dus ook niet op de hoes. Wat bij latere persingen overigens alsnog gebeurde. Het filmpje vertoont de stevig innemende muzikanten en boeren, de concentratie afwisselend gericht op het glas en op de danseres. „Wereld-pr was het!”, zegt La Faille. „Het stond in alle kranten.” Venhuizen: „Anders was die plaat nooit zo goed verkocht.”
Erna begon het grote ontkennen. Te beginnen bij Anton Witkamp. Dat die film niet bestond. En dan Willem Perkaan in de krant, dat hij van tevoren niet had geweten wat de bedoeling was.
De brief van de burgemeester van Zweeloo over de beruchte film van Cuby and The Blizzards. scn Eric Nederkoorn
„Hier, lees maar”, zegt Venhuizen. Haalt een artikel te voorschijn, waarin ook de burgemeestersvrouw nog eens schande roept. Dat waren nog eens tijden. Ook de burgemeestersbrief heeft hij nog.
„Die film was lang zoek”, zegt Venhuizen. „Tot hij een paar jaar geleden na het overlijden van de filmer door diens weduwe op zolder werd teruggevonden. Godzijdank. Ze begonnen me al voor gek te verklaren dat ik het bestaan ervan bleef volhouden.”