Decennialang werkte ayatollah Seyyed Ali Khamenei aan een bloedig en corrupt systeem dat hem diende en beschermde. Hij slaagde erin het revolutionaire project van 1979 te laten voortbestaan. Zal de volgende Opperste Leider dat ook kunnen?
Toen in Iran in 1979 de revolutie uitbrak en sjah Mohammad Reza Pahlavi op de vlucht sloeg, kon de islamitische geestelijke Seyyed Ali Khamenei zijn geluk niet op. De revolutionairen hadden gewonnen. Khamenei, toen 40, had zich jarenlang verzet tegen Pahlavi: hij wilde de seculiere monarch en zijn schrikbewind weg.
Pahlavi was een leider die pro-VS en pro-Israël was, en daarmee in het Midden-Oosten een buitenbeentje. Hij had ambitieuze moderniseringsplannen voor Iran, die hij soms met de harde hand doorvoerde. De onderdrukking door de Savak, de geheime politie van de sjah, én de economische situatie destijds – zaken waar het verzet zich vandaag opnieuw op concentreert – leidden tot een breed protest, waarbij het uiteindelijk de islamisten waren die de revolutie wisten te kapen.
Pahlavi’s visie voor Iran stond haaks op het conservatieve denkbeeld van Khamenei en duizenden andere islamitische revolutionairen. Zij droomden van een islamitische staat, geleid door religieuzen die alleen Allahs wil volgen en elke vorm van westerse moderniteit afwijzen.
Althans, dat was wat de Iraanse ayatollah Ruhollah Khomeini jarenlang predikte. Khomeini werd al in 1963 het land uitgezet vanwege zijn verzet tegen de sjah. Toch bleef hij zijn volgelingen toespreken, eerst vanuit Irak en later vanuit Frankrijk.
Khamenei, die Khomeini als zijn grote mentor zag, hielp hem in Iran gehoord te worden. Hij belandde daardoor zes keer in handen van de Savak. Maar in 1979 was het gedaan met die dreiging. Toen stonden geestelijken samen met linkse intellectuelen, kooplieden en nationalisten op de barricaden en slaagden ze erin het systeem omver te werpen. Op 1 februari keerde Khomeini terug naar Iran en lag de weg open voor een nieuw, islamitisch, regime.
Tiener in jeans
Khamenei behoorde niet meteen tot de kern van het nieuwe regime, maar hij kreeg wel een hoge positie. Hij werd plaatsvervangend minister van Defensie en mocht de vrijdaggebeden van Teheran begeleiden. Ook hielp hij bij de organisatie van de Revolutionaire Garde (‘Sepahe Pasdaran’), toen een ideologische eenheid van ongeveer 500 leden die als doel had de “revolutie en haar prestaties” te beschermen.
Preek van Ali Khamenei in Teheran, juli 1980. Foto: Getty Images
Al in 1981 werd Khamenei de derde president van Iran, de op een na machtigste positie in het land. Zijn termijn werd getekend door de vernietigende oorlog met Irak, die acht jaar duurde. In juni 1989, de oorlog was net beëindigd, stierf Khomeini en mocht Khamenei zich de tweede “Opperste Leider” van Iran noemen.
Het is onder die titel dat de meeste Iraniërs zich Khamenei zullen herinneren. Hij regeerde gedurende decennia en in Iran hangen overheidsgebouwen, straten en muren vol met foto’s van hem. Zijn look was op zijn zachtst gezegd herkenbaar: een zwarte tulband, witte baard en een bruin gewaad.
Je zou haast vergeten dat Khamenei ooit een tiener is geweest die in een spijkerbroek rondliep. Een kind dat in poëzie en literatuur lichtheid vond in tijden van armoede. Hij verwierp de westerse cultuur, maar in haar literatuur bespeurde hij zelden de duivel. „Ik heb het keer op keer gezegd”, zei hij eens in 2004 tegen medewerkers van de staatstelevisie. „Naar mijn mening is Les misérables de beste roman ooit geschreven. Ga dat boek lezen, het is goddelijk.”
Maar op het werk van Victor Hugo, Jean-Paul Sartre, Jonathan Swift en enkele andere schrijvers na, onthield Khamenei zich van alles wat westers was. Of zoals de Iraans-Amerikaanse expert Vali Nasr eenszei in De Standaard: „Khamenei is een kind van de jaren 60. Meer dan door religieuze teksten is hij beïnvloed door het werk van antikoloniale denkers als Frantz Fanon.”
Zeker Amerikaanse invloeden weerde Khamenei. Hij was veertien toen de Verenigde Staten in 1953 mee een coup orkestreerden tegen de Iraanse premier Mohammad Mosaddegh, om de Amerikaanse oliebelangen te vrijwaren. Dat sjah Pahlavi later het land zou leiden als een soort handpop van de Amerikanen, zinde veel Iraniërs niet. Zo leerde Khamenei als kind dat de verwestering de bevolking doet vragen om politieke hervormingen. Die fout wilde hij nooit maken.
Tegenstanders buitenspel
Khamenei werd in 1939 geboren in de heilige stad Mashhad. Hij was vier toen hij zijn eerste Koranlessen kreeg, zes toen hij voor de eerste keer in een gewaad rondliep en de stem van Khomeini hoorde.
Dat hij geestelijke zou worden, lag voor de hand. Maar niet dat hij Opperste Leider zou worden. Ook voor hem kwam die positie als een verrassing. Allereerst omdat hij niet tot de meest vooraanstaande geestelijken behoorde. Khomeini had de grondwet kort voor zijn dood aangepast en Khameneis rang werd in sneltempo opgewaardeerd naar grootayatollah. Zo werd de verwachte kandidaat, Hossein-Ali Montazeri, buitenspel gezet. Montazeri was een van de grondleggers van de Iraanse Revolutie, maar kreeg huisarrest omdat hij kritisch was over de duizenden executies die na de revolutie plaatsvonden.
Khomeini zou zelf gewild hebben dat Khamenei hem zou opvolgen. Khamenei stelde zich aanvankelijk nederig op: “Ik ben deze titel niet waard.” Maar de trouwe volgeling gaf Khomeini wat hij wilde.
Ayatollah Ali Khamenei spreekt met een groep hoge Iraanse militairen in Teheran. Foto: ANP
Khamenei zette alles op alles om de resultaten van de Islamitische Revolutie te beschermen. Hij wist in het begin dat zijn positie zwak was, gezien zijn bescheiden theologische statuur en zijn gebrek aan charisma. Daarom begon hij nauwer samen te werken met de Revolutionaire Garde. Terwijl Khamenei zijn positie verzekerde, groeide de Garde uit tot de paramilitaire schaduwregering die ze vandaag is.
Meer dan 35 jaar lang leidde Khamenei Iran door zijn postrevolutionaire groeipijnen. Hij consolideerde het islamitische systeem, verdedigde zijn nucleaire ambities, drukte elke opstand bloedig de kop in en breidde zijn regionale invloed uit door toedoen van Palestijnse, Iraakse, Syrische en Jemenitische milities. Hervormingsgezinde politici zette Khamenei vakkundig en systematisch buitenspel. Decennialang werkte hij aan een systeem dat hem diende en beschermde.
Dood aan de dictator
Khamenei kwam aan de macht met de belofte Iran naar “materiële groei en ontwikkeling” te zullen leiden. De revolutie van 1979 draaide om “onafhankelijkheid”, terwijl het Iran van nu juist gekenmerkt wordt door internationaal isolement.
Het land is verlamd door sancties. Die zetten vooral druk op de bevolking. Mede door economisch wanbeheer klimt de inflatie al jaren boven de 40 procent. Een op de acht Iraniërs is de voorbije decennia in armoede gesukkeld. Ondertussen heeft de bevolking gezien hoe haar leiders miljarden uitgeven aan nucleaire programma’s en raket- en droneproductie en verder milities hebben gesteund in Libanon, Gaza, Jemen, Irak en elders. De populariteit van het regime is vandaag op zijn allerlaagst ooit.
In alle lagen van de bevolking leeft ontevredenheid met de islamitische staat. Zelfs de nationale veiligheidsraad gaf eerder toe dat de ‘economische hindernissen’ kunnen leiden tot een ‘erosie van het vertrouwen van de maatschappij’.
Sinds 2017 volgen de straatprotesten elkaar sneller op, maar die worden telkens bloedig de kop in gedrukt. In 2022 en 2023 richtten de demonstranten zich opnieuw rechtstreeks tegen de Opperste Leider: „Dood aan de dictator”, riepen ze. Meer dan vijfhonderd mensen werden gedood. Bijna twintigduizend mensen werden opgepakt, tientallen geëxecuteerd.
De initiële trigger van de januariprotesten van dit jaar – de crash van de munt – was slechts bijzaak, die vooral als startschot diende voor eenzelfde collectieve eis. Met een nog hardere repressiegolf als gevolg. De doden worden nog steeds geteld: de teller staat inmiddels op ruim 7.000, volgens de in Washington gebaseerde ngo Human Rights Activists News Agency, met nog ruim 11.000 gevallen die worden onderzocht.
Machtsstrijd
Ook al zijn de voorstanders van het regime klein in aantal, ze zijn succesvol geweest omdat ze tot dusver eensgezind, georganiseerd en gewapend waren. Zal dat volstaan voor een vreedzame opvolging van de Opperste Leider, zoals in 1989? Velen denken van niet, want de kaarten liggen anders. In zijn boek What Iranians want: Women, life, freedom (2024) schrijft de Iraans-Amerikaanse schrijver en historicus Arazh Azizi dat het regime op een ‘ideologisch dood spoor’ zit.
Volgens Azizi is het geloof in het systeem zoals het er vandaag uitziet, nagenoeg verdwenen. Wie in het systeem blijft, doet dat alleen omdat het de snelste weg naar meer macht en wapens biedt.
„Na Khamenei zal er een machtsstrijd losbarsten”, schrijft Azizi. „De nieuwe leider zal grote veranderingen doorvoeren, waardoor de religieuze dictatuur zoal we die vandaag kennen, niet langer zal bestaan.”
Dat Khamenei de aanvallen is uitgeschakeld, kan een grote crisis creëren, denkt ook BBC-journalist Kayvan Hosseini op X: „In dergelijke situaties maakt de interne machtsstrijd binnen de regering om snel een opvolger te kiezen de diepe scheuren in de heersende structuur snel zichtbaar, waardoor het hele apparaat op de rand van totale instorting kan komen te staan.”
Ook heeft het regime sinds de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 rake klappen gekregen van Israël en de VS. Militaire en politieke leiders werden gedood, de bondgenoten in de regio verzwakt en nucleaire sites vernield of beschadigd. Of Khamenei en zijn entourage met succes op die machtswissel, en dreigende regimewissel, hebben kunnen anticiperen, moet de tijd uitwijzen.
Wat vaststaat, is dat miljoenen Iraniërs, binnen en buiten het land, met zijn dood een gezicht zien verdwijnen van 47 jaar eindeloos bruut geweld, een man wiens succes gebouwd werd op executies, bloed en leugens.
Dit verhaal is overgenomen uit onze Belgische collega-krant De Standaard. Zij publiceerden het verhaal eerder op zondagochtend 1 maart.