Wat bezielt een 28-jarige Fries om te gaan vechten voor Oekraïne? En wat doet het met je, een jaar lang aan het front? Verslaggever Patrick van ’t Haar ontmoette ‘Roel’ afgelopen winter in een frontregio en tekende deze zomer zijn verhaal op.
„Als je de melding krijgt dat er een zweefbom jouw kant op vliegt, naar jouw positie, dan heb je twee, drie minuten voor de inslag. Dat zit je met zijn vieren in je schuilplaats, kijk je elkaar aan en dan denk je toch wel: waar ben ik terecht gekomen? Ik had gewoon op een terras in Friesland kunnen zitten.”
De avond voordat hij terug gaat naar het front, vertelt de 28-jarige Roel* in Kharkiv over zijn leven aan het front in Oekraïne. Sinds een jaar vecht de Fries als dronepiloot voor het Oekraïense leger in de Donbas. Om precies te zijn in Pokrovsk, een stad die de Russen al een jaar lang belegeren en in handen proberen te krijgen.
Je hebt net twee weken vakantie gehad, je bent terug geweest naar Friesland. Hoe is het nu voor jou om morgen weer terug te gaan naar het front?
„Ik kwam van positie in Pokrovsk en drie dagen later was ik terug in Friesland bij mijn familie en vrienden. Dan willen ze natuurlijk alles van je weten en dan ben je er veel mee bezig. Je wilt iedereen zien en tegelijkertijd is dat lastig omdat je ook weer afscheid moet nemen. Daarom ben ik na een week naar de bergen in het westen van Oekraïne gegaan om daar wat meer tot rust te komen en ‘los te koppelen’. Al hield ik wel de hele tijd contact met de jongens van mijn eenheid. Nu ik weer terug ga, merk ik dat de spanning toeneemt. Dat ik meer spanning voel dan wanneer ik aan het front ben. Want nu ben ik in relatieve veiligheid en dan ga je toch meer nadenken. De angst blijft altijd boven je hangen.”
Een Oekraïense militair staat op het punt om een drone de lucht in te sturen. Deze militair komt niet in het verhaal voor. Foto: Oleg Petrasyuk
Is er een moment geweest waarop je overwoog om niet meer terug te gaan? (Op het moment van het interview, 22 juli, rukten de Russen op richting Pokrovsk en dreigde het gevaar van een omsingeling van de stad.)
,,Nee, dat niet. Maar ik denk wel na over hoe het verder gaat. Hoe lang blijf ik dit nog doen? Zou er een andere manier zijn waarop ik Oekraïne kan helpen? Het gevaar wordt groter. Aan de andere kant: ik heb een heel goed team, het zijn mijn vrienden geworden. Niet terugkomen zou voelen alsof ik hen in de steek zou laten. We praten er ook onderling wel over. De afgelopen tijd zijn er jongens gewond geraakt, jongens gesneuveld. Een groot deel van mijn team bestaat uit internationale vrijwilligers, we zijn allemaal gekomen om te helpen. Aan de andere kant: als je dood bent kan je niks meer bijdragen. Dat nadenken blijft altijd, soms meer, soms minder. En nu wat meer.”
Motivatie
Na de invasie op 24 februari 2022 trok Roel naar Oekraïne om te helpen, niet als militair maar ‘gewoon’ als vrijwilliger. Hij was onder meer in Lviv en de dorpen en steden rond Kyiv die in april 2022 bevrijd werden door het Oekraïense leger. Tot de zomer van 2024 bleef hij op en neer pendelen, zijn tijd verdelend tussen zijn studie - later zijn baan - en Oekraïne.
,,Ik zag hoe direct de oorlog mensen raakt en hoe zwart-wit het is. En als je langer hier bent, dan raak je ook mensen kwijt, vrienden. Je ziet hoe mensen leven onder de nachtelijke aanvallen, wat er gebeurt met ze als hun huis vernietigd wordt. En het raakt ook jezelf als je op plekken bent die worden aangevallen. Zo ben ik er langzaam ingegroeid.
Toen de drone-oorlog echt op gang kwam, zag ik daar voor mezelf een rol. Ik wilde al wel eerder bij het leger maar had geen enkele ervaring. En de training voor gemobiliseerde mensen is dertig dagen, nou dan ben je echt nog geen ervaren soldaat. Dan heb je lang niet alle skills die je nodig hebt. Bij de drones zag ik een mogelijkheid. Jongens die goed kunnen gamen enzo, zo ben ik ook. Dit is iets waar ik wel goed in kan worden, dacht ik.
In diezelfde periode, ik werkte bij een bank in Nederland, hoorde ik dat een vrouw die ik eerder als vrijwilliger had ontmoet, was omgekomen bij een bombardement in Kharkiv. Dat was echt een punt waarop ik. me realiseerde dat humanitaire hulp bieden voor mij voelde als dweilen met de kraan open. En dat ik me meer wilde richten op het oplossen van het probleem, dus vechten als dronepiloot.”
Heb je een termijn in gedachten van hoe lang je dit blijft doen?
„In het begin had ik dat wel. Toen ik vorig jaar begon, dacht ik aan een termijn van een half jaar. Dan zou ik genoeg gedaan hebben. Maar voordat je echt operationeel bent, ben je al een paar maand verder. En ik ben ook nog van team geswitcht. Dus toen had ik al snel zoiets van: ik stop nog niet. We waren goed bezig, hielden het front. Dus toen ik rond de feestdagen thuis was probeerde ik dat ook aan mijn ouders uit te leggen. Die waren er al bang voor. Dus toen zei ik dat ik tot deze zomer zou blijven. En dat wordt ‘m dus ook niet. Nu denk ik niet meer in termijnen want ik weet het gewoon niet. Het kan zijn dat je beste vriend sterft, en dat je dan knapt, niet verder kan.”
Ben je daar niet bang voor? Dat je ‘knapt’, een trauma of PTSS oploopt?
„Vooral in het begin was ik daar wel bang voor ja. Ik heb dingen meegemaakt die niet normaal zijn. Maar zolang je niet naar de fles of drugs grijpt en er wel goed over kan praten, kan je er mee dealen. Tenminste, ik kan er mee omgaan. Onderling hebben we het over onze ervaringen, wat we zien en meemaken. En er zijn ook een paar vrienden in Nederland waar ik goed mee kan praten. Of ik een trauma of PTSS oploop, zal ik waarschijnlijk pas merken als ik weer langere tijd in Nederland ben, als ik echt tot rust kom. Maar als ik zoiets bij mezelf merk, trek ik wel aan de bel. En natuurlijk zijn er dingen die je ziet en niet vergeet. Ik vind dat niet een probleem, het zijn ook dingen die je niet mag vergeten.”
Kun je daar een voorbeeld van geven?
„Ik zit in een stad die continu onder vuur ligt. Ik zie burgers die omgekomen zijn. Vrienden die gewond zijn geraakt. Als we naar onze positie gaan, zie je onderweg soms gedode militairen en is er het constante gevaar dat je geraakt wordt door een Russische drone. En zoals ik net al zei, ook jongens van ons team zijn gesneuveld. Dat is heel heftig, dat went nooit. De eerste drie, vier maanden raakte er niemand van ons team gewond of sneuvelde. Dat was best lang. Je weet dat het altijd kan gebeuren, maar je krijgt ook een gevoel dat het niet zal gebeuren. Als het dan toch zover is, dan raakt dat heel erg. Ook hoe alles doorgaat. Als iemand op positie doodgaat of gewond raakt dan moet diegene geëvacueerd worden. Met de evacuatie komt er ook meteen een vervanger en dan gaat alles gewoon door: binnen 10 minuten vlieg je weer met je drones.”
Als iemand uit je team gewond raakt of sneuvelt, denk je dan ook aan je zelf, zo van dat had ik kunnen zijn?
„Ja. Zeker. Dat heb je altijd. Je merkt het ook aan iedereen. Je bent altijd al scherp maar alles wordt dan nog scherper: ‘Hij is er niet meer, hij was een van ons’. Het is ook vaak domme pech, van net op de verkeerde plek zijn. Met al die drones is het heel onvoorspelbaar. Het kan best zijn dat jij naar positie gaat, en het andere team - dat jij aflost - wordt geraakt op de terugweg. Het is willekeur en dat maakt het heel eng. Het is ook domweg een kwestie van geluk hebben. Als jij met je auto rijdt en er staat een Russische drone verdekt op de grond langs de weg, en die ziet je aankomen, dan word je geraakt. Dat is een zekerheid en daar kan je vrij weinig aan doen. Het is gewoon hopen dat die drone dan alleen de auto raakt en er niemand overlijdt.”
Leven aan het front
,,Normaal zit je drie, vier dagen aan het front. Ik woon in een safehouse op zo’n 20, 30 kilometer van Pokrovsk, van daaruit ga je naar je positie. Vaak gaan we ’s nachts of heel vroeg in de ochtend: dat hangt af van de dronedreiging. Zowel zij als wij kunnen met drones achter de frontlinie kijken wat er gebeurt. Op het moment dat jij vanaf je safehouse in een auto stapt en naar het front gaat, dan weten zij dat er een auto aankomt.
Iemand haalt de auto op, je pakt wat je nodig hebt en dan zit je te wachten, trekt je uniform aan, pakt je tas met eten en drinken. Je slaapzak. En dan ga je in de auto naar het front, een kilometer of 20, 30. In het begin maak je nog grapjes in de auto maar hoe dichterbij je komt, hoe stiller het wordt. Dan gaan de jammers aan – apparaten waarmee drones verstoord kunnen worden – en dan rijd je onder dronenetten door die over de weg gespannen zijn. Hoe dichter je bij het front komt, hoe meer uitgebrande auto’s je ziet.
Iedereen in de auto kijkt naar de lucht of ze drones zien en we rijden heel hard. Met 140 op een weg waar je normaal 60 rijdt. Op positie staat het andere team al klaar, je laadt de auto uit terwijl het andere team de omgeving in de gaten houdt. Zij gaan terug en dan zet je je spullen neer, je geeft aan ready te zijn en dan kan het een uur duren of 5 minuten en dan krijg je een target. Bijvoorbeeld een groepje Russen dat richting onze linies komt. Je maakt je drone klaar, doet er een bom onder, vliegt naar je target en probeert het uit te schakelen. Dat kan verschillende keren snel achter elkaar zijn, er kan ook tijd tussen zitten.
In die tussentijd zit je in je bunker of loopgraaf, in ieder geval onder de grond omdat het te gevaarlijk is om buiten te zijn. En dan zit je met elkaar een beetje te praten, sommigen lezen een boek of kijken youtubefilmpjes. Na een dag of twee probeer je elke keer een tukje te doen als je niet in actie bent. Een persoon is altijd wakker, staat in contact met het commando. Soms is het heel druk, soms is het heel rustig. En na drie vier dagen komt het andere team weer en ga jij terug naar je safehouse.”
Je vertelde net over die keer dat je op positie zat en je de melding kreeg dat er zweefbommen op je afkwamen. Is dat een moment waarop je denkt aan de dood?
„Ja, en op dat moment kan je niks doen. Je weet alleen dat het jouw kant op komt. En je wacht. Dan doet je lijf rare dingen met je. Dat is heel vreemd: angst, scherpte en adrenaline. Dat ervaar je anders nooit zo intens. Je staat tegelijkertijd op de automatische piloot, vaak heb je pas later door wat er gebeurt, gebeurd is.”
Met een bril op bestuurt een Oekraïense militair een drone aan het front in de Donbas Foto: Iryna Rybakova
„Als jouw positie, ook al zitten we op zo’n moment in een kelder, geraakt wordt door een zweefbom, dan is het afgelopen. Dat weet je maar daar is op dat moment geen ruimte voor. Je moet scherp blijven en je hoofd koel houden. Ook als je door angst overweldigd wordt. Gelukkig vlogen de zweefbommen deze keer over ons heen. Vanuit de commandobunker wordt dan nog even geïnformeerd of alles goed is en dan ga je weer door met je werk.”
Jouw werk als dronepiloot is het uitschakelen van Russen, of het nu gaat om soldaten, tanks of ander militair materieel. Wat doet dat met je?
„De eerste keer aan het front vliegen met je drone is heel spannend, dan is het geen training meer maar echt. Je bent dan op positie, hoort alle inslagen, je hoort en ziet dat ze eraan komen. De jongens in de linie voor je worden dan echt aangevallen. Je zit zelf met het hart in je keel. De eerste keer dat je je target raakt voelt als een opluchting. Omdat je dan doet waar je voor bent getraind. En als ik mijn target raak, kunnen zij onze jongens niet aanvallen of doden. Maar even later denk je wel even na: je hebt iemand geraakt en die is gewond of dood. En dat voelt de eerste paar keer vrij gek. Het is allemaal echt, het is geen droom, het is geen training.”
„Dit conflict is zwart-wit. Vind ik. Zij komen hier allemaal vrijwillig oorlog voeren, vallen een ander land aan. En brengen hun ‘horrors’ mee: de verkrachting van vrouwen, het platbombarderen van huizen. Je weet dat je iets goeds doet, ook al is het tegelijk ook weer iets verschrikkelijks. Oorlog is heel naar en overbodig. Maar je komt hier om een land te verdedigen. Dat is het dubbele eraan. Het voelt goed om je werk te doen, te vechten voor deze mensen hun vrijheid. Ze te verdedigen. En als je vaker een target raakt, dan leer je er ook mee om te gaan.”
Nu zit je in Pokrovsk, al meer dan een jaar een zwaarbevochten plek, met continue dreiging van inname. Hoe is dat met Russen die langzaam maar steeds verder je stad omsingelen, jou omsingelen?
„Het is frustrerend en angstig. Frustrerend omdat het heel bizar angstig is om te zien hoeveel mensen de Russen er tegenaan gooien. Een paar honderd meter terreinwinst ten koste van duizenden levens. Hoe barbaars dat is: een mensenleven is voor hen niks waard en daar vechten wij dus tegen. Maar het zijn wel mensen. Als er bij ons iemand sterft, raakt het ons heel erg, ik kan me niet voorstellen dat dat bij hen ook zo is als je kijkt hoeveel mensen ze de dood insturen. Het is ook niet goed voor het moraal dat je altijd maar verdedigt en hoort dat ze hier en daar iets opgeschoven zijn. De kans is groot dat de stad een keer valt. Dat je je terug moet trekken. Als je naar positie gaat heb je ook de angst dat je niet meer weg kan of uit moet breken, dat zijn dingen waar je niet op zit te wachten. De situatie wordt steeds gevaarlijker.”
Is dat je grootste angst, dat je niet meer weg kunt en omsingeld wordt door de Russen?
„Ja. Die angst is heel groot. Je wilt niet sterven maar als je weet wat zij met krijgsgevangenen doen… En als je een buitenlander bent… Als de stad omsingeld wordt, zijn ze nog steeds wel op een afstand maar kan je er zelf niet meer uit. Dan moet je wachten tot je kan uitbreken of dat je er uitgehaald wordt. Vaak is er nog een weg open die het Oekraïense leger vrij probeert te houden. Maar dat is geen weg waar je graag over heen wilt omdat je daar continu bestookt wordt met alles wat ze hebben.”
In de frontregio rond Pokrovsk hangen netten om auto's te beschermen tegen drone-aanvallen van de Russen Foto: ZUMA Press Wire/Shutterstock
Je bent nu bijna een jaar aan het vechten aan het front. Hoe heeft jou dat veranderd?
„Op zich heeft het me wel volwassener gemaakt, ik heb wel gezien hoe bruut de wereld kan zijn. Voor mensen in Nederland is het vaak een ‘ver van mijn bed show’. Je weet dat het bestaat en je ziet misschien films of documentaires, maar je weet nooit hoe het is tenzij je er zelf bent. Ik heb niet het gevoel dat iets mij nog uit het veld kan slaan. Omdat ik met de ervaringen van hier nog steeds kan functioneren.
„Ik realiseer me ook hoe mooi het leven is in Nederland terwijl er toch zoveel geklaagd wordt. Als je hier leeft, zijn alle problemen in Nederland ineens geen echte problemen meer. Als ik in thuis in Friesland ben, kan ik er ook meer van genieten. Ook van dingen zoals in de file staan of een regenbui. Dat vond ik vroeger iets vervelends maar nu niet meer. Ik ben me veel bewuster van wat ik heb door mijn leven hier.”
‘Het wordt te gevaarlijk’
* De werkelijke naam van Roel en zijn woonplaats in Friesland zijn bij de redactie bekend. Dat hij zich in augustus vorig jaar aangesloten heeft bij het Oekraïense leger is door meerdere bronnen bevestigd. Vorige week, op 28 augustus stuurde hij een appje dat hij het leger (tijdelijk) heeft verlaten, samen met enkele andere leden van zijn eenheid. Omdat hij internationale vrijwilliger is, mag hij het leger op elk gewenst moment verlaten.
,,Toen ik terugkwam was de situatie enorm verslechterd, de weg naar Pokrovsk lag nog meer onder vuur en veel van onze jongens raakten gewond of sneuvelden. De bevelvoerders wilden echter dat we bleven gaan. Met de ‘internationals’ in onze eenheid hebben we toen besloten weg te gaan. Het wordt te gevaarlijk en we zitten hier al een jaar onder hele zware omstandigheden. Nu kijk ik eerst hoe ik verder ga. Of naar een andere eenheid of op een andere manier actief blijven in Oekraïne. Dat ik in Oekraïne blijf, is geen vraag.”