David van Weel, minister van Justitie en Veiligheid. Foto: Archief ANP
Iedere Nederlander moet zich in geval van een cyberaanval, een ramp die het land lam legt of oorlog 72 uur kunnen redden. Dat zegt minister David van Weel (Justitie).
Daarmee volgt Nederland een Europees advies over het vergroten van weerbaarheid bij noodsituaties. Tot nu toe werd in ons land geadviseerd om voorbereid te zijn op 48 uur zelfredzaamheid, bijvoorbeeld door voldoende eten en water in te slaan.
Van Weel juicht toe dat op de EU-top vandaag wordt gesproken over fors meer geld voor defensie. „Maar de inzet voor civiele weerbaarheid moet nu in heel Europa met dezelfde snelheid omhoog”, aldus de VVD-bewindsman.
In eigen land moet er veel meer gebeuren om bijvoorbeeld het risico op sabotage van onze drinkwatervoorziening, ook ons elektriciteitsnetwerk is veel te kwetsbaar. Van Weel onthult dat het kabinet nu vijf sectoren heeft geselecteerd die prioriteit krijgen.
Veiligheidsrisico
Er is geen tijd te verliezen: inlichtingendiensten waarschuwen dat snelle vrede in Oekraïne een veiligheidsrisico kan opleveren voor de rest van ons continent. „Nu ligt de focus voor een groot deel op Oekraïne en hybride aanvallen die grotendeels gerelateerd zijn aan steun voor Oekraïne. Als de oorlog eindigt hebben ze hun handen vrij.” De minister stelt hardop de vraag hoelang Europa nog mag rekenen op Amerikaanse hulp bij het tegengaan van cyberaanvallen.
Van Weel maakt de vergelijking met de Koude Oorlog. „Toen wisten we wat je moest doen op het moment dat het luchtalarm ging. Burgers hadden gewoon een taak te vervullen in geval van nood”, zegt Van Weel. „Na de val van de Muur hebben we defensie afgebroken en tegelijkertijd de hele civiele weerbaarheid.”
Tijdens een vergadering met EU-justitieministers woensdag in Brussel heeft Van Weel naar eigen zeggen een stevig pleidooi gehouden om vaart te maken met dit thema. In landen als Finland en Zweden hoef je ze over dit onderwerp niets te vertellen, maar bij ons moet alles opnieuw opgebouwd worden. Brussel komt over een paar weken met een voorstel.
Vijf prioriteiten
Van Weel neemt nu een eerste advies over: iedere Nederlander moet zich niet 48 uur, maar 72 uur zelf zien te redden bij een noodsituatie. Afgelopen najaar kondigde Van Weel samen met defensieminister Ruben Brekelmans in De Telegraaf aan dat er plannen komen om de hele maatschappij voor te bereiden op hoe te handelen bij onheil. Het kabinet heeft inmiddels vijf prioriteiten geselecteerd: logistiek, elektriciteit, water en voedsel, gezondheidszorg en de overheid.
„Bij logistiek denk ik natuurlijk aan de haven van Rotterdam. Bij een conflict in Europa gaan ze hier een hele grote rol spelen”, zegt Van Weel. „Als dit plat komt te liggen, dan hebben we militair gezien een ramp met de aanvoer van troepen en goederen. En we hebben een probleem met brandstof, want heel veel gaat via of langs de Rotterdamse haven.”
Water en voedsel zijn een andere prioriteit. „In Denemarken hebben we een hack gezien van een drinkwaterinstallatie. Met een druk op knop viel de druk weg en hadden huishoudens geen water meer”, geeft Van Weel als voorbeeld. Voor voedselzekerheid zegt hij dat er een oplossing gevonden moet worden voor als de logistiek voor veevoer platligt en onze boeren dus geen eten meer hebben voor alle koeien en kippen. En zo gaat Van Weel nog door op gezondheidszorg: „Denk aan bijvoorbeeld voldoende medicijnvoorraden.”
Klaar voor het ergste
Bij ons elektriciteitsnetwerk speelt juist het probleem dat het te efficiënt is: „Met vrij gerichte aanvallen kan een heel groot deel van ons stroomnetwerk worden platgelegd. Dat is anders dan in Oekraïne, substations voorkomen dat het moeilijk is om het hele energienetwerk uit te schakelen. Dat moeten wij ook inbouwen.”
Het Europese advies roept autoriteiten op om zelf klaar te zijn voor ergste. „De kans is klein dat we dan vanuit Den Haag kunnen communiceren met burgers”, zegt de minister. „Er moet in eerste instantie heel veel lokaal gebeuren. We gaan burgemeesters vragen om daar goed over na te denken. Misschien moeten er steunpunten komen waar mensen heen kunnen gaan? Hoe zorgen we voor hulp voor de zwaksten? Hebben we noodstroom voor het opladen van telefoons?”
Nog voor de zomer worden deze vijf prioriteiten verder uitgewerkt.