GRONINGEN Voor de Eemsdelta gloort na alle verlies van werkgelegenheid een sprankje hoop. Bij de treurnis over de ondergang van aluminiumfabrikant Aldel in Delfzijl, was er begin vorige maand weinig aandacht voor het initiatief van minister Kamp van Economische Zaken om de Eemsdelta voor meer en groter onheil te behoeden.
Hij installeerde een commissie onder voorzitterschap van oud-Shell-topman Rein Willems om een plan te maken voor behoud van de werkgelegenheid die het Chemiepark Delfzijl biedt. Dat is nu goed voor 2250 directe en 3400 indirecte banen. Veel bedrijven die ertoe behoren hebben het moeilijk. De oorzaak is veelal dat ze veel hogere energielasten hebben dan hun concurrenten. In bijvoorbeeld de VS profiteren ze van het goedkopere schaliegas. In andere Europese landen wordt een energiebeleid gevoerd dat veel gunstiger voor de industrie uitpakt dan dat in Nederland.
De commissie Willems heeft hard gewerkt. De presentatie van de plannen van het gezelschap is diverse keren uitgesteld, maar maandag worden ze publiek gemaakt. Kamp zal zich daarbij niet onbetuigd laten. Hij zal tientallen miljoenen beschikbaar stellen als bijdrage aan het behoud van het chemiecluster. Met die geste is die industrie nog lang niet gered.
Het plan van Willems is tot op heden slechts bij een heel klein gezelschap bekend. Kenners van de problemen waarmee het chemiecluster kampt, schatten evenwel dat er misschien wel anderhalf miljard euro nodig is om het toekomstbestendig te maken. De trefwoorden bij de aanpak zijn behoud, versterking, vernieuwing en verduurzaming. Daar achter gaat een complex pakket van maatregelen schuil die tot een economischer bedrijfsvoering moeten leiden, maar ook nieuwe –innovatieve- activiteiten. Dat pakket moet resulteren in een samenspel van energie-, agro- en chemiebedrijven, een toonbeeld van 'biobased economy'. Het gebruik van windenergie, het 'opvangen' van restwarmte en het gebruik van reststromen zijn daarbij belangrijke elementen.
Kansloos zijn de ambities niet. In het chemiecluster staan plannen op stapel die een eminente rol kunnen spelen bij de revitalisering. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van Woodspirit!, het met 200 miljoen euro Europese subsidie beloonde plan van BioMCN voor de bouw van een biobrandstoffabriek. Het bedrijf Torgass gaat zeker een demonstratiefabriek bouwen waarin het overtollige elektriciteit van windmolens gaat gebruiken voor de productie van duurzaam syngas, een belangrijke grondstof voor de chemische industrie. De Rotterdamse projectontwikkelaar Gijs Bakker werkt aan een centrale die door vergassing van afvalplastic en biomassa ook syngas en energie wil produceren, die via nieuwe netwerken hun weg naar omliggende bedrijven moeten vinden.
Een ding is evenwel duidelijk: de redding kan ook na het gebaar van Kamp niet verder alleen van het bedrijfsleven komen. Niet alleen door de technische complexiteit vergt de revitalisering zeker vijftien jaar, maar ook door de financiering. Ingewijden stellen met zekerheid dat het totaal aan noodzakelijke investeringen zo groot is, dat die een onrendabele top hebben die veel groter is dan het bedrag dat de minister fourneert. Zonder meer steun van overheden is het plan kansloos is.
Bij de Provinciale Staten van Groningen leeft het besef dat na het gebaar van Kamp het provinciebestuur niet kan achterblijven. Het heeft de minister zo vaak aangesproken op de malaise in de regio, dat het niet ontkomt aan een substantiële bijdrage aan de redding van het chemiepark nu Kamp in de buidel heeft getast. De rekenmeesters op provinciehuis zijn druk doende na te denken over de hoogte van het bedrag waarmee ook de provincie kan laten zien dat Groningen ernst maakt met de werkgelegenheid in de Eemdelta.