Celine van Engelenhoven (31) herkent de druk maar al te goed. Zelf kreeg ze ruim twee jaar geleden een burn-out. Eigen foto
Uit de laatste cijfers van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) blijkt dat stressverschijnselen of een burn-out steeds vaker een rol spelen bij ziekteverzuim onder vrouwen.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het ziekteverzuim in het eerste kwartaal van 2025 opnieuw gestegen: van 5,5 procent in 2024 naar 5,8 procent in 2025. In vrijwel alle bedrijfstakken was sprake van een stijging van verzuim. De zorg kampt opnieuw met de hoogste cijfers als het om verzuim gaat. De verzuimcijfers in verpleging, verzorging en thuiszorg liepen op tot maar liefst 9,7 procent.
Door psychische klachten, zoals stress, angst en depressieve gevoelens, vallen vrouwen steeds vaker uit op de werkvloer. Vrouwen verzuimen bijna de helft vaker dan mannen. In 48 procent is dit het gevolg van psychische klachten; bij mannen bedraagt psychisch verzuim 34 procent.
Vrouwen moeten alle ballen hooghouden
Waarom verzuimen vrouwen die kampen met deze klachten vaker dan mannen? Dat heeft volgens Suzanne van Pelt, oprichter van Smart Health, een gezondheidsplatform dat zich inzet voor vrouwengezondheid op de werkvloer, te maken met meerdere factoren.
„De gezondheid van vrouwen en mannen verschilt op verschillende vlakken, zowel biologisch als sociaal. Zo reageren vrouwen anders op stress; zij hebben een grotere kans op depressie, angststoornissen of een burn-out. Daarnaast krijgen zij, gedurende de loopbaan, te maken met verschillende uitdagingen die gepaard gaan met een bepaalde levensfase, zoals een zwangerschap of de overgang.”
„Die laatste fase kan zorgen voor slaap- en concentratieproblemen, stemmingswisselingen en vermoeidheid. Deze klachten kunnen productiviteit en het werkvermogen verminderen.”
Sociale rolpatronen spelen mee
Sociale rolpatronen spelen ook mee. „De verwachtingen bij vrouwen liggen hoog: na het afstuderen ervaren jonge vrouwen veel druk op werkgebied, terwijl agenda’s vollopen met sociale activiteiten en er weinig ruimte is voor mentaal herstel. Vervolgens stichten veel vrouwen een gezin, waardoor zij werk moeten combineren met zorgtaken.”
„Het gaat hierbij niet alleen om huishoudelijke taken binnen het gezin, maar ook mantelzorg voor een ouder of een ander ziek familielid komt vaker op de schouders van een vrouw terecht. Alle ballen moeten hoog gehouden worden. Dit kan effect hebben op de inzetbaarheid van de vrouw op de werkvloer.”
Veel signalen genegeerd
Celine van Engelenhoven (31) herkent de druk maar al te goed. Zelf kreeg ze ruim twee jaar geleden een burn-out. „Eigenlijk ging het mij voor de wind: een leuke baan als psychologiedocent op een hogeschool, een groot sociaal netwerk met leuke vriendinnen, en ik ging vaak naar de sportschool om fit te blijven. Nu ik terugkijk, besef ik dat ik in de voorafgaande periode veel signalen heb genegeerd. Ik sliep slecht en was rusteloos.
„Natuurlijk hielp de hoge werkdruk in het onderwijs niet mee, maar het lag niet alleen aan het werk: ik ben van nature best onzeker en perfectionistisch en wilde alles goed doen – op alle vlakken.”
De klap die Van Engelenhoven twee jaar geleden krijgt, valt rauw op haar dak. „Midden in de nacht werd ik wakker. Ik liep naar de wc en voelde mij raar, alsof ik moest flauwvallen. Ik kon nog net mijn ouders opbellen. Zij belden snel een ambulance. In mijn hoofd ontstond kortsluiting: lopen, praten of denken ging niet meer.”
Meerdere scans tonen aan dat er echter niks aan de hand is met haar brein. „Toch kon ik helemaal niks doen. De eerste tijd na het voorval lag ik wekenlang in een donkere kamer bij mijn ouders. Prikkels of geluiden kon ik niet verdragen; ik was compleet verdoofd. Pas toen ik na zes weken een bezoekje bracht aan de neuroloog, werd aan mij gevraagd of ik geen burn-out had. Direct zei ik: ja, dit is het, alle puzzelstukjes vielen in elkaar.”
Maandenlang werkt de inmiddels 31-jarige Van Engelenhoven aan haar herstel, maar een terugkeer in het onderwijs zit er niet meer in. „In het begin kon ik niet eens rechtop aan tafel zitten of de trap aflopen. Langzaam ging dat beter, al had ik veel rust en tijd nodig. Het re-integratieproces verliep niet zoals ik had gehoopt, dus heb ik een jaar geleden besloten om te stoppen in het onderwijs.”
„Alles gaat daar in de volste versnelling; dat kan ik nu niet meer aan. Als zzp’er begeleid ik nu mensen die in eenzelfde soort situatie zitten. Mijn grootste tip? Negeer beginnende signalen, zoals rug- en nekklachten, hoofdpijn en slaapproblemen, niet en zoek op tijd hulp.”
Huisarts stelt niet altijd de juiste diagnose
Volgens Van Pelt gaan vrouwen sneller met klachten naar de huisarts, maar wordt de juiste diagnose niet altijd gesteld. „Bij mannen stapelen de klachten zich op, melden ze zich later bij de huisarts en worden ze hierdoor vaker en sneller doorverwezen naar een specialist. Veel onderzoek is bovendien gebaseerd op mannen, waardoor er meer kans is op een misdiagnose of een minder effectieve behandeling.”
Vrouwen die kampen met stress of andere psychische klachten, hebben daarnaast twee keer zo veel kans op hart- en vaatziekten als mannen. Cardiologen Janneke Wittekoek en Leonard Hofstra erkennen dat het handig is om op tijd aan de bel te trekken bij de eerste signalen van stress.
Hofstra: „Langdurige stress kan uiteindelijk leiden tot een hartinfarct. De symptomen bij vrouwen zijn echter anders dan bij mannen, en worden minder snel herkend. Bij mannen zien we vaak een klassiek beeld: pijn op de borst die uitstraalt naar de arm of kaak, terwijl vrouwen soms alleen kortademig zijn. De symptomen vallen vaak samen met de menopauze, wat voor verwarring kan zorgen, want de oorzaak kan ook hormonaal zijn.”
Vrouwen zijn gevoeliger voor stress
Wittekoek, tevens auteur van het boek Het vrouwenhart, ziet in haar praktijk veel vrouwen met stressgerelateerde klachten.
„Onderzoek wijst uit dat vrouwen gevoeliger zijn voor stress. Stress hoeft niet direct levensbedreigend te zijn, maar het is wel belangrijk om het serieus te nemen, want chronische stress heeft invloed op aderverkalking, wat op den duur kan leiden tot een hartinfarct. Andere factoren, zoals een verhoogde bloeddruk, een te hoog cholesterol en een gezonde leefstijl, zijn ook essentieel. Zit je niet lekker in je vel, dan is de kans groot dat je minder goed voor jezelf zorgt en ongezondere keuzes maakt.”
Van Pelt stelt dat er nog veel te behalen is op het gebied van vrouwengezondheid op de werkvloer, maar dat het begint bij het creëren van bewustzijn.
„Veel vrouwen vinden het lastig om te praten over hun klachten, omdat het nog te vaak wordt afgedaan als gezeur. Hierdoor houden ze hun mond en lopen de klachten op, waardoor vrouwen langer afwezig zijn op het werk. Voor mannelijke werkgevers is het overigens ook lastig, omdat er een taboe heerst op onderwerpen als menstruatie of de overgang. Daarom is het belangrijk dat zowel medewerkers als leidinggevenden voldoende kennis hebben over vrouwengezondheid. Doorbreek taboes en ga het gesprek aan.”