Ecoloog Matthijs Jansen wil een neutraler geluid laten horen omtrent de wolf. Foto: Hugo Faber
Het is tijd voor een ander geluid aangaande de wolf. Of in ieder geval: een beter onderbouwd geluid, zo stelt Matthijs Jansen uit Witteveen. De berichtgeving in de media is volgens de ecoloog vaak alleen kritisch, of juist enkel positief.
Daardoor wordt volgens Jansen een eenzijdig beeld geschetst. „Het is tijd voor een neutraler verhaal.”
Jansen is ecoloog in de provincie Groningen, bestuurslid bij Waterschap Drents Overijsselse Delta, vinder van diverse wolvensporen in Drenthe en ervaringsdeskundige op gebied van conflicten over fauna tussen bewoners en bedrijven.
In zijn betoog heeft Jansen het meermaals over wolvenknuffelaars en wolvenhaters. De ecoloog zegt dat de aanwezigheid van wolven in Nederland een kwestie van wennen is en dat er betere beschermingsmaatregelen moeten komen voor veehouders. Hij wijst op de complexiteit van het identificeren en aanpakken van probleemwolven en benadrukt dat het accepteren van wolven in ons ecosysteem een leerproces is.
Volgens Jansen zijn we steeds een beetje beter voor onze omgeving aan het zorgen, een consequentie daarvan is dat er allerlei wilde dieren terugkomen: „Mijn verhaal is dat dit allemaal onderdeel is van wat al langere tijd speelt”, zegt Jansen. „Denk aan de oehoe, de zeearend, de bever en verschillende herten: al die beesten komen terug. En nu dus ook de wolf. Dat is even heel erg wennen, maar hij zit er al wel en daar moet je wat mee.”
Afwachten
Maar wat moeten we ermee? „Het is makkelijk om te zeggen: ik ben helemaal voor of ik ben helemaal tegen de wolf. Er valt voor de argumenten van beide kampen wat te zeggen. Ik ben geen wolvenknuffelaar, maar ook geen wolvenhater. Feit is nou eenmaal dat die wolf hier is en dat hij niet meer weggaat.”
Volgens Jansen zijn we steeds beter voor onze omgeving aan het zorgen, en een consequentie daarvan is dat er allerlei wilde dieren terugkomen. Foto: Hugo Faber
Vooralsnog weten we niet of de wolf in de huidige gebieden blijft of dat het zoogdier zich nog verder gaat verspreiden door ons land. Maar daar ligt volgens Jansen wel een belangrijk kantelpunt in de discussie. „Het blijft afwachten hoeveel wolven er eigenlijk kunnen leven in Nederland. Als hun aantal beheersbaar blijft, kunnen we de wolf en de veehouders goed beschermen. Als de wolvenpopulatie echter te groot wordt, kan dat problemen veroorzaken, maar op dit moment lijkt dat nog niet het geval te zijn.”
Drukbevolkt
Het afschieten van de wolf is volgens Jansen absoluut geen oplossing, ook al wordt die optie wel vaak genoemd. „Afschieten mag helemaal niet, want het is een beschermde diersoort in Europa. Er zijn provincies en gemeenten die hebben beloofd aan de kiezers dat ze de wolf gaan verbieden, maar met alle respect: dat gaat niet gebeuren. Je kunt die oplossing wel opperen, maar de wetgeving biedt daar geen ruimte voor.”
Daarnaast is het volgens de ecoloog ook een kortzichtige optie die weinig oplost: „Je moet naar de toekomst kijken. De wolf is niet ineens weg als je ze gaat afschieten. Ze blijven toch wel komen. Ik ben ook van mening, dat als het allemaal te veel tijd kost, je moet nadenken of je niet meer vergoeding moet geven aan de boeren. Op die manier kunnen ze betere maatregelen treffen. Want zodra we een goed beeld hebben van de wolf in Nederland, in welke gebieden en in welke aantallen, dan kun je alles heel goed beschermen. En dat kan echt. Dat kost wat, maar als je het wil dan kan dat.”
Blauwtong en de wolf
Toch snapt Jansen ook dat de schapenhouders moedeloos worden van het eindeloze gesteggel en dat het momenteel een uitzichtloze situatie lijkt. Onlangs werden in Ruinen de dieren van dezelfde schapenhouder meermaals in korte tijd aangevallen door de wolf. En dat is geen op zichzelf staand incident.
Om dat leed kun je niet zomaar heen, snapt ook Jansen: „Veel wolvenliefhebbers vergeten dat het slecht gaat met de schapenhouderij in Nederland. Er wordt weinig op verdiend en onlangs hebben ze te maken gehad met blauwtong”, verzucht de ecoloog. „In Drenthe is daar 15 tot 20 procent van de schapen aan overleden. Dat is verschrikkelijk. En dan komt er ineens een wild beest dat van niemand is. Je kunt er dus niemand op aankijken. Je zult maar schapenhouder zijn op dit moment.”
Probleemwolven
Kunnen we de probleemwolven die meerdere keren schapenhouders hebben aangevallen dan niet afschieten? Dat blijkt ingewikkeld, want het is een uitdaging om wolven te identificeren, omdat ze zelden gezien worden en vaak op elkaar lijken. „Bij een aanval op een schaap wordt DNA afgenomen om de aanwezigheid van een wolf te bevestigen, maar zelfs als dat lukt, blijft het lastig om de specifieke wolf aan te wijzen die de aanval heeft gepleegd, vooral wanneer er meerdere wolven in het gebied zijn. Als je zes wolven naast elkaar zet, haal ze dan maar eens uit elkaar, onderscheid ze maar eens”, schetst Jansen de complexiteit ervan.
De wolf is al tijden voer voor discussie in ons land. ANP
Ook schieten met een paintballgeweer - een optie waar de provincie Gelderland onlangs een vergunning voor heeft verleend bij een probleemwolf op de Noord-Veluwe- , heeft volgens Jansen weinig nut: „Je kunt het vergelijken met een kinderhand in de suikerpot: bij een corrigerende tik weet het kind direct waarom het wordt gestraft. Maar als je met een paintball gaat schieten op een wolf in het veld, dan weet hij niet dat het gelinkt is aan het feit dat hij ooit een schaap heeft aangevallen. Theoretisch gezien zou het wel kunnen werken om het dier af te schrikken, wanneer het bijvoorbeeld vaker dichtbij mensen komt.”
Romantisch beeld
De ecoloog wil wel benadrukken dat voorstanders van wolven vaak een romantisch beeld hebben van deze dieren. Hij wijst erop dat sommige liefhebbers van wolven zelfs geneigd zijn om zich te bemoeien met individuele wolven door bijvoorbeeld voedsel te geven, wat gevaarlijk gedrag kan aanmoedigen. „Wolven zijn ongelofelijk slimme dieren. Bijvoeren kan tot problemen leiden, ongewenst gedrag bij wolven en het verstoren van hun natuurlijke gedrag. En als dat gebeurt, dan kan het weleens het einde van die wolf zijn.”
Want in de meest extreme gevallen mag een wolf wel afgeschoten worden. „Ik meen dat het in Duitsland wel eens gebeurd is. In Nederland kan het dus ook bij extreme gevallen. Maak je een wolf tam, en gebeurt er vervolgens iets, dan is dat wel het einde van die wolf. Wolvenknuffelaars moeten dat wel beseffen.”
Kijken bij de buren
Wat we alvast kunnen doen? Kijken naar onze buurlanden, zo stelt Jansen. „Het domste wat je kan doen is denken dat het een lief beest is die je kan knuffelen, of denken dat het beest vanzelf verdwijnt als je ze gaat afschieten. In Duitsland en Polen loopt de wolf al meer dan 25 jaar rond. Daar weten ze wat goed gaat en wat niet goed gaat. Daar moet je van leren.”
Jansen sluit af met een kenmerkende conclusie over ons land. „Ze zeggen weleens: God schiep de wereld maar de Hollanders schiepen Holland. We zijn in Nederland heel erg gewend dat we alles weten en alles zelf regelen. We leggen dijken aan, we beheren ons waterpeil en elk stukje grond heeft een eigenaar. En dan komen er ineens van die wilde beesten die zich nergens wat van aantrekken. Ja… dat is moeilijk te accepteren.”