CJIB-directeur Albert Hazelhoff. Foto: Jaap Schaaf
Het Nederlandse verkeersboetestelsel verdient bijsturing. Het eerste boetebedrag en zeker de verhogingen zijn niet meer in balans. Ze staan niet in verhouding tot de ernst van het feit, zegt directeur Albert Hazelhoff van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB).
In de basis zit het huidige systeem van verkeersboetes goed in elkaar, vindt directeur Hazelhoff. Het oorspronkelijke idee achter de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv, de zogenoemde Wet Mulder) deugt. Centraliseren, vereenvoudigen en ook handhaven op ‘geringere feiten’ - in het belang van de verkeersveiligheid. Het alternatief is om via het strafrecht te beboeten, maar dat is in Nederland eigenlijk geen optie meer.
Zo ging het vóór de invoering van de Wet Mulder 35 jaar geleden. „Die strafrechtketen wil je niet opnieuw belasten, met zittingen en officieren die ingezet moeten worden.” Het gaat namelijk om acht miljoen verkeersboetes en dus acht miljoen zaken per jaar. „Bovendien zijn het relatief geringe feiten. Je wilt niet dat mensen zo een strafblad krijgen.”
Wel komen er veranderingen aan, vermoedt Hazelhoff. Het systeem wordt momenteel onderzocht. „Ik verwacht dat het beperkte aanpassingen zullen zijn.” De scheidend algemeen directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), dat al sinds 1991 in Leeuwarden is gevestigd, vindt overigens dat „een zichtbare politie” veel meer zoden aan de dijk zet. „Verkeershandhaving dus.” Agenten en boa’s die daadwerkelijk buiten aan de slag gaan, op straat en langs de grote wegen.
Er komen zeker twee ingrepen aan
Volgens Hazelhoff, die met pensioen gaat, komen er zeker twee verbeteringen aan. „Daar zal het wel naartoe gaan.” Hij merkt erbij op dat aanpassing van het boetestelsel aan de politiek is. Den Haag beslist.
„Ten eerste zou het eerste boetebedrag bij een overtreding meer in lijn moeten zijn met het strafrecht en de ernst van het feit. Dat is ook de politieke insteek. Want het stelsel van verkeersboetes is steeds meer uit de pas gaan lopen met de boetes in het strafrecht.” Het Openbaar Ministerie wees hier ook al op.
Zo bekeken moet de hoogte van verkeersboetes omlaag, toch? Of moeten de richtlijnen in het strafrecht juist strakker? Op zo’n stellige wijze wil Hazelhoff het niet formuleren. Hij is voorzichtig. De hoogte is nou eenmaal aan de politiek, herhaalt hij.
‘Een verdienmodel’ dat moet stoppen
„Ten tweede bepleiten wij een aanzienlijke verlaging van de verhoging van boetes”, gaat hij verder. Na de eerste verhoging betaal je nu nog anderhalf keer het boetebedrag, na de tweede ophoging verdubbelt het bedrag. Opgeteld is dat 300 procent. Mensen kunnen hierdoor in de problemen komen. Dit heeft de Tweede Kamer ook al vaak aangegeven, oud-SP-Kamerlid Michiel van Nispen voorop. Hij noemt het „een verdienmodel” dat moet stoppen.
Een zogeheten focusflitser in Leeuwarden. Foto: Anton Kappers
Hazelhoff kan Van Nispen wel volgen. Mensen met schulden, of dat nou veel verkeersboetes of andere schulden zijn, zien door de bomen het bos niet meer. Zij vergeten te betalen, verhogingen lopen verder op en uiteindelijk komt er een deurwaarder langs. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft 17 procent van de huishoudens met problematische schulden ook onbetaalde verkeersboetes. Dan gaat het om 127.000 huishoudens.
„Het zou goed zijn dat de twee boetestelsels meer in elkaars verlengde komen te liggen”, zegt de CJIB-baas. Want verhogingen in het strafrecht zijn ook nog eens veel beperkter, rond de 20 procent. Heel wat anders dan 300 procent. „Zowel vanuit het schuldenperspectief als vanuit eenvormigheid willen wij een verlaging van de verhoging. Of slechts één aanmaning met een ophoging in plaats van nu nog twee. Zin en nut van de verhogingen moeten niet uit elkaar lopen.”
Geen fan van Fins en Duits systeem
Sommige deskundigen kijken naar het buitenland voor betere boetesystemen. Naar Finland, waar de hoogte van een verkeersboete afhangt van iemands inkomen. Of naar Duitsland, waar je bij acht snelheidsboetes in een jaar tijd een rijontzegging krijgt.
Van beide stelsels is Hazelhoff geen fan. Over Finland zegt hij: „In Nederland zijn wij erg gehecht aan onze privacy. Dus het delen van informatie vanuit de Belastingdienst over wat iemand verdient en hoeveel vermogen hij heeft, nee… Dat lijkt mij ondenkbaar. Bovendien is het Finse stelsel niet zo heel veel beter. Zoveel miljonairs wonen daar niet. Dat zijn de mooie verhalen in de media. Je komt er uiteindelijk verdacht dicht in de buurt van wat wij hier in Nederland doen.”
En over Duitsland: „Daar zit het vooral in het strafrecht. En daar willen wij juist uit blijven. Nee, wij moeten de scherpe kantjes van de huidige wet afhalen. Zodat we meer ruimte hebben om af te wijken. Persoonlijker, menselijker, een betere balans. Zowel bij de inning als bij de omgang met schulden. Dan hebben wij het goed geregeld.”