Amir (links), Basil (midden) en Karam Abu Batnein tijdens de training van FC Ter Apel '96. Foto: Cor Lasker
Ze waren gevierde voetballers in eigen land, maar de verwoestende oorlog maakte aan veel in Gaza een eind. Nu voetballen de drie broers Basil (30), Karam (24) en Amir (17) Abu Batnein bij derdeklasser FC Ter Apel ’96.
O ja, glundert Karam, bij het afscheid nemen. Of ze voor de oorlog wel rustig over straat konden, daar in Gaza, was de vraag. „Dat lukte prima, totdat iemand ons herkende. Dan was er meteen een oploopje. Kwam iedereen op ons af en riepen ze: Karam, Karam! En Basil, Basil!” Met een gelukzalige blik in de ogen: „Moesten we handtekeningen zetten op shirts, op de palm van de hand.”
Muntthee en koffie uit Abu Dhabi
Nu zitten Karam (24) en zijn jongste broer Amir (17) samen op de bank in een huurhuis uit de jaren zestig in Ter Apel, niet ver van het voetbalveld van FC Ter Apel ‘96. Karam, linksbuiten, zet koffie. „Uit Abu Dhabi”, zegt hij trots, terwijl een klein kannetje pruttelt op het fornuis. Koekjes en andere zoetigheid, deels over van het Suikerfeest van vorige week, begeleiden de sterke bak leut. Daarna: muntthee. „Eerst een hap koek nemen en dan direct de thee”, zegt Karam, „Dat is zo lekker.”
Karam (links), Amir (midden) en Basil Abu Batnein in de kleedkamer van FC Ter Apel '96. Foto: Cor Lasker
Karam probeert het vol overgave in het Nederlands. Enkele maanden nadat de oorlog op 7 oktober 2023 was begonnen, kwam hij samen met zijn moeder naar Nederland, nu twee jaar geleden. Amir, de jongste, en vader Abu Batnein waren toen al vier jaar hier.
‘Basil was verschrikkelijk mager’
„Ook vóór de oorlog was het niet veilig in Gaza”, vertelt Amir, die dus als elfjarige naar Nederland kwam en de taal inmiddels goed spreekt. „Mijn vader was politieagent en later loodgieter. Mijn moeder was baas van de universiteit in Gaza. Die wilde zo lang mogelijk blijven.”
Basil, de rechtsbuiten van Ter Apel ‘96, volgde als laatste van de familie; hij bleef in Gaza-stad tot acht maanden terug. Hij maakte dus ook de hongersnood mee, die vele levens eiste. „Basil was verschrikkelijk mager toen hij hier kwam”, lacht Karam. „Ik herkende hem haast niet.”
Juichend stadion van Khan Younis
Dan komt Basil binnen. Nu fit en afgetraind, maar licht verlegen, omdat hij nauwelijks Nederlands spreekt. Hij laat op zijn telefoon een paar filmpjes zien. Basil in actie in het volle stadion van Ittihad Khan Younis Union Club, scorend in de Gaza Strip Premier League, assists gevend. Het publiek schreeuwt zijn naam. Duizenden toeschouwers juichen.
Basil Abu Batnein in actie voor zijn club Khan Younis in de Gaza Strip Premier League. Foto: Ittihad Khan Younis FC
Hij heeft als enige van de drie een eigen Wikipedia-pagina. Hij speelde voor de nationale ploeg van Palestina, werd driemaal uitgeroepen tot beste rechtsback van het land. Hij verdiende zijn geld met voetbal. In het oranje-rood van Khan Younis FC. „Bijna dezelfde kleur als FC Ter Apel” lacht hij.
Litteken van 20 centimeter
Maar nu is alles anders. Dat stadion? Weg. Het flatgebouw op de achtergrond? Weg, platgebombardeerd, zoals bijna heel Gaza.
Karam stroopt zijn rechtermouw op. Een litteken van bijna 20 centimeter lang komt bloot op zijn onderarm. Een litteken zoals je in stripalbums ziet: een streep met aan beide zijden ervan om de paar millimeter een stipje, waar de hechting zat. De metalen plaat die het verbrijzelde bot van zijn spaakbeen bij elkaar hield, is eind februari verwijderd. „Granaatscherf”, zegt Karam. „Ik kan er gelukkig weer alles mee. Alleen dat litteken heb ik overgehouden.”
Slalommend ontkomen aan kogels
Zolang het over voetbal gaat, wordt er ontspannen gelachen. Zodra het over de oorlog gaat, worden ze alle drie stil. Zes donkere ogen staren. Gelukkig hebben ze elkaar, het hele gezin Abu Batnein is compleet. Ze verloren in Gaza naaste familieleden, maar ook vrienden, zegt Karam. „Mijn oom woonde in een flatgebouw waar een raket op viel. Hele gebouw naar beneden.”
Karam vertelt hoe Basil in de afgelopen jaren een paar maal ontsnapte aan de dood. „Eenmaal liep hij op straat en toen viel er een paar meter verderop een raket neer. Gewoon geluk dat-ie niet geraakt werd. En hij liep een keer met mijn oom op straat toen scherpschutters begonnen te schieten. Slalommend zijn ze toen veilig weggekomen.”
Amir (links), Basil en Karam Abu Batnein op het trainingsveld van FC Ter Apel '96. Foto: Cor Lasker
‘Ik scoorde meteen’
Amir, nu in opleiding om kapper te worden, zat toen al lang en breed in Ter Apel. Hij stroomde als elfjarige bij de jeugdopleiding van FC Ter Apel in en maakte onlangs ook al als linksbuiten zijn debuut in het eerste elftal, onder leiding van trainer Geert Aalderink. „En ik scoorde meteen”, vertelt hij trots.
Karam, die in Gaza speelde als prof bij Rafah Collective Club, op het tweede niveau, sloot zich twee jaar geleden bij FC Ter Apel aan en Basil deed dat dus dit seizoen. De Palestijnen zijn razend belangrijk voor het team van Aalderink; ze maken veruit de meeste goals. Basil scoorde al tienmaal, Karam dit seizoen acht keer.
Karam Abu Batnein (nummer 16) kopt namens zijn club Rafah. Foto: Rafah Sports Club
‘Je moet bij FC Emmen zijn’
„Toen Basil dit seizoen kwam”, vertelt Amir, „zeiden ze bij Ter Apel: je bent verkeerd, je moet bij FC Emmen zijn, haha.”
Basil moet erom lachen. Maar dat is eigenlijk wel wat hij wil: hogerop. „Ja natuurlijk, dat wil elke voetballer. Maar ik heb het nu nog prima naar mijn zin hier bij Ter Apel”, zegt de oudste broer met taalkundige hulp van de jongste.
Karam Abu Batnein als speler van Rafah. Foto: Rafah Sports Club
Toekomst hier
Basil studeerde aan de Palestijnse variant van de ALO. Sportleraar is hij, maar hier in Nederland kan hij nog niet aan het werk. Eerst de taal machtig worden, dan een verblijfsvergunning. Maar een ding weten ze wel: hun toekomst ligt hier, in Nederland. „Amir en mijn vader hebben al een Nederlands paspoort, wij willen dat ook graag”, zegt Karam, die in Gaza ook een opleiding tot sportleraar afmaakte.
Een andere, belangrijke ambitie: kampioen worden in de derde klasse O zondag, met FC Ter Apel ‘96. Maar dat wordt lastig genoeg, nu Twedo uit Veenoord-Nieuw-Amsterdam de laatste weken afstand nam. „Maar we zijn fit, we zijn in vorm”, zegt Karam. „We gaan er alles aan doen. We leven voor het voetbal.”
‘Ze mogen wel wat vaker om zich heen kijken’
Routinier Daniël Manning (40), jarenlang topscorer van FC Ter Apel ’96 die in zijn gloriejaren furore maakte bij vv Hoogeveen, beaamt dat de beide Palestijnse flankflitsers goed kunnen voetballen. „Basil is echt heel technisch, Karam is vooral een harde werker die ook goed kan voetballen. Maar omdat ze de taal nog niet goed spreken, is het wel lastig communiceren. En ze moeten wel iets meer om zich heen kijken en iets minder voor eigen succes gaan”, zegt de ervaren centrumspits, die voor zijn aanvoer afhankelijk is van beide broers.
Trainer Geert Aalderink trekt zich die kritiek van zijn routinier ook een beetje zelf aan. „Ik vind het mooi, twee van die technische jongens op de flanken”, zegt de kampioenstrainer, „dus ik moedig het ook een beetje aan. Maar ik snap Daniël ook wel, ze moeten ook omhoogkijken, niet alleen naar de bal.”