Menno van Dam beleefde weer een beroerde avond in De Oude Meerdijk. Foto: Toin Damen
Hoofdtrainer Menno van Dam van FC Emmen koos vrijdag ook na de met 0-3 verloren wedstrijd tegen Willem II voor een andere tactiek. Geen stekeligheden met de pers, maar inhoudelijke bespiegelingen op het vertoonde spel. Geen gemor over een striemend fluitconcert, maar erkenning van de nijpende situatie in Emmen.
„Wij halen de trekker niet over en zij straffen alles af. Het is een leerperiode op het verkeerde moment. We zitten echt in de hoek waar de klappen vallen. Ik ben de kapitein, dus richt je pijlen maar op mij’’, zegt Van Dam na een nieuwe beuk in het gezicht, dit keer van Willem II.
Waar hij het meest van baalt, is dat de eigen organisatie niet op orde was bij de drie tegentreffers. „We hebben vooraf zo gehamerd op voorzetten blokken en dan ontbreekt net dat beetje agressiviteit in het verdedigen. Van onze schoten gaat er geen één tussen de palen. Het zijn kinderziektes die er nu echt eens uit moeten’’, verzucht Van Dam.
Ik ben nog strijdbaar
Toch piekert de coach er niet over zijn ploeg een gebrek aan mentaliteit aan te laten praten. „Het klinkt voor de buitenwereld misschien raar, maar deze groep werkt echt keihard. We willen de mensen hier blij maken en het spijt me voor iedereen in de club dat het nu steeds niet lukt.’’
Realisme?
Verder klinkt berusting door in de nababbel, waarbij Van Dam erkent vrijdagavond op waarde te zijn geklopt door een sterkere tegenstander. Maar zich aansluiten bij zijn aanvoerder Vicente Besuijen, die even daarvoor de situatie ‘moedeloos, sprakeloos en alles wat op loos eindigt’, noemde wil hij niet.
„Ik ben nog strijdbaar. Volgende week begint de vierde periode en dat is een competitie op zich’’, spiegelt Van Dam voor. Of hij zelf de eventuele jacht van de ploeg uit vorm, met bovendien een loeizwaar speelschema voor de boeg, op de laatste periodetitel echt realistisch acht? „Zolang er wat te halen is, moet je strijden. Realisme komt dan later wel.’’
'Gaat niet gebeuren'
Na de zondagse trainingssessie staat het vizier vooral weer richting horizon gericht. Het gemor op de staat van de club, en de stand op de ranglijst, zwelt bij een deel van de achterban ondertussen aan. „Ik hoor en lees dat oprecht niet’’, reageert Van Dam, die wel een reactie heeft op zijn criticasters. „Menno eruit? Dat gaat gewoon niet gebeuren. Ik ben hier volgend jaar ook nog. Er is intern geen enkele sprake van druk. We leggen ons hooguit zelf wat druk op om te laten zien dat we wel degelijk kunnen voetballen.’’
Wat hij dan anders doet in aanloop naar Jong Utrecht dan gebruikelijk de afgelopen tijd? „Ik ga niets anders doen in de voorbereiding. Dat klinkt misschien wat depressief na een 3-0 verlies maar we willen consequent blijven. We moeten samen afjagen, aanvallen én terugsprinten. Alleen dan brengen we energie in ons spel en in het stadion. Niemand hier wil saai voetbal zien. Dan liever met 3-2 eraf na flink wat strijd.’’
Hoop op Postema
De hoop op doelpunten is maandag andermaal gevestigd op superspits Romano Postema, die vrijdagavond nog onvoldoende fit was. „Die ramt ze zojuist op de training de ballen erin die we afgelopen vrijdag niets eens richting doel kregen.’’
Een even vertrouwd als gewenst beeld in Emmen: een ontketende en juichende Romano Postema. Foto: Ron Jonker
Noam Emeran kan weer een halfuurtje spelen en daarin voor de broodnodige aanvoer zorgen. Van Dam zegt dit keer weinig aan zijn basis te willen verspijkeren. Mogelijk wijzigt hij nog de bezetting van zijn driekoppige middenveld, maar wie daar dit keer de kans krijgen, wil de coach niet zeggen.
De vermoedelijke basiselft tegen Jong FC Utrecht, waarbij vooral op het middenveld nog wat vraagtekens zijn. Infographic: DVHN