Jenning de Boo denkt niet dat Jordan Stolz geschrokken is van zijn sterke eerste stuk op de 1000 meter. Foto: ANP/Robin van Lonkhuijsen
Het zilver op de 1000 meter was mooi, maar Jenning de Boo weet dat de afstand waarop hij de meeste kans op goud heeft aanstaande is.
Hij zat na terugkeer van de huldiging in het Team NL-huis om half één nog aan de yoghurt in het olympisch dorp en lag om één uur in bed. Maar het duurde nog even voordat Jenning de Boo woensdagnacht met het olympisch zilver op zijn nachtkastje in slaap viel. „Ik stond strak van de adrenaline.”
De volgende ochtend ging de knop om. Langer nagenieten van zijn zilveren 1000 meter kon niet, zaterdag staat de 500 meter op het programma. Na die afstand neemt hij de tijd om alles een plekje te geven en te reageren op al die berichten die binnen stroomden. De telefoon staat op stil. „De mensen die me kennen, begrijpen dat wel.”
De 500 meter moet De Boo’s afstand worden. Op die afstand zag hij op voorhand meer kans op goud dan op de 1000. De sterke eerste 600 meter van woensdag versterkt hem in dat gevoel. „En ik heb de schaatsen in mijn tas”, grapte De Boo opgewekt. Die was hij in aanloop naar de 1000 meter even kwijt. „Ik kan er nu wel om lachen, het is allemaal goed afgelopen.”
Vertrouwen getankt
De Boo haalde vertrouwen uit zijn eerste optreden. Hij is in zijn beste vorm van het jaar. En zou Jordan Stolz misschien wat geschrokken zijn? „Ik denk niet dat hij die 600 meter van mij had verwacht, maar ik denk niet dat Jordan Stolz snel schrikt.” Daar moet De Boo hem voor verslaan.
Hij krijgt in elk geval weer steun van zijn Groningse vriendenploeg, die op de tribune weer van zich zullen laten horen. „Het is lekker dat ik de elfde en veertiende in actie kom, dan hoeven ze niet twee weken te blijven.” De Boo weet wel hoe hun programma er deze dagen uitziet. „Een biertje drinken in het Team NL-huis en de longen uit het lijf schreeuwen.”
Dan blijft er nog één kwestie over. De Boo heeft zijn beste 500 meter nodig. En dit seizoen was dat meermaals de tweede van de dag. Alleen schaatsen ze op de Winterspelen de afstand slechts één keer. „Ik ga er eentje rijden op de binnenbaan”, grapte De Boo. „Maar nee, ik maak me daar geen zorgen om. Ik kan het ook in een keer. Dat heb ik ook wel bewezen.”