Starter André de Vries legt aan voor een schot tijdens de olympische 3 kilometer van de vrouwen. Foto: Henk Jan Dijks
Het was zijn laatste kans, want volgend jaar wordt hij 60 en mag hij internationaal niet meer starten. André de Vries uit Leeuwarden is dan ook trots dat hij bij de Winterspelen in Milaan het startpistool in handen heeft.
Nerveus? Nee. Trots? Ja. Daar stond hij zaterdagmiddag toch maar mooi langs de olympische schaatsbaan in Milaan met het startpistool in de lucht. „Dit is voor een starter ook het ultieme”, zegt de 58-jarige André de Vries. „Natuurlijk wil je een keer schieten op de Olympische Spelen. Dit is wel een bekroning van een carrière.”
Die begon 37 jaar geleden eigenlijk bij toeval bij ijsclub Pier Thomas in Wytgaard, het dorp waar De Vries opgroeide. Voor de wedstrijden op natuurijs zochten ze een starter. „Voorzitter Yde Santema vroeg mij en ik kon een cursus volgen bij zijn broer Sake. Die was internationaal starter.”
De Vries hapte toe, volgde de cursus in Utrecht, werd starter in Heerenveen en kwam via de jeugd bij NK’s terecht, ging internationaal en zag zijn naam in 2014 op de A-lijst staan. Sindsdien maakte hij ook kans om als een van de vier starters op de Winterspelen de schaatsers weg te schieten.
Laatste kans
Het kwam er aanvankelijk niet van. Sotsji in 2014 kwam te vroeg, voor Pyeongchang en Peking werd hij niet gevraagd. „Om die laatste was ik niet zo rouwig hoor. Met die coronaboel was er niet zoveel aan.”
Milaan betekende de laatste kans. Starters mogen internationaal tot hun 60ste schieten en daarna is het gedaan. „Het moest nu gebeuren”, zegt De Vries. Hij of Janny Smegen zou namens Nederland gaan. Het werd De Vries. „De eerste en laatste keer, dus.”
Hij kwam zaterdag meteen in actie bij de 3 kilometer. Tien keer schieten en het zat er ook weer op. „Die afstand is natuurlijk niet heel spectaculair. Daar staat minder spanning op.”
Koningsnummer
Heel anders is de 500 meter. Voor De Vries is dat het koningsnummer en voor die start nemen ook bij hem de zenuwen toe. Gelukkig maar, want daardoor blijft hij scherp. „Daar komt alles bij elkaar.”
Hij heeft dan ook gevraagd om die afstand te starten. En denkt dat het voorstel er wel door komt. De Italiaan Giovanni Talamini is de andere starter in het vrouwentoernooi en die is een stuk minder ervaren.
Want er komt best wat kijken bij de 500 meter. De Vries weet er alles van. Ook bij het olympisch kwalificatietoernooi stond hij op de bok bij de kortste afstand. Hij schoot Marrit Fledderus uit het toernooi en kreeg vervolgens op sociale media de volle laag. De starter zou veel te lang hebben gewacht. „Maar Marrit was gewoon heel erg gespannen.”
Hij laat die kritiek van zich afglijden als zijn schoonzoon weer eens wat van die berichten doorstuurt. „Ik kan er ook wel om glimlachen. Ik zeg altijd dat de beste starters op de tribune staan. Maar die kennen vaak de regels niet. Wij moeten ons gewoon aan het regelement houden.”
Marrit Fledderus beseft dat haar olympische droom in duigen ligt na een tweede valse start op het OKT. Foto: ANP/Robin van Lonkhuijsen
‘En sta stil’
De Vries wil nog wel even uitleggen vanaf welk moment het nog één tot anderhalve seconde mag duren voordat het schot klinkt. Eerst roept hij de schaatsers naar de start, op ‘ready’ zakken ze in. „En als ze dan stilstaan, zeg ik tegen mezelf ‘en zo stil’ en dan schiet ik ze weg.” Drie lettergrepen zijn ongeveer 1,1 seconde.
Natuurlijk baalt De Vries als hij een schaatser uit de wedstrijd moet schieten. „Ik sta er voor de schaatsers, niet voor mezelf. Voor Marrit was dat heel lullig.”
Tegelijk is het voor de Leeuwarder een nachtmerrie als hij iemand met een pikstart door laat gaan. In een heel ver verleden liet hij Ireen Wüst een keer ten onrechte weggaan. „De eerste was vals, de tweede een pikstart. Ze werd kampioen.” Eigenlijk had hij haar uit het toernooi moeten schieten.
Hoogtepunt op komst
Er is in de 37 jaar als starter wel wat veranderd. Zo schiet De Vries al een tijdje niet meer met echte patronen. „Nu heb ik een nieuw ding in de hand, dat lijkt op een tuinsproeier.” Ooit hoopt hij nog weer eens bij de kortebaan met een echt pistool te schieten. „Daar hoort dat vuur wel echt bij.”
In Milaan houdt hij het bij elektrisch. Als het goed is, start hij nog bij vier races, met de 500 meter van zondag dus als hoogtepunt. Zenuwen heeft hij niet. Zelfs niet op de Olympische Spelen. „In Thialf zijn er soms 9500 man en staan ze zelfs vlak naast me.” Dan wordt er na een diskwalificatie weleens gescholden. „Daar sluit ik me van af.”
In Milaan hoopt hij dat hij niemand uit het toernooi hoeft te schieten. Hoe dan ook is André de Vries trots dat hij bij het belangrijkste toernooi mag schieten. „ Van een jochie uit Wytgaard naar starter in Milaan. Prachtig toch? Als Yde me nooit gevraagd had, had ik hier nooit gestaan.”