Birgit Scheffer tijdens haar eerste optreden in de World WCR tijdens het WK Superbike in Assen. Foto: Marcel Jurian de Jong
Niet alles lukte bij Birgit Scheffer, de eerste Nederlandse vrouw in de WorldWCR. Maar de debutante liet wel in haar laatste bocht op het TT Circuit de motorfans juichen.
Moeder Jeanette steekt een vuist in de lucht, bij vader Gerrie gaan twee duimen omhoog. Vanachter het hekwerk van de pitlane zien zij hun dochter Birgit Scheffer nog net de Britse Katie Hand voorbij steken in de laatste Geert Timmer-bocht. Duizenden toeschouwers juichen.
Dat enthousiasme gaat dan nog aan de hoofdrolspeelster uit Drachten voorbij, vertelt Scheffer zondag na afloop van haar race. „Ik hoorde dat allemaal niet door mijn helm, maar ik begrijp net dat iedereen op de tribune meeleefde tijdens mijn inhaalactie in de GT. Dat was een goed einde.”
De 29-jarige coureur, tegenwoordig woonachtig in Lelystad, toont tijdens het raceweekend in Assen dat je ook kunt winnen zonder als eerste over de finishlijn te scheuren. Scheffer eindigt als 22ste, maar schrijft geschiedenis door als eerste Nederlandse mee te rijden op het hoogste vrouwenpodium.
Birgit Scheffer: „Ik hoop dat veel meisjes in mijn voetsporen mogen treden.” Foto: Marcel Jurian de Jong
Een jaar eerder zat ze tijdens het WK Superbike in Assen nog op de tribune. „Toen zei de omroeper dat er geen Nederlandse dames aan de start stonden, omdat we die talenten in ons land niet hebben of zoiets. Ik dacht: die hebben we wel! Geef mij zo’n motor en ik rijd ik mee. Op dat moment begon het bij mij te kriebelen.”
Max Geenen
Met dank aan de Duitser Max Geenen, eigenaar een motorzaak, komt die droom uit. De hoofdsponsor en mekanieker financiert een wildcard voor de race op het TT Circuit. „Hij wilde graag een dame ondersteunen. Dat is wel een gelukje, want het kost natuurlijk heel veel geld. Alleen het inschrijfgeld is al 5000 euro. En daar komen nog kosten bovenop. Voor een pak, licenties, trainingen in Spanje. Je gaat zo naar het dubbele bedrag.”
Maar zie: daar raast Scheffer over het asfalt te midden van de wereldtop. De gedroomde top 15 blijft buiten haar bereik, maar de geboren Friezin vindt op zondag aansluiting bij een grote derde groep. Ze kan zich in de miezerregen lang mengen in de gevechten, tot een kleine misrekening in de Strubben-bocht. „Het ging veel beter dan zaterdag. Ik reed snellere tijden. Het was jammer dat ik vier ronden voor het einde een foutje maakte, maar in de laatste ronde haalde ik nog iemand in. Dat was mooi.”
Birgit Scheffer tijdens haar debuut op het WK Superbike op zaterdag. Foto: Marcel Jurian de Jong
Haar moeder is al net zo enthousiast. „Ik ben supertrots”, zegt Jeanette Scheffer. „Dat ze hier meedoet, is zo’n leuk avontuur. Zolang er geen rode vlaggen zijn en ik maar precies weet waar mijn kind is, heb ik geen stress. Zaterdag lagen ze bijna allemaal meteen in de eerste bocht. Toen was mijn eerste gedachte: oh gelukkig, Birgit rijdt nog.”
Dat haar spruit dit weekend geschiedenis schrijft in Assen is geen toeval, al ging de reis van Birgit niet vanzelf. Moeder Scheffer: „We rijden allemaal motor, onze oudste dochter Amber ook. De liefde voor de sport is er altijd geweest. Birgit wilde altijd op het circuit rijden. Dat hebben we lang tegengehouden. Op haar achttiende had ze die droom nog steeds. Op de achtergrond had ze alles uitgezocht en geregeld. Toen hebben we gezegd: ‘Wij gaan mee’.”
Vier jaar lang rijdt Birgit competitie. „Dat kostte veel geld en energie. Op gegeven moment moest ik een afweging maken. Ik was klaar met mijn studie bedrijfskunde in Groningen en wilde ook een keer uit huis. In 2019 ben ik met pijn in het hart gestopt.” Die gemiste jaren laten zich voelen in Assen. Ondanks de fanatieke trainingen met haar vriend Robert Schotman, voormalig coureur op WK-niveau, en een oefenstage in Spanje blijkt het eenmalige optreden in de WorldWCR een pittige opgave.
Ik hoop dat veel meisjes in mijn voetsporen mogen treden
„Het is een leerzame ervaring”, constateert Scheffer als haar races voorbij zijn. „Dit is een heel hoog niveau. De motor is helemaal nieuw. Ik merk dat ik pas op snelheid ben nu het weekend erop zit. We hadden in de eerste sessies wat issues met mijn helm. Daardoor misten we veel racetijd op het circuit. Die had ik eigenlijk wel nodig. We liepen achter de feiten aan, maar ik heb laten zien dat ik het tempo heb.”
Pionier Scheffer
Ondanks haar achterhoedegevecht, ver achter het fascinerende duel tussen Maria Herrera en winnares Beatriz Neila, maakt Scheffer indruk in Assen. „Vrijdag tijdens de basisscholendag op het circuit vroegen alle kinderen een handtekening van mij. Er waren veel mensen die een interview wilden, er kwam veel op mij af. Erg leuk, maar ook druk. Zaterdag ging het niet heel lekker. Het is makkelijker om mijn kop erbij te houden als alles goed gaat.”
Hoe dan ook bewees Scheffer haar waarde als motorsportpionier en durfal die zich tussen de wereldtoppers mengde. „Dit smaakt naar meer, maar ik weet nog niet of dat er komt. Misschien als we het financieel rond krijgen. Dan kan ik nog een keer met een wildcard meedoen in deze klasse. Het was gaaf dat als eerste Nederlandse vrouw te doen. Heel cool. Ik hoop dat veel meisjes in mijn voetsporen mogen treden.”
Net geen vier op een rij voor Jeffrey Buis
Met een overwinning op zaterdag trok Jeffrey Buis zijn succesvolle lijn op het WK Superbike in Assen door. Een jaar geleden schreef de coureur uit Steenwijkerwold beide races in de Supersport 300-klasse op zijn naam. Dit weekend was hij de sterkste in de eerste wedstrijd in Assen in de nieuwe World Sportbike-competitie.
Een dag later eindigde de in Meppel geboren coureur in een spectaculaire regenrace als derde, hoewel hij kort voor de finish nog even aan de leiding te ging. Te vroeg, oordeelde Buis. „Ik ben niet heel goed in vier-op-een-rij”, zei hij lachend na de prijsuitreiking. „Maar ik heb elke sessie in de top 3 gestaan. Dat is gewoon heel erg goed. Het tekent de snelheid die we dit weekend hadden.”
Na zijn dubbele zege van afgelopen seizoen baarde Buis opzien door aan te kondigen dat hij op maandag doodleuk weer op de steiger zou staan. „Ik heb nu ander werk. Ik zit op de heftruck. Dat is ook heel leuk. Ik ga maandag gewoon weer aan de bak. Ik ben ook geen persoon om helemaal uit mijn dak te gaan.”