Trainer Daan van den Boom zet de schaatsers van Team INEO aan het werk tijdens de droogtraining. Foto: Corné Sparidaens
Talentvolle schaatsers die op hun achttiende niet bij een profploeg tekenen, kunnen vaak nergens terecht. Zonde, vindt coach Daan van den Boom. Hij begon zijn eigen doorstroomploeg.
Afgelopen winter filosofeerde Daan van de Boom (24), assistent-coach bij het commerciële Team Staan, met zijn getalenteerde vriend Thomas Selles (23) over een doorstart van diens schaatscarrière. Selles was eerder het plezier kwijtgeraakt, reed een jaar voor zichzelf, waarna het toch weer begon te kriebelen. Samen concludeerden de studenten: hoe vet zou het zijn om zelf een team op te zetten?
En dus verzamelen zich deze donderdagavond tien schaatsers op Kardinge, stuk voor stuk potentiële toppers die nu nog tekortkomen voor een plek bij een profteam. Op een grasveldje onderwerpen zij zich tussen de klavers en boterbloemen aan buikspieroefeningen als de plank en Russian twist. Hun piepjonge coach Van den Boom ziet het goedkeurend aan.
Zonde
„Schaatsbond KNSB biedt een uitstekende structuur voor junioren. Maar voor veel rijders is na hun achttiende weinig plek als zij niet bij een topteam terecht kunnen”, zegt de student bewegingswetenschappen.
„Het is ontzettend zonde als je op die leeftijd moet stoppen. Ik weet 100 procent zeker dat genoeg schaatsers hun top dan nog niet hebben bereikt. Anna Boersma schaatste lang in een soort vriendenteam en kwalificeerde zich als 24-jarige ineens voor de Olympische Spelen.”
Thomas Selles van Team INEO doet schaatsoefeningen op een basketbalveldje. Foto: Corné Sparidaens
Uit die overtuiging ontsproot Team INEO, onder leiding van Van den Boom en voormalig skeeleraar en schaatser Mitchell Ross. Speciaal bedoeld als doorstroomteam voor (neo-)senioren. Toverwoorden: professionele begeleiding, innovaties, wetenschappelijke trainingsprogramma’s en persoonlijke aandacht.
Contributie
Bevlogen vertelt Van de Boom over de app Beoflow, waarmee hij exact kan aflezen hoe elke schaatser ervoor staat. Zijn pupillen trainen gemiddeld negen keer per week. „Ik zie precies hoe hard een schaatser traint, hoe hij herstelt en of hij goed slaapt”, zegt de coach.
„Onze kracht is dat we nieuwe wetenschappelijke inzichten meteen kunnen toepassen, zoals de invloed van de menstruatiecyclus op de belastbaarheid van sporters. Dat geeft ons een voorsprong, die hopelijk helpt om rijders klaar te stomen voor professionele ploegen.”
Dat kost wel wat. De schaatsers van INEO betalen ongeveer 3500 euro contributie per seizoen. „We zoeken nog sponsoren”, zegt de initiator. „Dit zijn echt gemotiveerde mensen. Ze komen uit Utrecht en Dordrecht hiernaartoe. De sfeer is ontspannen, maar tijdens oefeningen is iedereen heel gefocust. We bieden een nieuwe prikkel.”
De schaatsers van Team INEO trekken sprintjes, met links Thomas Selles. Foto: Corné Sparidaens
Dat kan Selles beamen, wanneer hij even uitpuft na een serie sprints en schaatsoefeningen op een betonnen basketbalveldje. „Dit is een super leuke groep, daarmee komen ook nieuwe ambities. Ik zou heel graag in een vol Thialf op een NK staan. Dat is een droom. En voor zo’n droom wil ik wel werken.”
Ondertussen werkt Van den Boom aan zijn eigen toekomst. „Team INEO is voor mij de perfecte stap om ervaring op te doen. Uiteindelijk wil ik hoofdcoach zijn van een profteam”, vertelt de geboren Brabander. Op zijn veertiende was een maatschappelijke stage tijdens de middelbare school de opstap naar zijn trainersloopbaan.
„Zo ging ik van kinderen van wie ik de hand moest vasthouden naar de wereldtoppers Anna Boersma, Isabel Grevelt en Michelle de Jong bij Team Staan. Ik vind het heel leuk om mensen vooruit te helpen. Het niveau is niet zo belangrijk, het gaat om het plezier dat schaatsers beleven als dat lukt.”