Ik ga voor mijn vrouw staan en vraag of mijn colbertje nog kan. Ze wijst naar het poloshirt dat over de broek valt: ‘Nee, dat daar is een te groot vlak’ | column Herman Sandman
Ik ga voor mijn vrouw staan en vraag of mijn colbertje nog kan. Ze wijst naar de onderkant van het poloshirt dat over de broek valt en zegt: „Nee, dat daar is een te groot vlak.”
„Dat is de vraag niet. Of dit colbert nog kan? Ik twijfel.”
„Kan ik zo niet zeggen. Maar je twijfelt omdat wat je aan hebt afleidt. Het hele plaatje klopt niet.”
„Nee, dat zal, maar nogmaals, kan dit jasje? Ik gooi het weg denk ik.”
„Nou, ik weet niet of dat moet en het hoeft al helemaal niet nu, maar dit past in ieder geval niet bij elkaar.”
„Polo erbij in dan?”, vraag ik, stop het shirt bij de broek in en opper: „Misschien een riem erbij om.”
„Ja, zou zeker een riem doen.”
Maar als ik een ander colbert aantrek die beter lijkt en beter zit blijft de twijfel. Ik trek bruine herenschoenen aan met krokodillenmotief, kijk in de spiegel en vind het nietszeggend, alles bij elkaar en dat zeg ik hardop: „Vind het allemaal wat saai.”
„Klopt”, zegt mijn vrouw, „het is het allemaal net niet.”
„Schoenen zijn ook niks”, vervolg ik, „doe ik weer uit.”
Ze schudt het hoofd: „Schoenen zijn juist leuk.”
„Waar ligt het wel aan dan?”, verzucht ik, „polo kan ook, zeg jij.”
„Ja, polo is prima. Kleur staat je goed. Zou je wat meer van mogen hebben. Spijkerbroek is goed en dat colbert ook.”
„Dus alles staat wel?”
„Ja, eigenlijk ziet het er goed uit.”
„Maar dat klopt toch niet? Eerst beaam je dat het saai is en nu draait het 180 graden en dan is het een prima outfit?”