Beste, geachte, ja lieve vandaal. Je bent een man, een jongen van 27, met een stift in een plaatsje in Italië. Het plaatsje heet Herculaneum, in de buurt van Napels, en het is niet zomaar een plaatsje, het is een dorp dat 2000 jaar onder lava lag verstopt. Die lava werd daar neergestort door de Vesuvius en door archeologen en door een flinke bak geld van de Italiaanse regering kunnen nu honderden toeristen elke dag weer naar het pleisterwerk van de Romeinen kijken. Naar dat pleisterwerk, en nu dus ook naar jouw naam. Want met een gitzwarte benzinestift schreef jij je naam op een stuk gipsmuur dat de tweeduizend jaar tussen toen en nu, tot jij begon te schrijven, onbeschadigd was doorgekomen.
Jij wilde jouw stempel drukken op de geschiedenis
En heel Italië was boos. En heel de wereld deed boos, maar eerlijk gezegd, lieve vandaal, ik begrijp je wel. Want met je wat lompe actie, met je bruuske en hoekige handtekening, wilde jij niets meer dan jouw stempel drukken op de geschiedenis. Bevestigen dat je leeft, er bent, een steen in de rivier verleggen zodat die rivier nooit meer hetzelfde stromen kan.
Terwijl jij je naam op een stuk muur kladde, deed één van de grootste landen ter wereld, China, ongeveer hetzelfde: het zette een vlag op de achterkant van de maan en heel China deed blij. Maar waar jouw actie en de actie van China op het eerste gezicht hetzelfde lijken, zit er één belangrijk verschil tussen de twee. En dat verschil is niet dat jouw blad slechts tweeduizend jaar onbeschreven bleef en dat van China vier-en-een-half miljard, dat verschil zit erin dat jij met je hand, met je eigen menselijke hand, een tekening maakte, en China met een Chinese robot een vlag plantte. Ik had juist zo graag een Chinese astronaut gezien. Een Chinese astronaut die in plaats van zo’n generiek symbool voor een heel land, zijn eigen gedragen sokken, de apenknuffel van zijn jongensbed, een tekening van een gezichtje in het droge maanzand achterliet.
Wees in het vervolg iets origineler
Want we leven in een tijd waarin de allerindividueelste expressie van het allerindividueelste gevoel, het maken van gedichten, muziek, schilderijen, steeds meer wordt overgelaten aan computers. We leven in een tijd waarin politici de godganse dag zeggen op te komen voor ‘normale mensen’, zo een hetze ontketenend tegen alles wat bijzonder, afwijkend, raar is. Juist in zo’n tijd moeten we de neiging om zélf iets te laten horen, zelf iets verzinnen, niet afkeuren maar aanmoedigen. Zelfs als dat in zo’n bruuske vorm gebeurt als een benzinestift op een gipsmuur die tweeduizend jaar ongeschonden bleef en toen opeens niet meer. Of misschien juist in die vorm, want het was de benzinestift die heel Italië schandalig vond en de grote kunstenaars van de vorige eeuw, kunstenaars die urinoirs tot kunst uitriepen, wisten het al: alleen het schandaal kan de heersende moraal blootleggen én veranderen.
Maar doe mij een lol meneer de vandaal, wees in het vervolg iets origineler. Zo’n hoekige graffiti-tag zie ik al op elke straathoek. Steek je kop nog verder boven het maaiveld uit. Schrijf een sonnet op die muur, een zelfverzonnen haiku, je moeders telefoonnummer met een hartje ernaast. Wees apart, wijk af, probeer in deze tijden van hardheid juist extreem zacht te wezen. Wees radicaal. Teken een bloemetje.