FC Emmen-spelers omringen een jonge patiënt in ziekenhuislocatie Scheper in Emmen, in het kader van een Naoberschap-week, afgelopen april. Foto: Archief/Cor Lasker
‘Gemaakt met naoberschap’ en andere slogans zorgen voor verwarring over wat ‘naoberschap’ precies inhoudt, en hoe de huidige vorm ervan zich verhoudt tot de geschiedenis. Dit stelt Klaas Koops, die pleit voor meer onderzoek.
Naoberschap (nabuurschap) is weer helemaal terug. En dat komt omdat maatschappelijke partijen, belangenorganisaties, wetenschappers, ja zelfs politieke partijen bij voortduring proberen rond onderwerpen als burgerparticipatie, gemeenschapszin, inclusiviteit, landbouwveranderingen, gebruik buurtapps en dergelijke koppelingen met dit oude begrip te leggen.
Verwarring
Maar er heerst verwarring rond naoberschap. Paraplubegrip, duizenddingendoekje, modewoord of mythe zijn enkele van de kwalificaties die worden gegeven aan het hedendaagse (her)gebruik van het woord.
Vreemd is dat niet als we kijken naar wat voorbeelden. Neem de slogan van de firma Johma over hun salades (’Gemaakt met noaberschap’). Volgens hun website draait het daarbij echter om de samenwerking tussen boer en fabriek binnen de productieketen.
En in Drenthe startte de Provincie een naoberschapsfonds. Gemeenten kunnen daarvoor lokale culturele initiatieven aanmelden. ‘Dit kan bijvoorbeeld gaan om een lokaal festival, een bloemencorso of een uitvoering van de plaatselijke toneelvereniging’, aldus de toelichting op de cultuurnota 2025-2028.
In dit soort gevallen draait het om zaken die niets met het historische fenomeen te maken hebben, of de relatie daarmee is volstrekt onduidelijk. Is naoberschap inmiddels het meest misbruikte streektaalwoord geworden?
Van oudsher meerdere betekenissen
Ook in de historie werd het begrip al in meerdere betekenissen gebruikt. Zo vielen er bijvoorbeeld in Drenthe drie vormen van ‘burenhulp‘ onder. Ten eerste de voornaamste: de wederzijds verplichte hulpverlening tussen naburen.
Deze ongeschreven nabuurplichten werden in het bijzonder uitgeoefend tijdens de belangrijkste momenten in het leven: hulp bij dood, huwelijk en geboorte.
Ten tweede werden onder nabuurschap gerekend: gevraagde onbetaalde burenhulp door buurt- en dorpsgenoten, en ten derde viel de breed aanwezige bereidheid tot hulpvaardigheid op dorpsniveau eronder (gemeenschapszin).
Algemeen wordt aangenomen dat deze vorm(en) van dienstverlening zeer oud zijn, omdat dit dienstverlenende gedrag noodzakelijk was in situaties waarin er nog geen alternatieve oplossingen in de vorm van andere voorzieningen voorhanden waren.
Drie vormen
Ook ‘modern nabuurschap’ kent meerdere vormen. Tenminste, dat zou kunnen worden geconcludeerd op basis van onderzoek in Overijssel en De Achterhoek.
De betreffende onderzoekers onderscheiden namelijk drie vormen: georganiseerd, geromantiseerd en vrijwillig ‘nabuurschap’. Nogal eens leggen ook zij daarbij een relatie met het historische naoberschap, hoewel deze niet echt wordt aangetoond.
Daarbij komt, historici als Hobsbawm en Ranger hebben al in de jaren tachtig laten zien dat het heel gewoon is om oude gewoonten van stal te halen, omdat bepaalde groeperingen daarbij belang hebben.
Beter onderzoek
Niemand zal betwisten dat naaste buren inmiddels minder afhankelijk zijn geworden van onderlinge hulp. Overheden en maatschappelijke organisaties als Kruiswerk, begrafenisondernemingen en bijvoorbeeld agrarische bedrijfshulpverlening namen immers steeds meer taken over die voorheen werden geregeld door huishoudens binnen nabuurschappen.
Zo begon de voornaamste vorm van nabuurschap langzaam aan betekenis te verliezen. En dat geldt evengoed voor de beide andere vormen.
Meer systematisch onderzoek naar de feitelijke omstandigheden waaronder nabuurschap destijds functioneerde en daadwerkelijk veranderde, is nodig. Pas op basis daarvan kunnen uitspraken gedaan worden over de vaak aangenomen relatie tussen historisch en modern nabuurschap.
Klaas Koops doet als PhD-kandidaat aan de RUG onderzoek naar veranderend nabuurschap op het Drentse zand vanaf 1870