Archieffoto van een demonstratie tegen kernafval in de zoutkoepels in Gasselte. Foto: Archief/DVHN
Alle bezwaren vanuit Noord-Nederland tegen de opslag van kernafval in zoutkoepels zijn terzijde geschoven, stelt Herman Damveld. Dat roept volgens hem een hoop vragen op. Zo zouden de bestaande criteria voor opslag dusdanig aangepast moeten worden dat het voor een aantal dorpen enorme consequenties zou kunnen hebben.
Alle bezwaren vanuit Noord-Nederland tegen de opslag van kernafval in zoutkoepels zijn terzijde geschoven. Dat blijkt uit het antwoord dat Janneke de Jong, directeur Participatie van het ministerie van IenW, op 28 augustus 2025 stuurde aan alle 1.649 insprekers (waarvan 424 uit Onstwedde) op het ontwerp-Nationaal Programma Radioactief Afval (NPRA).
De regering Schoof wilde in tegenstelling tot de vorige regeringen wél plannen maken voor de opslag van kernafval in zoutkoepels of kleilagen. Staatssecretaris Chris Jansen (PVV, inmiddels afgetreden) van Infrastructuur en Waterstaat, Openbaar Vervoer en Milieu stelde in september vorig jaar: „Als je serieus werk wilt maken van kernenergie, dan moet je ook serieus met radioactief afval aan de slag. Dat betekent dat je besluiten over hoe je omgaat met de eindberging van dat afval niet pas over 75 jaar neemt, maar er nu al over gaat nadenken.”
Dat was de reden dat we begin 2025 inspraak hadden over het NPRA. In het ontwerp-NPRA staat een Routekaart naar de Eindberging. Deze Routekaart gaat onder meer over ‘keuzes voor het reserveren en kiezen van een locatie.’
Actiegroepen
Een bijeenkomst hierover in Pieterburen op 6 maart 2025, waar zo’n 100 mensen aanwezig waren, had als gevolg dat ter plekke een actiegroep werd opgericht. Op 14 maart 2025 werd, na een informatieavond voor ruim 230 inwoners van Onstwedde en omliggende dorpen, eveneens een actiegroep opgericht. Ook in Drenthe sprak men zich uit tegen de opslag in zoutkoepels. Maar dat lijkt nu allemaal voorbarig.
De Jong ‘benadrukte’ in haar antwoord dat deze inspraak (in ambtelijke termen heet dit het ‘participatieproces’) niet ging over de keuze van opslagplaatsen: „Het participatieproces over de mogelijke locatie(s) van eindberging start pas na 2027.” Echter, in de Routekaart gaat het op pagina 20, 21 en 40 wel degelijk over het kiezen van locaties en over proefboringen vanaf 2035.
Betekent het antwoord van De Jong dat de inspraak wel mocht gaan over het tijdstip van proefboringen maar niet tegen proefboringen als zodanig? En als men hierover had gezwegen, zou dan het aloude spreekwoord gelden: ‘Wie zwijgt stemt toe’?
Afvalacceptatiecriteria
De Tweede Kamer nam op 25 maart 2025 een motie aan die opslag in zoutkoepels bij Pieterburen, Onstwedde en Bourtange verbiedt. Blijkbaar wordt ook deze Kamermotie buiten de orde verklaard. Overigens: zou dit betekenen dat de zoutkoepels Ternaard in Friesland en Schoonloo, Gasselte-Drouwen, Hooghalen en Anloo in Drenthe wel in aanmerking blijven komen, ook al mogen deze locaties formeel niet genoemd worden?
Volgens de criteria uit 1977 vielen alle zoutkoepels als optie af, bleek in 1982
Staatssecretaris Thierry Aartsen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat noemde op 25 augustus 2025 als actiepunt: „Het ontwikkelen van eisen voor de acceptatie van radioactief afval.” Aartsen noemde deze eisen ook wel ‘afvalacceptatiecriteria’.
Maar waarom moeten die criteria nog ontwikkeld worden? Ze zijn er immers al vanaf 1977. En volgens die criteria vielen alle zoutkoepels af, bleek op 6 oktober 1982 tijdens de Brede Maatschappelijke Discussie over kernenergie en kernafval.
Opslag kernafval vraagt veel ruimte bovengronds
Opslag van kernafval onder de grond vraagt bovendien bovengronds veel ruimte, stelde de regering op 11 februari 2025. Het zal gaan om een terrein van ongeveer 2,5 vierkante kilometer (dat is 1 kilometer bij 2,5 kilometer). Dit terrein moet boven de top van de zoutkoepel komen.
In bijvoorbeeld Pieterburen ligt de top pal onder de kerk in het centrum van deze plaats en zal dat centrum afgebroken moeten worden om ruimte te maken voor dit terrein van 2,5 vierkante kilometer. De top van de zoutkoepel Gasselte-Drouwen ligt onder de rand van de plaats Drouwen. Mag volgens de nog op te stellen criteria een deel van Drouwen wel maar het centrum van Pieterburen niet afgebroken worden?
Mocht de regering toch met de Noord-Nederlandse zoutkoepels door willen gaan, dan kan dat alleen maar door de criteria zo op te stellen, dat ten eerste zoutkoepels geschikt lijken en dat het ten tweede aanvaardbaar is om plaatsen als Pieterburen of Gasselte-Drouwen gedeeltelijk af te breken.
Herman Damveld is zelfstandig onderzoeker en publicist te Groningen