'De al te nadrukkelijke blijmoedigheid van de partijleiders bij de presentatie van hun akkoord moet verhullen dat de oorzaken van die bestuurlijke malaise allesbehalve verdwenen zijn.' Foto: ANP/Koen van Weel
Mensen snakken na het debacle van het kabinet-Schoof naar politieke daadkracht, ziet Bas Heijne. Alleen hebben D66, VVD en CDA volgens hem niet van alle malaise geleerd.
Aan de slag, daadkracht – je begrijpt wel waarom de nieuwe coalitie van D66, VVD en CDA ervoor heeft gekozen zichzelf als zuiver pragmatisch te etaleren: Nederland heeft ruim een jaar stilgestaan. Traineren, blokkeren, stoken en schelden, opzichtig incapabele bewindslieden onder aanvoering van een machteloze bureaucraat – dat was het kabinet-Schoof. Wie keek er niet met plaatsvervangende schaamte naar?
Na zoveel gebrekkig bestuur, waarbij Nederland in zo’n beetje alles achteropraakte, nationaal en internationaal, is ieder teken van capabel bestuur al een wonder, iets „voor elkaar krijgen” een ideaal op zich, iedere stap die echt gezet wordt een bevrijding – het maakt al bijna niet meer uit welke kant op.
Je zou bijna vergeten hoe bizar dat eigenlijk is.
De al te nadrukkelijke blijmoedigheid van de partijleiders bij de presentatie van hun akkoord moet verhullen dat de oorzaken van die bestuurlijke malaise allesbehalve verdwenen zijn. Gentle reminder: we leven nog steeds in een land waar de bijna-grootste partij grossiert in extreemrechtse ideeën en niet eens een partij is.
De PVV van Geert Wilders, bij voorbaat van regeringsdeelname uitgesloten, kreeg onlangs te maken met een scheuring – extreemrechts is nog nooit zo groot geweest en tegelijkertijd nog nooit zo verdeeld. Het schaamteloos nativistische, Rusland-gezinde FVD groeit weer. En onze onzekere toekomst gaan we in met een minderheidskabinet dat bij alles steun zal moeten zoeken.
Je zou het een crisis noemen, als je er al niet zo gewend aan was geraakt.
Opvallend aan de recente afsplitsing van maar liefst zeven Kamerleden van de PVV vond ik de doffe gelatenheid waarmee van het nieuws verslag werd gedaan. Plichtmatig werden alle keren opgesomd dat er gedoe in de PVV was geweest de afgelopen twintig jaar, Hero Brinkman, Louis Bontes, Marcial Hernandez, Joram van Klaveren, opstand, afsplitsing, vuilspuiterij.
Extreemrechtse stoethaspel
De redenen dat de zeven Wilders de rug toekeerden, waren exact dezelfde als die van eerdere opstandelingen. Opnieuw moest ik lezen dat Wilders een solist is die geen tegenspraak duldt, die niemand vertrouwt, niet kan samenwerken. Ik kreeg bijna medelijden met de Haagse journalisten die het moesten verslaan, die de extreemrechtse stoethaspel Gidi Markuszower, Wilders’ Judas van dienst, zijn vijftien minuten roem moesten gunnen. In NRC werden de zeven muitende Kamerleden keurig geportretteerd, alsof we nog veel van ze gaan horen.
Ikzelf bleef hangen bij Annelotte Lammers. Op de site van de Tweede Kamer had ze geschreven: „Als we de problemen niet blijven benoemen, kunnen we ze ook niet oplossen.” Het zijn problemen met de voorspelbaarheid van een gebedsmolen. Tijdens haar zeventig dagen in de Kamer, meldt NRC, stelde Lammers vragen over het „koesteren van de Nederlandse traditie” van Sinterklaas, over religieuze uitingen van boa’s en de neutraliteit van de burgemeester van Arnhem, Ahmed Marcouch. Ook maakte ze zich druk over het voorkomen van antisemitische verstoringen van de chanoekaviering in Amsterdam.
Opnieuw viel me op hoezeer radicaal-rechts radicaal voorspelbaar is. Rita Verdonk klaagde al over tradities die ons worden afgenomen. Twintig jaar geleden ging het al over hoe hoog de minaretten van een moskee mochten zijn. De verdachtmakingen richting Nederlands-Marokkaanse politici gingen toen richting Aboutaleb en Arib. De riedel van Annelotte over problemen die niet benoemd mogen worden, is nóg ouder.
Intussen is zo’n beetje iedereen het erover eens dat de PVV en Wilders niets voor elkaar hebben gekregen. Het is twintig jaar lang onbekwaam zieken vanaf de zijlijn geweest. Slimme beschouwers wijzen er steeds op dat zijn invloed op de politiek enorm is geweest. Heel het land is door hem naar rechts opgeschoven, zijn thema’s, islam en asiel, bepalen het politieke debat.
Die invloed kan je moeilijk ontkennen, maar vergeten wordt een bijna nog grotere prestatie: Wilders heeft van de landelijke politiek een perpetuum mobile gemaakt, een Groundhog Day van haat en verongelijktheid. Het politieke debat is veranderd in een zompig moeras, dat de afgelopen twintig jaar zo’n beetje iedereen naar de bodem zoog. Lees een column van Ronald Plasterk in De Telegraaf en je ziet wat ik bedoel.
Wilders regeringsdeelname was een debacle: hij bleek niet in staat te besturen, net als overigens zijn politieke aanhangwagens BBB en NSC. Dat waren protestpartijen en protesteren bleek helaas meteen ook het enige te zijn waarin ze goed waren. Hun respectievelijke inbreng: opkomen voor de vergeten regio in tijden van globalisering, en pleiten voor een overheid die het vertrouwen van de burger terugwint. Belangrijke kwesties, maar dan moet je wel in staat zijn die thema’s op een verantwoordelijke manier in te bedden in beleid. Daar kwam niks van terecht.
Het gaat om een lastenverzwaring in het teken van een Grotere Kwestie, maar wat je meekrijgt is enkel de belasting en niet het grotere plaatje
Het zegt genoeg dat geen van de deelnemende partijen lessen trok uit de mislukking van het kabinet-Schoof. Over Wilders heb ik het niet eens.
Caroline van der Plas, wier BBB inmiddels nauwelijks meer zichtbaar is in de peilingen, schuift nog steeds vrijwel dagelijks aan in praatprogramma’s, waar ze met een ontevreden gezicht ongeïnformeerde kletspraat verkondigt. Gewezen NSC-kamerlid Rosanne Hertzberger neemt in NRC gewoon weer de politiek de maat alsof er niets gebeurd is. Haar partij, die bij de afgelopen verkiezingen alle twintig zetels verloor, gaat zich, lees ik in de Volkskrant, de komende tijd richten op „buitenparlementaire invloed” door met symposia „problemen aan de kaak te stellen”. Ook Pieter Omtzigt doet weer mee.
Geen wonder dat mensen snakken naar daadkracht, politici die iets doen, er iets doorheen krijgen. Als reactie op de stilstand en malaise is dat begrijpelijk. Zelfs GL-PvdA-leider Jesse Klaver erkende dat afgelopen week. Op een partijbijeenkomst zei hij: „Het is fijn dat er een kabinetsploeg gaat aantreden waar we het misschien niet mee eens zijn, maar waarvan we kunnen zeggen: ‘Oké, het bestuur is in goede handen.’”
De zaal beantwoordde die opmerking met een ijzige stilte. Ik begrijp wel waarom. Uit de presentatie van het coalitieakkoord blijkt dat de belangrijkste lessen van de politieke malaise niet geleerd zijn. Schokkend is wat mij betreft niet eens zozeer dat D66 de VVD op zoveel punten tegemoet komt, maar dat Jetten heeft verzuimd (of niet in staat blijkt) met een bezield verhaal te komen voor ons land in tijden van geopolitieke wanorde en heeft nagelaten met een verhaal te komen over wat die Nederlandse vlag waarmee tijdens het congres vooraf aan de verkiezingen zo trots werd gezwaaid, eigenlijk betekent in een modern en pluriform Nederland.
Verbeten materialisme
Met zijn serie ‘Democratie onder het systeemplafond’ wil fotograaf Joost Rutten met een observerende blik de dagelijkse gang van zaken in de Tweede Kamer vastleggen door te focussen op de omgang tussen Kamerleden, medewerkers en journalisten rond de plenaire zaal en de kantoorruimten van fracties. Wat je ziet zijn alledaagse, verstilde momenten in wandelgangen en tussenruimtes. Hoewel deze momenten politiek inhoudelijk misschien niet zo belangrijk zijn, kunnen ze minstens net zo sprekend zijn voor wie onze politici en onze democratie zijn.
De VVD blijft steken in een verbeten materialisme. Maar zelfs van een ideeënloze partij als die van Yesilgöz mag je verwachten dat die in staat is uit te leggen waarom het defensiebudget gigantisch omhoog moet. Als er in Oekraïne gevochten wordt voor onze vrijheid en waarden, leg dan ten minste één keer uit wat die vrijheid en waarden dan precies inhouden.
Het CDA is er niet in geslaagd zijn stempel op het akkoord te drukken – of het moet de zogenoemde vrijheidsbijdrage zijn. Dat is misschien wel tekenend. Het gaat om een lastenverzwaring in het teken van een Grotere Kwestie, namelijk onze bedreigde vrijheid, maar wat je meekrijgt is enkel de belasting en niet het grotere plaatje.
Retoriek zonder bestuurlijke vaardigheid leidt tot stilstand en een verziekt klimaat, dat is de les van het kabinet-Schoof. Maar een visieloze compromiscultuur, het al te triomfantelijk binnenhalen van een puntje hier en een puntje daar, zonder visie en gemeenschappelijk fundament, is in deze onzekere tijd nog niet het begin van een antwoord.