De rechtbank Haarlem achtte verklaringen van slachtoffers in de zedenzaak tegen Ali B. betrouwbaar. Foto: ANP / Robin van Lonkhuijsen
Strafpleiters op televisie in plaats van in de rechtbank, het blijft wennen, stelt Frits Nies, vooral aan de beoogde marktwerking ervan. Nu schuift steeds vaker ook de slachtofferadvocaat aan. Het strafproces als televisieamusement.
Bij een strafproces dacht en denkt men nog vaak instinctief aan een verdachte die zich moet verweren tegen de aanklacht van de Staat. Daarnaast aan de advocaat die opkomt voor de rechten van zijn cliënt en aan getuigen-deskundigen die volgens velen niet veel meer doen dan wijzen op de slechte jeugd van verdachte als verklaring of zelfs vergoelijking van het ten laste gelegde feit.
Aan flarden
En aan het slachtoffer? Nee, dat moest zelfs ooit nog buiten op de gang wachten terwijl de strafpleiter binnen diens geloofwaardigheid aan flarden scheurde. Dan is het op z’n minst beschavingswinst in de rechtsstaat te noemen dat slachtoffers van met name ernstige gewelds- en zedenmisdrijven nu meer zijn in het strafproces dan ‘stukken van overtuiging’.
Het zijn nu geen passieve toeschouwers meer, maar actieve procesdeelnemers met procesrechten. Een goede zaak, die begin jaren negentig voorzichtig startte met de mogelijkheid voor een slachtoffer om zich als benadeelde partij in het strafproces te voegen met een civiele vordering tot schadevergoeding. In 2006 werd dit door de Hoge Raad nog afgeremd door deze voeging met advocaat tot ‘eenvoudige procedure’ te beperken.
In 2011 echter zorgde de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces (VPS) voor een eerste formele grondslag door toevoeging als titel aan het Wetboeken Strafvordering. In 2017 volgde implementatie van de Europese richtlijn uit 2012 voor slachtofferbescherming. Dit jaar ‘vieren’ we het honderdjarig bestaan van dat Wetboek van Strafvordering uit 1926 dat het optreden regelt van politie, Openbaar Ministerie, rechters en advocaten in het strafproces.
(R)evolutie
Gelukkig is al ver vóór deze verjaardag ingezien dat er in een eeuw veel kan veranderen. Zoveel, dat er een nieuw wetboek aankomt. Toch moeten we nog drie jaar wachten, tot 1 april 2029. Dan volgt onder meer de volledig wettelijke erkenning van de (r)evolutie die al jaren gaande is in de procespositie van het slachtoffer.
Deze ontwikkeling in aandacht voor het slachtoffer heeft geleidelijk ook het aanzien veranderd van de slachtofferadvocaat, als enige belangenbehartiger van het slachtoffer, namelijk van ‘luxe’ naar ‘noodzaak’. De materiële meerwaarde is dat het slachtoffer niet alleen profiteert van diens schade-expertise, maar ook van de incassoregeling via het CJIB en de voorschotregeling door de Staat. Zo ontsluit de slachtofferadvocaat voor de schade een executiemechanisme dat de civiele procedure niet kent.
Scoren
Er is echter ook een keerzijde. Die zien we wanneer de slachtofferadvocaat het proces aangrijpt om te scoren met morele argumenten bij gebrek aan juridische. Het strafproces draait eerst en vooral om waarheidsvinding met in verdragen vastgelegde waarborgen voor verdachten. Een essentiële is de praesumptio innocentiae oftewel: niemand is schuldig tot het tegendeel bewezen is.
Het gaat wringen wanneer de slachtofferadvocaat zich ontpopt tot medeaanklager en dan als wreker van breed geëtaleerd slachtofferleed vol op het orgel gaat over de ‘schuld’ van verdachte en daarmee een psychologische valkuil opentrekt voor de rechter (die ook maar een mens is). Zo kun je ook vraagtekens plaatsen bij de ‘beschavingswinst’ van slachtofferaandacht rond recente strafzaken van Ali B. en Marco Borsato, die nauwelijks het niveau van de Privé ontsteeg.
Zinvol is de advocaat die begeleidt, uitlegt, dossierstudie verricht, een schadevoeging onderbouwt en weet wanneer de civiele rechter een betere route is en de balie een betere keuze dan de talkshow. Ronduit onzinnig wordt het wanneer hij/zij de rechten van de cliënt opoffert aan procesretoriek en als morele luidspreker de media bespeelt. Dan verliest het strafproces de balans van ‘Vrouwe Justitia’, wordt het uit zijn voegen getrokken en belanden we in de arena van trial by media, waar emoties het winnen van argumenten.