Stadsschouwburg Groningen. Foto: Archief/Jan Willem van Vliet
De nieuwe coalitie stimuleert gebruik van AI door het bedrijfsleven. Maar aandacht ontbreekt voor schending van auteursrecht door techbedrijven en voor het verlies aan banen in de creatieve sector, ziet Birgit Donker.
In het 67 pagina’s tellende coalitieakkoord komt het woord ‘kunst’ welgeteld vier keer voor: twee keer in de samenstelling ‘kunstmatige intelligentie’; één keer in de samenstelling ‘de kunst van het samenwerken’ (wat een minderheidskabinet (opnieuw) zal moeten leren); en slechts één keer als het gaat om ‘de vrije kunsten’.
Kunst en cultuur worden in de politiek maar al te vaak over het hoofd gezien. Als ze al aan bod komen bij de onderhandelingen over een regeerakkoord, is het steevast aan het eind. ‘Oh ja, we moeten ook nog iets met kunst en cultuur.’ En dat terwijl we politici nodig hebben die op de bres staan voor kunst.
Jarenlange verschraling
‘We staan pal voor […] artistieke vrijheid’, belooft het coalitieakkoord. Dat is essentieel. Maar er is meer nodig. Kunst is gebaat bij vrijheid en vertrouwen, maar na jarenlange verschraling ook bij extra investering (250 miljoen euro per jaar, adviseert de Raad voor Cultuur, voor onder meer talentontwikkeling). Én ze verdient het betrokken te worden bij de ontwikkelingen van dit moment, zowel met maatregelen die haar veerkrachtig houden, als door gebruik te maken van haar verbeeldingskracht.
Bij een eigentijds kunst- en cultuurbeleid hoort aandacht voor kunstmatige intelligentie. AI biedt kansen, maar vraagt ook dringend om regelgeving. Het weinige AI-beleid dat momenteel bestaat, is vooral gericht op nieuwe verdienmodellen. Nederland koopmansland. In verkiezingstijd kwam AI alleen aan bod in relatie tot productiviteitswinst en welvaart.
Ook in het coalitieakkoord gaat het vooral om de economische kansen. Er staat: ‘We zijn niet langer alleen een ‘pilotland’ maar worden ook een ‘opschaalland’ als het gaat om de ontwikkeling van sleuteltechnologieën zoals AI.’ Het gaat niet over de urgente vraag hoe we democratisch grip kunnen krijgen op AI en al helemaal niet over de gevolgen ervan voor kunst en cultuur.
Schending van auteursrecht
Terwijl de overheid gebruik van AI door het bedrijfsleven stimuleert, ontbreekt aandacht voor de schending van auteursrecht door techbedrijven en voor het banenverlies in de creatieve sector.
Dat moet anders. Het nieuw te vormen kabinet moet de schijnwerpers richten op drie zaken: ‘de grote kunstroof’, een transitiefonds voor de creatieve sector, en ‘makers als vernieuwers’. Zij kunnen met hun verbeeldingskracht als geen ander bijdragen aan het nadenken over de gevolgen van AI voor onze samenleving – dat geldt ook trouwens voor andere transitievraagstukken waar we voor staan.
Ten eerste de grote kunstroof. Daarmee bedoel ik niet de diefstal vorig jaar van kroonjuwelen uit het Louvre of van Dacische-sieraden uit het Drents Museum. Ik bedoel het ongebreideld gebruik maken door techbedrijven van het werk van kunstenaars, schrijvers en andere makers. ‘AI = jatwerk’, luidt terecht de campagne die de Auteursbond sinds enkele maanden voert. Grote taalmodellen als GPT-5 worden niet getraind op woordenboeken, maar op door auteursrecht beschermde teksten met betekenis. Daar staat geen compensatie tegenover.
Kunst kan ons blijven verbazen, bij de lurven grijpen, onverwachte werelden intrekken
Om creativiteit te beschermen tegen de gevolgen van generatieve AI is regulering nodig. Ontwikkelaars van AI-modellen zouden geen gebruik meer mogen maken van creatief werk zonder toestemming van de maker. Een systeem van instemming, in plaats van werken met opt-outs. Op deze manier krijgen makers een keuze en kunnen ze gecompenseerd worden voor het gebruik van hun werk.
AI zorgt daarnaast voor baanverlies in creatieve beroepen: schrijvers, illustratoren, componisten, stemacteurs, filmmakers, vertalers, ontwerpers. Inmiddels ziet bijna één op de vijf zelfstandige creatieve makers het inkomen teruglopen sinds generatieve AI breed wordt toegepast, zo blijkt uit onderzoek van de Boekmanstichting en De Creatieve Coalitie. Een vergelijkbaar deel ziet het aantal opdrachten afnemen. Het gaat soms om een inkomensval van duizenden euro’s voor toch al niet uitbundig verdienende zzp’ers – zo verdienen beeldend kunstenaars gemiddeld 17.500 euro per jaar.
Een transitiefonds voor omscholing of bijscholing is dus hard nodig. Dit zou kunnen worden bekostigd door een AI-heffing in te voeren van, zeg, 5 procent op abonnementen zoals die op ChatGPT Plus.
Eerlijke innovatie
Op andere terreinen is wel aandacht voor compensatie als er sprake is van een gedwongen transitie; als het bijvoorbeeld gaat om de overgang naar een toekomstbestendige landbouw of om de transitie van de vuurwerkbranche in verband met het vuurwerkverbod. Den Haag moet evengoed investeren in de overgang die de kunst- en cultuursector nu moet maken. Niet als rem op vernieuwing door AI, maar als voorwaarde voor eerlijke innovatie.
Tot slot zou er oog moeten zijn voor de creatieve sector als bron van vernieuwing. Regelingen op het gebied van AI-innovatie zouden opengesteld moeten worden voor creatieve makers. Het zou als pre moeten gelden als consortia die subsidie aanvragen voor innovatieprogramma’s, kunstenaars en andere makers betrekken.
‘We koesteren onze cultuur – van orkesten en musea van wereldklasse tot een bruisende volkscultuur’, schrijven de coalitiepartners. Dat zijn welkome warme woorden. Nu nog de bijbehorende investering en een daadkrachtig AI-beleid waarbij de creatieve sector een rol van belang speelt. Alleen zo kan kunst veerkrachtig blijven. En dan zal ze ons blijven verbazen, bij de lurven grijpen, onverwachte werelden intrekken. Vrijhavens van verbeelding vormen, die juist nu zo noodzakelijk zijn.
Birgit Donker is lid van het Algemeen Bestuur Kunsten92, oud-directeur van het Mondriaan Fonds en het Nederlands Fotomuseum en voormalig hoofdredacteur van NRC.