Volgens recente CBS-cijfers is 56 procent van het vermogen in Nederland in handen van 10 procent van de huishoudens. Voer voor discussie in kranten en aan talkshowtafels over zoveel ongelijkheid. De interpretatie van de cijfers stoort Stefan Tax.
De recente becijfering van het Centraal Bureau voor de Statistiek dat 56 procent van het vermogen in handen is van de rijkste 10 procent huishoudens lijkt wel een geschenk uit de hemel voor iedereen die graag wijst naar het bedrijfsleven. De cijfers vlogen meteen de wereld in en werden door media en politici met gretigheid opgepakt.
Maar laten we duidelijk zijn: deze publicatie, en vooral de interpretatie ervan, geeft een compleet vertekend beeld van de werkelijkheid. Het is onterechte voeding voor ondoordachte politieke plannen en populistische kreten zoals ‘de rijken worden rijker’.
Een belangrijk probleem met deze cijfers is dat ze een enorme blinde vlek hebben: pensioenen. Ongeveer de helft van al het vermogen van huishoudens in Nederland bestaat uit pensioenvermogen. Dit vermogen is echter niet meegenomen in de analyse, simpelweg omdat het niet direct beschikbaar is voor de persoon die het bezit.
Hoe logisch is dat?
Maar hoe logisch is dat? Pensioenvermogen is een essentieel onderdeel van de financiële zekerheid van huishoudens op de lange termijn.
Wanneer pensioenen wél zouden worden meegenomen, zou de vermogensongelijkheid aanzienlijk minder scheef zijn. Bovendien wringt het dat de pensioenen van ondernemers – die vaak buiten pensioenfondsen worden opgebouwd – wél zijn meegenomen in deze analyse. Hiermee worden ondernemers onterecht weggezet als ‘rijken’, terwijl het vaak om vermogen gaat dat zij jarenlang opzij hebben gezet voor hun toekomst, net zoals werknemers dat doen via pensioenfondsen.
De statistieken slaan ook de plank mis als het gaat om de waarde van familiebedrijven. Vanuit dezelfde logica waarmee pensioenvermogen buiten beschouwing wordt gelaten, zou ook de waarde van (familie)bedrijven niet meegeteld mogen worden. Maar dat gebeurt wel.
Vermogen vaak niet vrij besteedbaar
Het resultaat? Ondernemende families worden weggezet als de ‘rijke elite’, terwijl hun vermogen helemaal geen vrij besteedbaar kapitaal is.
Familiebedrijven zijn geen zakjes geld die klaarstaan om uit te geven. Het zijn bedrijven waarmee banen worden gecreëerd, innovatie wordt gestimuleerd en belasting wordt betaald. Ondernemers investeren niet alleen in hun bedrijf, maar in hun regio, hun medewerkers en uiteindelijk in heel Nederland.
En hoe worden ze beloond? Door ze via deze statistieken opnieuw af te schilderen als de boeman.
Ook de verborgen waarde van ondernemers voor onze verzorgingsstaat blijft onbelicht in de cijfers. Nederland is een welvarend land met een uitgebreid stelsel van collectieve voorzieningen, zoals de bijstand, sociale huur en gezondheidszorg. Deze voorzieningen hebben een enorme financiële waarde, vooral voor de minder vermogende groepen.
Verzorgingsstaat speelt een rol
Internationale cijfers van de OECD laten zien dat landen met een actieve verzorgingsstaat vaak een hogere vermogensongelijkheid kennen. Waarom? Omdat er minder behoefte is om persoonlijk vermogen op te bouwen – de overheid biedt immers al veel zekerheid.
Het is daarom misleidend om te doen alsof de vermogensongelijkheid in Nederland volledig wordt bepaald door persoonlijke bezittingen, zonder deze collectieve zekerheid mee te nemen in de cijfers.
Waar ondernemers in Nederland steeds vaker worden weggezet als de vijand, verdienen zij juist lof en waardering. Het lijkt erop dat zij de enige groep zijn die nog openlijk mag worden bekritiseerd, zelfs als de feiten niet kloppen.
Ondernemers verdienen steun
Maar laten we eerlijk zijn: het is niet de ondernemer die mensen in armoede houdt, kansenongelijkheid creëert of bestaanszekerheid bedreigt. Sterker nog, ondernemers zijn juist onmisbaar om deze problemen aan te pakken. Zij verdienen onze steun, niet onze beschuldigingen.
Stefan Tax is belangenbehartiger van familiebedrijven